Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Column Bibi Dumon Tak: Dierentuinen zijn een gepasseerd station

theme-icon
Natuur
Vandaag
leestijd 3 minuten
645 keer bekeken
bibi-dumon-tak

Bibi Dumon Tak

© Vroege Vogels

Volgens columnist Bibi Dumon Tak is de tijd van dierentuinen voorbij. En ja, er bestaan dierentuinen die met fokprogramma's bijdragen aan de bescherming van kwetsbare soorten. Maar die dieren groeien niet op met de geluiden van de Amazone, de sirocco, de golven, of krakend ijs om zich heen.

Lees hieronder de gehele column:

Omdat ik veel over dieren schrijf bezocht ik in de voorbije jaren weleens een dierentuin. Noodgedwongen en nooit uit vrije wil. Maar dat is nu voorbij. Het is een gepasseerd station, omdat ik nooit meer naar al die gekooide dieren kan en wil kijken. Het houdt een keer op. 

​Het begon al in de vorige eeuw. Ik moest voor een artikel naar Diergaarde Blijdorp. Op weg naar degene die ik zou interviewen zag ik hoe een grote groep mensen zich bij het buitenverblijf van de leeuwen had verzameld. Er werd geschreeuwd en gewezen. In het water spartelde een per ongeluk te water geraakte huismus. Een van de leeuwen had zich losgemaakt uit de groep en stond half in het water met het vogeltje te spelen dat tevergeefs probeerde te ontkomen. ​​De bijeengestroomde toeschouwers dampten van opwinding. Maar ik gruwelde bij de aanblik van dat buiten zinnen geraakte publiek en nachtmerriede direct terug naar de tijden van keizer Augustus waarin leeuwen zich onder het aanzwellend gejuich van het volk op weerloze wilde ezels en zebra’s stortten. Ook in Rotterdam liet de mensheid zich die dag met gretigheid trakteren op een drama, dat weliswaar klein was voor de wereld, maar groot voor de mus. Dierentuinen, wist ik vanaf toen, zijn voederplaatsen voor de verkeerde soort.

​Deze maand werden er in diezelfde dierentuin een paar stokstaartjes gedood vanwege hun opruiende gedrag in de groep. Blijdorp wist het exacte getal ter dood veroordeelden niet te noemen, maar sinds de executie had plaatsgevonden, de woordvoerder noemde het inslapen, was er wel een einde gekomen aan de onrust. Of, zoals ik het zelf zou verwoorden, aan de hel waarin ze met elkaar waren beland.  Want ‘De hel,’ zo schreef Jean Paul Sartre al, ‘dat is de ander.’ Een hel die in dit geval werd gefaciliteerd door de betreffende dierentuin zelf.

Intussen was er ook ander dierentuinnieuws. Artis presenteerde namelijk vol trots het nieuwe, niet meer lekkende, aquarium. Het blijkt om een zogenaamd ruime zee te gaan met daarin onneembare obstakels van glas. De dieren die erin moeten leven hebben geen uitzicht op labyrintische koralen of eindeloze bossen van golvend wier, maar op het gezicht van de soort homo sapiens die met zijn neus platgedrukt tegen de ruit hun ruimte binnen probeert te dringen. 

​Die continu spiedende blik is misschien nog het ergst voor de dieren die in gevangenschap moeten leven. De nabijheid van de mens, die rumoerige massa waarvoor ze zich niet kunnen afsluiten. Misschien wel voor het oog, maar niet voor het oor, of andere trillinggevoelige organen. 

​Ter verdediging van hun bestaan voeren dierentuinen de belangwekkende fokprogramma’s aan die zouden bijdragen aan de bescherming van kwetsbare soorten. Maar lang niet alle dieren in dierentuinen hoeven beschermd te worden. En trouwens, ook als ze wel beschermd moeten worden zullen alle dieren denken: fok jullie mensen met jullie fokprogramma’s. We sterven nog liever uit dan dat we gedwongen moeten samenhokken in één ruimte. We willen vrij kunnen rondlopen, kunnen migreren, zwemmen, vliegen. We willen onze eigen partner uitkiezen en wonen op ons zelfverkozen deel van de steppe, ijsvlakte, eiland of bergketen. We lopen misschien meer gevaar, maar we zitten niet opgeborgen in een levend museum. We willen dat onze jongen in vrijheid worden geboren, met de geluiden van de Amazone, de sirocco, de golven, of krakend ijs om zich heen.

​En dan tenslotte de stokstaartjes. Die arme stokstaartjes. Er was nergens plaats voor ze, vertelde de woordvoerder van Blijdorp, geen andere dierentuin wilde ze hebben. Dat stemt me verdrietig. Er kunnen toch nooit te veel van die grappige aardmannetjes zijn? De Kalahari, hun moederland, is zo oneindig groot. Die had haar ruziënde zonen direct een schuilplaats geboden. Het waren er trouwens acht. Acht mannetjes, en dat waren er te veel voor een dierentuin, maar helaas te weinig voor een flinke rel.

Delen:

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

Gerelateerd

BNNVARA wij zijn voor