Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Column Jelle Reumer: Drooggevroren

  •  
21-02-2021
  •  
leestijd 3 minuten
  •  
173 keer bekeken
  •  
jelle_reumer
Vorige week kon er nog worden geschaatst. Nu niet meer, het is voorbij, de schaatsen zijn inmiddels weer in het vet gezet en binnenkort kan de zwemkledij uit de mottenballen gehaald. 
Zelf schaats ik niet meer en ik ben trouwens sowieso een onverbeterlijke koukleum voor wie de zomer niet snel genoeg kan losbarsten, maar desondanks heb ik me uitstekend vermaakt met de tientallen foto’s en filmpjes die je voorbij zag komen, variërend van romantische Hendrick Avercamp-achtige taferelen met mistig ochtendgloren, kale bomen en zelfs wat molens tot hilarische opnamen van idioten die met hun auto door het ijs zakten.

Het meest echter troffen mij de foto’s van verstild onder, in of op het ijs aangetroffen vogels en vissen. Enkele meerkoeten onder mooi doorzichtig zwart ijs, een reiger die roemloos gestrekt lag naast een oevertje, een dikke karper die op weg naar zijn Hades in de ijskoude Styx was blijven steken. Er was trouwens ook nog een foto viral gegaan van een met rijp bedekte ijsvogel, zittend op een takje, het oogje grauw en ingevallen. Die foto bleek al snel een hoax.

Maar nog treffender dan die beelden zelf waren vervolgens de reacties die eronder waren geplaatst. Vooral woorden als ‘zielig’ en ‘wreed’ vielen daarbij op. Het toonde maar weer eens aan dat wij mensen slecht tegen de dood kunnen. Of beter gezegd: we kunnen niet goed tegen de confrontatie met de dood. Een dode meerkoet vinden we zielig, maar als een dode meerkoet één ding niet is, dan is dat zielig. Een dode meerkoet is gewoon dood; het dier heeft geen gevoel meer, neemt niets meer waar, kent geen pijn en kan niet lijden.

Een dode meerkoet is een meerkoetvormige verzameling eiwit- en vetmoleculen vermengd met diverse zouten, mineralen en wat koolhydraten; een verzameling die bovendien op het punt staat uiteen te vallen tot atomen die daarna weer gebruikt kunnen worden om nieuwe meerkoetjes van te assembleren. Het is de kringloop van de natuur, the circle of life. Al het leven staat op de schouders van voorbij leven. Ik zag ook beelden voorbijkomen van andere doodgevroren vogels, een vink zat voor eeuwig verstild in een sneeuwlaagje in de holte van een dakpan, een koolmees lag roerloos in een tuinhoek.

Het ziet er natuurlijk droevig uit, en dat is het ook, want niemand wil doodgaan, wij niet, maar een meerkoet of een koolmees evenmin. Een kenmerk van het leven is de drang er niet mee te willen stoppen. Maar helaas, zo werkt het niet. Zo werkt de natuur niet. En zo toonde de winter van 2021, die maar een week duurde, ons niet alleen het plezier van een mooie ijsbaan op een zonovergoten winterdag, maar ook de tijdelijkheid van het leven en de onlosmakelijk daarmee verbonden niet te vermijden sterfelijkheid.

Ik moet daarom nu wel een beetje filosofisch en contra-intuïtief eindigen. Mede dankzij die letterlijk in hun laatste beweging bevroren karpers, meerkoeten, reigers, vinken en koolmeesjes is er leven op onze aarde. Ik kijk hier nu naar buiten en zie: het is bijna lente.

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.