Sfeerfoto van Zembla

Zembla

Donderdag om 20.25 uur op NPO2npo2

Het onderzoeksjournalistieke televisieprogramma van BNNVARA
Zembla

Beantwoording Kamervragen n.a.v. 'Woede in de winkelstraat'

19 mrt 2014
  •  
leestijd 3 minuten
beantwoording-kamervragen-n-a-v-woede-in-de-winkelstraat
Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Veiligheid en Justitie, de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Mei Li Vos (PvdA) over de Zembla uitzending “Woede in de winkelstraat” (ingezonden 25 februari 2014).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de tv-uitzending ‘Woede in de winkelstraat’1 en herinnert u zich de antwoorden op eerdere vragen over de misstanden in franchiseland en de mogelijke aanpassing van de ranchiseovereenkomst? (2)

Ja.
Vraag 2
Deelt u, naar aanleiding van in de uitzending gemelde misstanden (gedwongen winkelnering, geen mogelijkheid om over prijzen te onderhandelen, verkeerde prognoses) de mening dat (aspirant-) franchisenemers sterker moeten kunnen staan ten opzichte van de franchisegever? Zo nee, waarom niet?
De door Zembla gesignaleerde knelpunten komen overeen met eerdere berichtgeving over franchise. De uitzending bevestigt de eerdere constatering dat franchisenemers in de praktijk voor onaangename verrassingen kunnen komen te staan (3). Dit treft met name diegenen die zich als aspirant-franchisenemer onvoldoende op de hoogte stellen van hun contractuele rechten en plichten. Ondernemen brengt risico’s met zich mee, zo ook franchisenemerschap. Het samenwerkingsverband tussen franchisegever en franchisenemer is deels gevestigd op gedeelde belangen en dat wekt wellicht een misplaatst gevoel van vertrouwen onder aspirant-franchisenemers. De aspirant-franchisenemer dient echter een kritische houding jegens de franchisegever aan te nemen.

Hoe eventuele winst en verlies tussen beide partijen verdeeld wordt is immers het resultaat van de onderhandeling tussen deze partijen. Franchisenemers hebben vooral in de precontractuele fase een kans om gunstige voorwaarden voor zichzelf te bedingen, zij kunnen immers altijd ervan afzien om met de formule in zee te gaan. Zij dienen deze kans echter zelf te verzilveren door contractuele rechten en plichten ter discussie te stellen. Zoals eerder aangeven, ben ik voornemens de voorlichting aan aspirantfranchisenemers op Ondernemersplein.nl te verbeteren. De informatie zal, meer gedetailleerd dan nu het geval is, voorzien in aandachtspunten waarin de franchisenemer zich moet verdiepen alvorens een overeenkomst aan te gaan.

Vraag 3
Deelt u de mening dat de wet onvoldoende mogelijkheden biedt om de positie van de franchisenemer te versterken en dat daarom nieuwe wetgeving nodig is om van de franchiseovereenkomst een benoemde overeenkomst te maken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid met voorstellen te komen?


De door Zembla gesignaleerde knelpunten hebben met name betrekking op het beperkende effect van contractueel vastgelegde rechten en plichten van beide partijen op de mogelijkheid voor de franchisenemer om eigen ondernemerschap te ontplooien. Dat franchisenemers ervaren dat zij minder vrijheid hebben om te ondernemen, komt deels door contractuele bepalingen die vaak voorkomen in het business model van franchising, zoals een afnameverplichting van producten en diensten. Het is belangrijk dat aspirant-franchisenemers alert zijn op dergelijke bepalingen voordat zij een contract afsluiten. Bij het onderhandelen en aangaan van overeenkomsten is een actieve inzet van aspirant-franchisenemers nodig.

Aanvullende wetgeving is hiervoor geen oplossing. Zoals in het antwoord op vraag 2 aangegeven, zal ik wel de voorlichting aan aspirant-franchisenemers verbeteren. De bestaande wettelijke regels zijn verder voldoende om geschillen die aan de rechter worden voorgelegd (onder andere over te rooskleurige prognoses) op te lossen. Als er sprake is van oplichting, bijvoorbeeld door gebruik te maken van vervalste jaarverslagen, kan een gedupeerde aangifte doen. Het Openbaar Ministerie kan dan overgaan tot vervolging. Ook hiervoor acht ik aanvullende wetgeving dan ook niet nodig.
(w.g.) H.G.J Kamp
Minister van Economische Zaken

1 Zembla, 20 februari 2014
2 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 788
3 AH 1379, 2014Z02277

Meer over:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de ZEMBLA-nieuwsbrief en ontvang wekelijks als eerste onze beste nieuwsverhalen, achtergrondartikelen en exclusieve video's.