Lenie Peters filmt maar liefst drie grauwe klauwieren. Het jong is enkele weken oud en is inmiddels al uitgevlogen, maar wordt nog gevoerd door de vader. Deze is te herkennen aan het 'zwarte masker'. Het vrouwtje zit in de top van een boom en houdt de omgeving goed in de gaten. Zij is een stuk minder opvallend en heeft geen zwart masker. Wel hebben zowel man als vrouw een herkenbare zwarte, gehaakte snavel.
De naam 'klauwier' stamt af van de gewoonte van de vogel om prooien op te hangen aan takken, doornen of andere stekelige struiken. Zo kan hij zijn prooi later ook nog opeten. Ze leven in ruige, halfopen landschappen waar genoeg voedsel te vinden is. Hier zoeken ze voornamelijk naar grote insecten als kevers, bijen en hommels. Maar ook kleine zoogdieren, hagedissen en jonge vogels staan op het menu.
Ze broeden van half mei tot juli, meestal in een grote struik of een boom. Het vrouwtje legt dan vier tot zes eieren en broedt daar zo'n twee weken op. Na 14 tot 16 dagen zijn de jongen klaar om het nest te verlaten, en met twee weken zijn ze in staat om zelf voedsel te verzamelen.
Tot de jaren '50 was de grauwe klauwier een typische en verspreide broedvogel in Nederland. Er waren veel cultuurlandschappen en 'woeste' gronden te vinden. Maar door de intensivering van de landbouw verdween veel geschikt leefgebied. In 2002 waren er nog maar zo'n 50 broedpaartjes in Nederland. Nu komen de vogels voornamelijk voor in het oosten van het land. Het aantal is de laatste twintig jaar wel weer toegenomen, er wordt geschat dat er tussen de 1.600 en 1.950 broedparen zijn
Bron: Vogelbescherming
Thema's:
Meer over:
grauwe klauwier