Een jagende sepia, twee stoeiende jonge dassen en honderden kruisspinnen. Deze filmpjes en meer zie je deze week in de rubriek Zelf Geschoten van de uitzending over Landgoed Junne.
Wilbert van der Hoeven wint deze week met de jagende sepia. Goed gecamoufleerd wacht deze sepia op een prooi. En dan.....hebbes! Ze hebben naast acht kortere tentakels ook twee lange vangtentakels. Deze kunnen ze razendsnel uitschieten, zo maken prooien geen schijn van kans! Deze speciale tentakels zitten grotendeels verborgen in speciale zakjes onder de ogen.
Mieke Holtslag legt twee akkerhommels vast die bezig zijn met de paring. Het vrouwtje houdt zich vast aan een plant, terwijl het mannetje er onder bungelt. De meeste hommels paren pas in de loop van de zomer, als er mannetjes en nieuwe koninginnen rondvliegen. In het voorjaar zul je dit gedrag dan ook nooit zien. Dan vliegen er alleen koninginnen van het vorige jaar rond die niet meer paren. Zij richten zich samen met de werksters op het bouwen en onderhouden van het nest.
Deze jonge dassen stoeien onder het toeziend oog van de moeder. Zo trainen ze hun kracht en behendigheid. De jongen worden vroeg in het voorjaar geboren en zijn dan volledig hulpeloos. Na 6 a 8 weken zetten ze hun eerste stapjes buiten de burcht, en een paar weken later gaan ze op ontdekkingstocht, klauteren ze in boomstronken en zoeken ze hun eigen voedsel. Vanaf juli gaan de jongen voor het eerst zonder moeder op pad. Deze spelende jongen zijn gefilmd door Lotte Gordon.
Bram Tackenberg filmde deze kleurrijke verschijning: de halsbandparkiet. Met de rode haaksnavel kunnen ze gemakkelijk zaden kraken. De vogel komt oorspronkelijk uit India en Centraal-Afrika. In de vorige eeuw zijn een aantal vogels ontsnapt en losgelaten en die hebben hierna populaties gevormd. De mannetjes hebben een zwarte kin- en keelvlek en een zwarte lijn over de hals lopen, die uitloopt in een oranjeroze halsband op het achterhoofd. In het filmpje gaat het om een vrouwtje, want die hebben dat niet en zijn effen groen.
Jonge kruisspinnen blijven de eerste dagen met honderden bij elkaar. De grote, compacte hoop helpt om mogelijke vijanden af te schrikken. Na een aantal dagen verspreiden de spinnen zich door middel van 'ballooning'. Ze klimmen dan zo hoog mogelijk en schieten vervolgens een lange, zijden draad uit hun achterlijf. Deze wordt door de wind opgepakt en zo zweeft de spin naar een nieuwe plek. Deze jonge spinnen zijn gefilmd door Erna Vriesman.
Thema's: