Sfeerfoto van Zembla
Zembla

Zembla

Iedere donderdag om 21.10 uur opnpo2

Hét onderzoeksjournalistieke televisieprogramma van BNNVARA.

VOLG ONS

Zembla

Minister Schouten: Geen gifvrije zones rond landbouw, want juridisch niet haalbaar

18 okt 2019
  •  
leestijd 4 minuten
Schouten AO ANP

Er komen geen spuitvrije zones in bewoonde gebieden bij bollenvelden of in de buurt van andere akkers waar met gif gespoten wordt. Dat heeft minister Schouten laten weten in een brief aan de Kamer. Volgens de minister is zo’n spuitvrije zone juridisch niet haalbaar. “Ik ben opnieuw oprecht teleurgesteld en ik wist niet dat dat nog kon”, zegt Rodina Fournell van Stichting Bolleboos; een groep burgers die al jaren strijdt tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt.

De Kamer had van de minister geëist dat ze omwonenden van bollenvelden zou beschermen tegen bestrijdingsmiddelen door spuitvrije zones in te stellen. Maar de Kamer heeft pech, blijkt uit de brief van Schouten. Die brief valt Fournell zwaar tegen: “Wat ze doet is de huidige situatie presenteren als een nieuw idee, iets wat eigenlijk al de praktijk is. Ze zegt eigenlijk: ‘mensen zoek het lekker zelf uit’.”

Deskundigen pleitten eerder in ZEMBLA ook al voor spuitvrije zones in de buurt van jonge gezinnen. Dat deden ze naar aanleiding van het zogeheten blootstellingsonderzoek van het RIVM.

Onderzoek RIVM
In maart dit jaar bracht ZEMBLA als eerste de resultaten van dat onderzoek naar buiten waarbij de effecten van bestrijdingsmiddelen voor omwonenden zijn onderzocht.

Uit het onderzoek bleek dat omwonenden van bollenvelden langer en aan hogere concentraties bestrijdingsmiddelen worden blootgesteld dan tot nu toe werd verondersteld. In luiers van baby’s die binnen 250 meter van bollenvelden wonen, troffen onderzoekers bollengif aan. Ook in huisstof bij omwonenden werden pesticiden gevonden. Het RIVM zei tegen ZEMBLA dat ze de veiligheid van de bestrijdingsmiddelen niet kan garanderen.

Schouten: Onderzoek biedt geen juridische onderbouwing
Het onderzoek van het RIVM biedt volgens Schouten geen juridische onderbouwing voor het realiseren van spuitzones: “Dit onderzoek bevestigt dat er sprake is van meetbare concentraties van meerdere stoffen in de lucht, in huisstof en in urine, maar geeft ook aan dat deze concentraties niet tot onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid leiden. Het onderzoek stelt voorts dat geen grenswaarden zijn overschreden en dat in de huidige toelatingsmethodiek de blootstelling ook niet wordt onderschat.”

Onderzoeker: Je mag niet stellen dat het veilig is
Eén van de onderzoekers van het rapport, professor Pieter Sauer, reageert verontwaardigd op de conclusies van Schouten. “Dat klopt gewoon niet, want de juiste toelatingsmethodiek is er niet. Er zitten lacunes in het model. De lucht (bestrijdingsmiddelen) blijft veel langer hangen dan waar de meetmodellen vanuit gaan. Er wordt geen rekening gehouden met blootstelling in huizen. Huisstof is niet meegenomen. Wat je niet meet, dat weet je niet. Dan mag je nooit stellen dat het veilig is”, zegt Sauer.

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) bepaalt of bestrijdingsmiddelen worden toegelaten. Volgens Sauer is die toelatingsmethodiek dus onvolledig. “Begin juli ben ik daar geweest om erover te praten en ze hebben toegegeven dat de modellen die ze gebruiken niet volledig zijn. Ze waren het er mee eens dat bepaalde zaken, zoals de blootstelling in huizen, in het model moeten”, zegt Sauer.

Reactie Ctgb
Het Ctgb bevestigt dat er inderdaad een gesprek met Sauer heeft plaatsgevonden en geeft ook toe dat het Ctgb daarin heeft toegegeven dat huisstof niet wordt meegenomen in de meetmodellen. Maar verder geeft het Ctgb een andere lezing van de inhoud van het gesprek. “Het blootstellingsonderzoek heeft echter laten zien dat de bijdrage van blootstelling aan stoffen via huisstof minimaal is.” Bovendien zegt het Ctgb dat de toelatingsmethodiek uitgaat van worst case scenario’s. “Daarmee is het een robuust model, het houdt rekening met onzekerheden.”

Op Europees niveau wordt er gekeken of het toelatingsmodel dat het Ctgb ook gebruikt moet worden aangepast. Daarvoor worden ook de gegevens van het RIVM gebruikt. Maar als er een aanpassing komt, is dat pas eind 2021. Tot die tijd lijkt er weinig te veranderen.

'Lokaal oplossen, het leidt nergens toe'
Minister Schouten neemt ook geen andere stappen. “Het heeft mijn voorkeur dat op lokaal niveau oplossingen gevonden worden.” Volgens Rodina Fournell wordt al jarenlang gepoogd het lokaal op te lossen, maar leidt het nergens toe. Recent zei de overheid hetzelfde en zou er geholpen worden bij de lokale gesprekken tussen gemeenten, boeren en omwonenden. “Er werden twee vrouwen op ons afgestuurd van een adviesbureau. Wat blijkt? Die weten van de hele kwestie niets af. Ze hebben zich niet in het dossier verdiept. Urenlange gesprekken voer je dan met zo iemand, maar het leidt nergens toe. Het lijkt wel of de overheid tegenwoordig adviesbureaus inhuurt om zich te beschermen tegen de burger.”

Schouten zegt nu weer een onderzoek af te willen wachten. Namelijk het onderzoek van de Gezondheidsraad. Dat is naar verwachting in de zomer van 2020 klaar. “De Gezondheidsraad is gevraagd te adviseren in hoeverre blootstelling van omwonenden leidt tot gezondheidsrisico’s, de huidige toelatingsbeoordeling voldoende beschermend is voor omwonenden en of voldoende rekening wordt gehouden met de afstand tot objecten voor bewoning”, aldus Schouten.

Duurzame landbouw in 2030?
“Het is nog steeds wachten op het plan. Het plan van hoe het verder moet met de landbouw in 2030”, zegt Sauer. Schouten wil een duurzame landbouw zonder bestrijdingsmiddelen. “In 2030 moet er een shift zijn gemaakt”, zegt Rodina Fournell, “dat maakt Schouten tot nu toe weinig concreet.”

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de ZEMBLA-nieuwsbrief en ontvang wekelijks als eerste onze beste nieuwsverhalen, achtergrondartikelen en exclusieve video's.