Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Kleurrijke insecten bij de bron van de Verloren Beek

theme-icon
Natuur
Vandaag
leestijd 2 minuten
schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

© Vroege Vogels

Rond de bron van de Verloren Beek vliegen prachtige gaas- en schorpioenvliegen. Natuurfilmer Roel en entomoloog Maartje Vijgenboom ploeteren zich een weg door de modder om ze van dichtbij te bekijken.  

Schorpioenvlieg houdt van een vochtig klimaat

Midden in het Wisselse Veen ontspringt de Verloren Beek. Een vrijwel volledig gedempte, ondiepe beek met oevers vol begroeiing. Het vochtige klimaat in combinatie met de beschutting vormen een uitstekend habitat voor schorpioenvliegen. Binnen no-time ziet Maartje een vrouwelijk exemplaar dat zit te smikkelen van een prooi. Ze heeft een lange snuit, met aan het uiteinde een monddeel dat ze gebruikt om haar prooi leeg te slurpen. Aan de doorlopende, zwarte vleugelstreep herkent Maartje met welke soort we hier te maken hebben: de gewone schorpioenvlieg.   

Opvallend achterwerk

Het verschil tussen mannetjes- en vrouwtjesschorpioenvliegen wordt direct duidelijk wanneer je kijkt naar hun achterwerk. Bij het vrouwtje valt daaraan niet veel bijzonders te zien, maar bij het mannetje wel! Een opvallende, tangvormige krul die erg doet denken aan de staart van een schorpioen siert het achterlijf. Vandaar ook de naam “schorpioenvlieg”. Maar niet gevreesd, de krul is in dit geval geen giftige angel, maar een voortplantingsorgaan!  Het mannetje gebruikt deze om het vrouwtje mee vast te houden tijdens de paring. 

schorpioenvlieg staart

Het voortplantingsorgaan van een mannelijke schorpioenvlieg

© Vroege Vogels

“Kanten” vleugels van de gaasvlieg

Tussen de schorpioenvliegen blijkt ook een gaasvlieg te zitten. De opvallendste kenmerken van deze soortengroep zijn de fijne adertjes die door de vleugels lopen en de goudkleurige ogen. Dat heeft in verschillende talen tot prachtige benamingen geleid. Zo associëren het Engels en het Duits de vleugels met kant, door naar de soortengroep te verwijzen als “lacewing” (kantvleugelige) en “Florfliege” (kantvlieg). In het Noors en het Zweeds heten de vliegen “gulløyer” en “guldögonsländor”, oftewel goudogen. En ook in het Nederlands hebben de vleugels met hun gaasachtige structuur invloed gehad op de naam!  

gaasvlieg oog

Gaasvlieg

© Vroege Vogels

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

Gerelateerd

BNNVARA wij zijn voor