
VN kantoor in Wenen
© 995645 via Pixabay
In de Turkse badplaats Antalya begint maandag de 31e VN-klimaatconferentie (COP31). Zoals gebruikelijk draaien de onderhandelingen om twee grote vragen. Hoe snel nemen landen afscheid van fossiele brandstoffen en wie draait op voor de kosten van klimaatschade en klimaatadaptatie. Vanuit Europa reizen komende week diverse politici naar de top af, onder wie Europarlementariër Mohammed Chahim (PRO).
Dit jaar heeft de klimaatconferentie een bijzondere opzet met een gedeeld voorzitterschap. Gastland Turkije is verantwoordelijk voor de zogeheten Action Agenda, terwijl Australië samen met de landen in de Stille Oceaan de internationale onderhandelingen leidt. Op de agenda staan onder meer wereldwijde elektrificatie (35% in 2035), klimaatfinanciering, de verdere uitwerking van een rechtvaardige transitie en maatregelen om landen beter bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Klimaatprotestbord
© Niekverlaan - pixabay
Een belangrijk onderwerp in Antalya is klimaatfinanciering. Ontwikkelingslanden wijzen er al jaren op dat zij relatief weinig hebben bijgedragen aan de klimaatcrisis, maar wel onevenredig zwaar worden getroffen door droogte, overstromingen, hittegolven en mislukte oogsten. Uit het nieuwe Adaptation Gap Report van UNEP blijkt dat ontwikkelingslanden de komende tien jaar jaarlijks ongeveer 300 miljard dollar nodig hebben om zich aan te passen aan klimaatverandering. Denk aan dijken, wateropslag, bescherming tegen overstromingen en maatregelen om landbouw mogelijk te houden onder extremere weersomstandigheden. Maar dat geld komt bij lange na niet op tafel. De situatie is extra onzeker geworden doordat geldstromen uit de Verenigde Staten grotendeels zijn weggevallen.
Op de klimaattop in Dubai werd in 2023 voor het eerst afgesproken dat landen moeten toewerken naar een overgang weg van fossiele brandstoffen. De vraag in Antalya is hoe die afspraak concreet wordt gemaakt. Volgens de Nederlandse regering moet de top duidelijkheid bieden over de verdere uitfasering van olie, gas en kolen. Tegelijkertijd groeit de druk vanuit olieproducerende landen om minder vergaande afspraken te maken.

© Pixabay
Europarlementariërs hameren in aanloop naar de conferentie op het belang van het Klimaatakkoord van Parijs. De opwarming van de aarde moet beperkt blijven tot maximaal 1,5 graden. Maar dat doel raakt steeds verder uit zicht. Volgens een recent rapport van VN-milieuorganisatie UNEP koerst de wereld met het huidige beleid af op een opwarming van 2,6 tot 2,7 graden deze eeuw. De onderzoekers waarschuwen bovendien dat het vrijwel onvermijdelijk is geworden, dat de grens van 1,5 graad tijdelijk wordt overschreden.

© Roel Wijnants (Flickr, CC BY-NC 2.0)
‘Dit is het nieuwe normaal’, zei klimaatcommissaris Wopke Hoekstra vorige week in een interview met het AD, terugkijkend op de afgelopen zomer, die werd getekend door bosbranden, overstromingen en andere klimaatrampen. Hierdoor stierven in Europa naar schatting 35.000 mensen meer dan gemiddeld. Verder blijkt uit cijfers van de Europese Commissie dat de zomerse klimaatcatastrofes zo’n 113 miljard euro aan schade heeft veroorzaakt. Het was bovendien de warmste Europese zomer ooit gemeten. ‘Tegelijkertijd leert de wetenschap dat dit waarschijnlijk de koudste zomer van het komende decennium zal zijn’, aldus Hoekstra.
Volgens de Eurocommissaris is ook de financiële weerbaarheid van burgers een groeiend probleem. Veel Europeanen blijken onvoldoende verzekerd tegen klimaatschade. Dat komt deels doordat verzekeraars risico’s steeds minder dekken, maar ook doordat veel mensen ten onrechte denken dat hun huidige polis hen al voldoende beschermt tegen de gevolgen van extreem weer.