
Het paapje geldt als dé icoonsoort van Drenthe. Vrijwel de hele Nederlandse populatie broedt tegenwoordig in deze provincie. Toch gaat het niet goed met de kleine zangvogel. Sinds de jaren zeventig is het aantal broedparen sterk afgenomen. Vogelonderzoeker Willem van Manen en onderzoekt daarom al zes jaar de oorzaken van deze achteruitgang, onder meer in het Norger Esdorpenlandschap.
Voor het onderzoek volgde Van Manen paapjes met kleurringen om te zien of vogels terugkeerden naar dezelfde locaties. Ook bracht hij nesten en leefgebieden in kaart en onderzocht hij hoeveel jongen succesvol uitvlogen. Hoewel het broedsucces in veel jaren redelijk leek, viel één opvallend patroon op: er zijn veel meer mannetjes dan vrouwtjes. Hoe dat komt, weten ze nog niet.
Het paapje leeft vooral in de wat ruigere graslanden. Hier zitten ze in het brede beekdal, het landschap is nog deels in originele staat. Vooral extensieve, jaarronde begrazing zorgt voor open, kruidenrijke graslanden waar het paapje van profiteert. Nesten maken ze op de grond tegen pitruspollen aan.
Het zijn insecteneters die jagen op rupsen, kevers, nachtvlinders en zelfs vliegende insecten zoals hommels. Meestal jagen ze al rennend over de grond op deze soorten. Maar met mooi weer jagen ze ook met hun scherpe zicht op prooien hoog in de lucht.
Waarom het paapje vroeger veel algemener was, blijft een raadsel. In de jaren zeventig telde Nederland nog naar schatting 1.250 tot 1.750 broedparen. Tegenwoordig zijn dat er maximaal zo’n 300.
Mogelijk profiteerde de soort ooit van de overgang van uitgestrekte heidevelden naar een gevarieerd landschap van graslanden, akkers en bos. Wat precies het ideale paapjeslandschap is, wordt nog altijd onderzocht. Wellicht is het precies de verandering van het landschap die ze nodig hebben.
Kijk zondag 6 september 2026 om 19.25 naar de aflevering over het Norger Esdorpenlandschap op NPO 2!
Thema's: