Zembla
Zembla

Donderdag om 20.25 uur op NPO2npo2

Het onderzoeksjournalistieke televisieprogramma van BNNVARA
Zembla

Is het na de toeslagenaffaire tijd voor een minister van Digitale Zaken?

17 feb 2021
  •  
leestijd 8 minuten
  •  
243 keer bekeken
Minister van digitale zaken
Een groot datalek bij de GGD waardoor duizenden persoonsgegevens op straat liggen, het ongekend onrecht in de toeslagenaffaire en het ict-debacle bij CBR. Het zijn allemaal digitale problemen die gigantisch misgingen en waar de overheid zich geen raad mee wist. 

In het jaar 2000 werd al gevraagd om een minister van internet, maar in al die tijd kreeg het onderwerp niet de aandacht die het verdiende. 2021 is het jaar dat er na de Tweede Kamerverkiezingen eindelijk een vaste Kamercommissie Digitale Zaken komt. Is dit voldoende om burgers zo goed mogelijk online te beschermen of moet er een minister van Digitale Zaken komen? We spreken hierover met D66-Kamerlid Kees Verhoeven, hoogleraar Wolfgang Ebbers en emeritus hoogleraar Jan van Dijk.

Cookiewet
Als kersvers Kamerlid van Economische Zaken moest Kees Verhoeven in 2010 in debat over het begrip ‘netneutraliteit’: het beginsel dat alle datagegevens op het internet gelijk behandeld moeten worden. “Dus ook dat grote techbedrijven geen voorrang mochten krijgen op het internet, alle informatie moest even snel worden doorgegeven. Een belangrijk principe in die tijd.” Dat was de allereerste keer dat Verhoeven in aanraking kwam met digitalisering in de politiek. 

Bekijk ook de uitzending 'De verzuimpolitie' over een groot datalek bij een commercieel verzuimbedrijf

Daarna volgden meerdere onderwerpen die te maken hadden met digitalisering elkaar op waar hij, namens Economische Zaken, over moest beslissen: de ‘cookiewet’, om ervoor te zorgen dat mensen niet meer stiekem gevolgd konden worden op internet. En het ‘downloadverbod’ waardoor illegaal downloaden niet meer mogelijk was. “Achteraf gezien sloeg ik de plank mis en maakte ik een verkeerde inschatting waardoor we twee wetten hebben die het probleem niet oplossen. Onze intentie was goed, maar vervolgens was de vraag: hoe praktiseer je dat? Bij de cookiewet hebben we gekozen voor pop-ups en dat werkt niet. Bij het downloadverbod kozen we voor een blokkade, maar die was makkelijk te omzeilen via vpn.’’

Het werd hem duidelijk dat er te weinig deskundigheid is in de Kamer. “We luisterden niet voldoende naar het bedrijfsleven, brancheorganisaties en wetenschappers die tegen ons zeiden: doe het niet.”


‘Digitale ontwrichting’
Intussen nam de digitalisering alleen maar toe. De opkomst van sociale media en andere online diensten brachten grote gevolgen met zich mee voor onze manier van communiceren. Nu zitten we dagelijks gemiddeld 98 minuten op sociale media, oplopend naar 143 minuten onder jongeren van 15 tot en met 19 jaar. 

Onlangs concludeerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) samen met inlichtingendiensten AIVD en MIVD, dat Nederland risico loopt op ‘digitale ontwrichting’. In het rapport staat dat beïnvloeding vanuit andere landen door bijvoorbeeld desinformatie te verspreiden via social media, een van de grootste risico’s is. Het zou zorgen voor 'een dreiging voor de sociale en politieke stabiliteit'. 

“Digitalisering gaat niet langer meer over bedrijfsprocessen van de overheid, maar ook ook over allerlei maatschappelijke vraagstukken”, vertelt Wolfgang Ebbers, bijzonder hoogleraar ‘ICT en strategisch innoveren in de publieke sector’ aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. “Van inclusievraagstukken als digitale uitsluiting tot aan cybercrimevraagstukken als bedrijfsspionage. Van kunstmatige intelligentievraagstukken als singulariteit (waarin computers het handelen en denken van mensen in bedrijfsleven en overheid overnemen) tot aan desinformatievraagstukken waarbij vanuit andere landen democratische processen doelbewust gefrustreerd worden met nepnieuws.”

"Een overheid die zijn contact met de burger digitaliseert, sluit bepaalde burgers uit"
- Hoogleraar Wolfgang Ebbers
Te weinig deskundigheid in de politiek
Al die ontwikkelingen vragen om ambtenaren en politici met genoeg kennis van zaken. Maar die deskundigheid was en is er binnen overheden te weinig, beaamt ook hoogleraar Ebbers. Hij pleitte al in 2000 in een opinieartikel voor Trouw voor een minister van technologie.

“Net als twintig jaar geleden is digitalisering nog steeds een beetje een ondergeschoven dossier, maar niet meer zo sterk als toen”, vertelt hij. “Het ict-dossier was in die tijd om twee redenen politiek niet interessant. Het riep ten eerste geen tegenstellingen op. Het ict-dossier was toen nog sterk gericht op het efficiënter maken van de overheidsprocessen. Wie kan daar nou tegen zijn? Dus politiek viel er niets op te winnen. Sterker nog, je kon er alleen maar op verliezen. Want het ict-dossier van de overheid was altijd al heel complex, waar maar al te snel ongelukken op konden gebeuren. Neem de Diginotar-affaire van tien jaar geleden. Waar in de nasleep van een hacker-inval bij een bedrijf zoveel schade dreigde te worden aangericht aan de vitale ict van de overheid, dat die had kunnen uitvallen. De crisis was zo groot, dat het zelfs heeft geleid tot een nachtelijke persconferentie van Minister Donner destijds.”

Decennia geleden was er nog geen breed maatschappelijk of politiek debat over de voordelen en de nadelen die ict kon brengen. “Terwijl je toen al zag aankomen dat er maatschappelijke vraagstukken uit zouden voortkomen. Een overheid die zijn contact met de burger digitaliseert, sluit bepaalde burgers uit of maakt het moeilijk voor hen.”

Nu, meer dan 20 jaar later, is ict wel degelijk een drijfveer voor politiek debat geworden. “Kijk naar wat de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen in beeld bracht, wat leidde tot de val van het kabinet. Het gemak waarmee mensen met verkeerde bedoelingen in 2013 digitaal toeslagen konden aanvragen en de politieke reactie van keihard aanpakken die daarop volgde. Vervolgens vertaalde de overheid de politieke opdracht onder meer naar het werken met ‘informatiesysteem-gebaseerde risicoprofielen’, wat resulteerde in al die slachtoffers. Zonder ict was dat allemaal niet gebeurd.”

Die digitalisering van de dienstverlening van de overheid richting burgers is volgens Kamerlid Verhoeven een groot vraagstuk. “Overheden gebruiken ook Facebook om te communiceren met burgers. Dat geeft vaak klachten, is dat een goed idee voor de veiligheid van gegevens?”, vraagt hij zich af.

Controle over gegevens
Emeritus hoogleraar media en internet, Jan van Dijk, vindt dat burgers veel meer controle moeten krijgen over hun gegevens. “De overheid moet het voor elkaar krijgen dat burgers al hun contacten kunnen meenemen naar een ander platform als ze daar vanaf willen, zonder dat je te maken krijgt met eisen van bijvoorbeeld Facebook.” Dit is nu niet mogelijk, omdat het recht op de zogeheten dataportabiliteit nog niet praktisch is uitgewerkt in de huidige AVG-wetgeving. “Niemand weet bijvoorbeeld hoe je je contacten van WhatsApp naar Signal of Telegram kan overzetten”, vertelt hij.

‘Nederlandse politiek tandeloos’
D66’er Verhoeven richtte een paar jaar geleden een tijdelijke onderzoekscommissie op, samen met Kamerleden Kathalijne Buitenweg (GroenLinks), Chris van Dam (CDA) en Jan Middendorp (VVD). “Naarmate de jaren vorderden waren er steeds meer Kamerleden die vonden dat onderwerpen bleven liggen. De Nederlandse politiek was eigenlijk tandeloos als het ging om digitale zaken.”

Uit het rapport “Update vereist’’ dat ze schreven, kwamen duidelijke aanbevelingen naar voren: richt een vaste Kamercommissie Digitale Zaken op, die kan namelijk Kamervragen stellen en aan de bel trekken. Een ander advies is om meer kennis over digitalisering in de politiek te krijgen. Burgers hebben namelijk geen controle over degene die data over hen verzamelt of wat er gebeurt met hun foto’s en video’s. Welke garantie bestaat er dat de verzamelde gegevens uit handen blijven van derden, zoals bedrijven, overheden en inlichtingendiensten?

“Het is de taak van de Tweede Kamer om grip op dit samenspel te krijgen en op die manier het perspectief van de burgers te vertolken op onze digitale toekomst. Dit lukt tot nu toe onvoldoende”, staat er in het rapport.

Lees ook: 'Rol Chinees hightechbedrijf bij C2000 lijkt uitgespeeld'

Minister van Digitale Zaken
Een kritisch oordeel van de tijdelijke onderzoekscommissie. Desondanks ontbrak er een advies dat Verhoeven graag in het rapport had gezien: stel een minister van Digitale Zaken aan. “Wij gaan niet over zulk advies, dus daarom hebben we dat er niet ingezet, maar ik vind zonder enige twijfel dat die minister er moet komen.”

Emeritus hoogleraar Jan van Dijk  denkt daar anders over. Hij ziet een minister als een schijnoplossing. "Een vaste commissie is beter en moet veel meer mogelijkheden en financiering krijgen om Kamerleden te ondersteunen op kennisgebied, want dat ontbreekt."

Hoogleraar Ebbers is wel voorstander van zo'n minister: "Doordat er steeds meer maatschappelijke vraagstukken komen, lijkt de tijd langzaam rijp voor een minister van Digitale Zaken, maar het wordt nog een uitdaging hoe zijn of haar portefeuille eruit moet zien. Waar gaat zo’n minister over? Hij ziet het niet snel gebeuren dat er een speciale minister voor de technologie door de overheid zelf wordt aangesteld. “Technologie zit overal. Bij Rijkswaterstaat, op het spoor, bij de Belastingdienst, bij UWV, ga zo maar door. Dan gaat een bewindspersoon zich begeven op beleidsdomeinen van anderen en dat geeft politiek gezien altijd gedoe."

Volgens Verhoeven is het debat over digitalisering dan ook te versnipperd. “Op dit moment zie je dat drie ministeries over hetzelfde onderwerp spreken. Dat zie je terug bij een discussie over algoritmes. Het kan vallen onder het ministerie van Justitie, Economische Zaken én Binnenlandse Zaken. Dan heb je steeds dezelfde discussie waardoor het oppervlakkig blijft. Het moet niet gaan over of algoritmes goed zijn voor de zorg, defensie of het onderwijs. Algoritmes gaan over discriminatie, gelijke behandeling en de macht tussen verschillende bedrijven en burgers. Daar moet het over gaan. Helpt of bedreigt het mensen en wat kunnen we daaraan doen?”

Zo’n vaste commissie en een verantwoordelijk minister moeten zich volgens Verhoeven gaan richten op de hoofdzaken: “Dus zij geven geen advies over iPads in het onderwijs of over elektronische patiëntendossiers in de zorg, want dat hoort bij de vakministers.” Met hoofdzaken bedoelt Verhoeven alles wat met big data en algoritmes te maken heeft. Hoe moeten grote techbedrijven en overheden omgaan met data zonder dat ze grondrechten van mensen aantasten? Of: wat doen we met onze afhankelijkheid van andere landen als het gaat om sleuteltechnologieën, zoals het 5G-netwerk dat ook wordt aangelegd door het Chinese bedrijf Huawei?

"Als er niks gebeurt dan wordt het negatieve gebruik van internet, zoals cybercrime, steeds sterker"
- Emeritus hoogleraar Jan van Dijk
Belang van Europa
Alhoewel in Nederland in geen velden noch wegen een minister van Digitale Zaken te bekennen is, bestaat die in Europa wel. Eurocommissaris Vestager gaat over alles wat met data en digitalisering te maken heeft.

“Dankzij de Europese Unie zijn wij Europeanen nog een beetje verschoond van de privacyregels die WhatsApp laatst heeft ingevoerd”, vertelt hoogleraar Ebbers. Als gevolg van de AVG, de Europese regels voor databescherming, mag WhatsApp in Europa géén gebruikersgegevens delen met Facebook, terwijl dit buiten de EU vanaf februari 2021 wel het geval is.

Ebbers: “Dit was ons als Nederland niet gelukt, omdat wij maar een kleine speler zijn voor zulke bedrijven.”

Emeritus hoogleraar Van Dijk pleit voor veel meer samenwerking tussen de vaste Kamercommissie en het Europees Parlement, want de meeste initiatieven komen van Europees niveau. “Grote bedrijven worden steeds machtiger en overheden hebben er lange tijd geen grip op gehad. Nu is de politiek wakker en moet doorpakken. Als er niks gebeurt dan wordt het negatieve gebruik van internet (zoals cybercrime en polarisering) steeds sterker.”

Wie komt er in de vaste commissie?
Ook in het onderzoeksrapport van de tijdelijke commissie wordt het belang van de Europese Unie benadrukt. Maar wie er in die vaste Kamercommissie moet komen om te overleggen met de EU, daar heeft ook Verhoeven geen antwoord op. Hij vertrekt na de verkiezingen uit de politiek, evenals de andere oprichters Buitenweg (GroenLinks), Van Dam (CDA) en Middendorp (VVD).
Door: Roos Wiegerinck

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de ZEMBLA-nieuwsbrief en ontvang wekelijks als eerste onze beste nieuwsverhalen, achtergrondartikelen en exclusieve video's.

Meer over dit onderwerp

Populair bij BNNVARA