
© Ericwander
Provincies gaan een DNA-onderzoek na een wolvenaanval op (vee)dieren minder leidend maken om een schadevergoeding te krijgen. Zo'n onderzoek is nu verplicht om met zekerheid te kunnen zeggen dat een wolf de dader was. Deskundigen kunnen door opgedane ervaring in veel gevallen al eerder uitsluitsel geven, zegt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg (IPO).
Dierenhouders moeten nu binnen 24 uur na een vermeende wolvenaanval een melding doen bij BIJ12, de organisatie die wolvenzaken afhandelt namens de provincies. BIJ12 stuurt een taxateur langs die onder meer DNA-sporen afneemt bij de kadavers. De verwerking daarvan lag dit jaar enkele maanden stil, omdat het contract met de universiteit van Wageningen, die de onderzoeken uitvoert, vernieuwd moest worden.
De wijziging is deze week besproken in provincieverband en moet nog verder uitgewerkt worden, stelt het IPO. De koepelorganisatie stelt dat door de DNA-eis minder streng te maken de schadeafhandeling sneller doorlopen kan worden en er meer capaciteit vrijkomt voor gevallen waarin een snelle analyse belangrijk kan zijn.
"Door dit in te gaan zetten, voorkomen we tijdverlies", zegt de Gelderse gedeputeerde Harold Zoet (BBB) in een apart persbericht. "Met deze stap wil Gelderland ruimte creëren voor DNA-onderzoeken wanneer een wolf een wolvenraster heeft gepasseerd. Om zo probleemwolven te lokaliseren." Provincies kunnen voor wolven die meerdere keren voorbij wolfwerende rasters komen een afschotvergunning afgeven.
Bron: ANP