Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Column Begijn le Bleu: Gieren

theme-icon
Natuur
Gisteren
leestijd 4 minuten
184 keer bekeken
Begijn Le Bleu

Begijn Le Bleu

© Fotograaf Jelle Vermeersch

De beklimming van de Point de Nantaux was voor columnist Begijn le Bleu een zware tocht. Maar de ontmoeting met gieren op grote hoogte deed hem weer iets beseffen: "De levende wereld is zoveel grootser dan ik me kan voorstellen. De grootsheid van Pointe de Nantaux zette me met beide voeten op de grond." 

Lees hieronder de gehele column:

Mijn dochter en ik keken op de landkaart. We volgden de hoogtelijnen tot we de naam van de berg zagen: Pointe de Nantaux (2170 m). Dat moest hem worden. De tocht van de dag. We zaten op achthonderd meter, dus dat zou even tanden bijten worden. Zeker als je weet dat de tocht maar veertien kilometer lang was. Dat betekende een gemiddeld stijgingspercentage van tien procent. Voor een fietser is dat pittig, voor een wandelaar is dat te doen. Waarschijnlijk zat er variatie in de helling. Daar moesten we rekening mee houden. 

We vertrokken in Montriond, een pittoresk dorpje in de Haute-Savoie in de Noordelijke Alpen. Dit Franse departement herbergt enkele van de meest spectaculaire natuurgebieden van Frankrijk. Het landschap is er ruig en wordt gedomineerd door het Mont Blanc-gebied. Je hebt er steile rotswanden, bergmeren, alpenweiden en uitgestrekte bossen

Daar gingen we. Mijn dochter liep voorop. Na een half uur had ik mijn ritme nog niet gevonden. De steile helling had me te grazen. Adem in langs de neus. Adem uit langs de mond. “Pompen” dacht ik bij mezelf, “Pomp die zuurstof in je longen”. Mijn dochter stapte stevig door. We hadden er afspraken rond gemaakt. “Ieder op zijn eigen tempo”. Toch slaagden we erin om elkaar steeds weer uit te dagen. Vraag me niet waarom. Dat gaat zo bij ons: doorstappen, graag.

Na meer dan een kilometer hoogte te hebben gewonnen bereikten we de slotklim naar de top. Daar realiseerde ik me dat ik een rekenfout had gemaakt. De tocht was veertien kilometer, maar het was zeven kilometer stijgen. De terugtocht was een zeven kilometer lange afdaling. Dat bracht het gemiddelde stijgingspercentage op twintig procent. Waarom precies weet ik niet altijd niet, maar mijn dochter en ik voelden er niks voor om terug te keren.  En dat had ik eigenlijk moeten doen.

We dronken nog wat en zetten onze tocht na een korte pauze verder. Toen ik omhoogkeek, in de richting van de top, leek de afstand mee te vallen. Het pad dat voor ons lag was echter steil. Dit zou de grootste uitdaging van de tocht zou worden. Voor ons rees een muur van schraal grasland op, doorsneden door een gortdroog zandpad vol losse keien. Ik schatte de helling op zo'n dertig tot vijfendertig procent. "Een honderdtal meter rustig afwerken en pompen," dacht ik. 

Het open landschap had op dat moment iets beangstigends. Het weidse zicht leek eindeloos te deinen. Ik werd omsingeld door het grijs van de rotsvelden, die het zonlicht fel weerkaatsten. De losse keien, in combinatie met het steile stijgingspercentage, maakten de klim nog moeilijker. Happend naar adem had ik het gevoel dat elk houvast verdwenen was. Mijn dochter liep als een berggeit omhoog. Voor haar was de top een baken, voor mij leek hij alleen maar verder weg te schuiven. 

Ik hield een korte pauze. Maar na deze halt moest ik tien meter verderop weer stoppen. Ditmaal duizelde ik. Ik zette mij happend naar adem neer op een rots. Wat was er met mij aan de hand

Na de pauze vatten we de laatste klim naar de top in, maar na twee onderbrekingen hield ik het voor bekeken. Mijn hardware was intact, maar mijn software rammelde. De duizelingen hielden aan en waren voor mij de doorslag om op te geven. We besloten dat we te laat waren vertrokken en dat ik de tocht schromelijk onderschat had. 

De stilte van de omgeving overviel ons. Terwijl we daar zaten leek het alsof we één werden met die ruige omgeving die geen genade kende voor ons doen en laten. Moe van de inspanning en het denken gaf ik me over aan de elementen. En toen gebeurde het.

Een grote schaduw viel over ons heen. 

“Gieren” zei mijn dochter vol bewondering. 

Een groep van een tiental vale gieren schoven voorbij. Grote, bruine gestalten die de wind en de zwaartekracht leken te trotseren. We zeiden niets, maar keken samen met ontzag naar vogels die zich met een schijnbaar gemak door deze barre wereld bewogen. 

Toen zag ik dat er nog een andere soort tussen vloog.

“Lammergier!” riep ik uit. 

Witte kop, zwarte baard, roestkleurige borst. Een spanwijdte van bijna tweeënhalve meter. Het is de enige vogel ter wereld die gespecialiseerd is in het eten van botten. Het kwam niet eens in me op dat ik hem hier zou kunnen aantreffen, terwijl het landschap perfect bij hem paste. Hij leeft juist in afgelegen berggebieden.

Ik hield mijn hand voor mijn mond. Ik besefte dat ook deze dag me weer iets had geleerd. De levende wereld is zoveel grootser dan ik me kan voorstellen. De grootsheid van Pointe de Nantaux zette me met beide voeten op de grond. 

De gieren haalden me uit mijn zelfbeklag. Met mijn lieve dochter aan mijn zij maakte ik de wandeling af en bij onze terugkeer in Montriond serveerde Le Rocher, de plaatselijke pizzeria, ons een voortreffelijke maaltijd.

Delen:

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

Gerelateerd

BNNVARA wij zijn voor