Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Bibi Dumon Tak: IJs en weder

theme-icon
Natuur
Vandaag
leestijd 3 minuten
139 keer bekeken
bibi-dumon-tak

Vroeger was het leven afgestemd op het weer en de seizoenen. Afspraak en planning waren daarbij altijd onder voorbehoud van ijs en weder. Maar dat is in 2026 niet meer zo, schrijft columnist Bibi Dumon Tak. Zij ging ondanks sneeuw en ijs naar Groningen en dat kwam haar duur te staan.

Lees hier de volledige column:

Er was een tijd, lang geleden, dat de mensen net als de dieren, leefden naar het weer en de seizoenen. Er werden aardbeien gegeten in de zomer en kool in de winter. De werkdag eindigde wanneer de zonsondergang de mensen naar binnen riep. En in de winter gold er bij afspraken altijd een voorbehoud: ‘ijs en weder dienende’. Mogelijk zouden de wegen onbegaanbaar zijn of het water onbevaarbaar. Mogelijk zou een sneeuwjacht de koets laten stranden. Zou ijzel de straten toedekken en de mensen verhinderen op pad te gaan. IJs en weder dienende was een toezegging, tenzij de weersomstandigheden die toezegging onmogelijk maakten. De mensen hielden daar rekening mee. Een weeralarm hadden ze daar niet voor nodig. Een blik naar buiten was voldoende. De wereld kwam tot rust. De mensen werden bomen, werden egeltjes, werden mussen rond hun huis.

Maar dan in 2026. Niets weerhield mij ervan die eerste maandag na de kerstvakantie op pad te gaan naar Groningen waar 250 pabostudenten op mij wachtten voor een lezing over lezen. De moderne mens wil namelijk niets te maken hebben met welk ijs en welk weder dan ook. Een toezegging is een toezegging waar niet van mag worden afgeweken. En dus stapte ik die ochtend om half zeven op de fiets die me naar de bus bracht, die me naar de metro bracht, die me naar de trein bracht, die me naar de Hanzehogeschool bracht. Intussen las ik over vrachtwagens die schaarden, over auto’s die overal vanaf gleden, over vliegtuigen die waren vastgevroren, maar de trein waarin ik zat, die deed het nog.

De terugweg, rond het middaguur, zag er minder hoopvol uit. Ter hoogte van Beilen kregen we te horen dat de trein waarin we zaten vanwege wisselstoringen niet verder zou rijden dan Hoogeveen. Dat die wisselstoringen werden veroorzaakt doordat de waakvlammetjes van de door gas verwarmde spoorwissels waren uitgewaaid werd er niet bijverteld. Dat was jammer, omdat het zo ontzettend grappig was. Dat zoiets als een waakvlam nog bestond én dat die dooft op momenten dat het er werkelijk op aankwam, namelijk wanneer het koud wordt. Als de conducteur dat door de intercom had geroepen hadden we nog kunnen lachen van ongeloof, maar de enige informatie die we wel kregen was dat we in Hoogeveen moesten afwachten op wat komen zou. Dat was niet veel. Maar één trein zou al voldoende zijn.

Omdat er op het perron verder niets te beleven viel, bonden mensen gesprekken aan met elkaar. Wie had welke informatie paraat? Niemand? We kwamen erachter dat zowel de app van de NS als die van OV-9292 eruit lagen. De borden boven de perrons gaven aan dat alles was gecanceld vanwege de weersomstandigheden die we daar ter plekke in alle hevigheid aan den lijve ondervonden. Hadden we toen geweten dat de app van de NS er niet uit lag omdat hij overbelast was, zoals we dachten, maar omdat AI ervan overtuigd was dat het systeem slachtoffer was geworden van een cyberaanval en zichzelf daarom uit voorzorg maar had uitgeschakeld, dan was er opnieuw iets te lachen geweest, daar op spoor 2.

Intussen had ik te doen met het meisje in haar zomerkleren dat met haar rugzak op weg was naar Thailand. Een winterjas inpakken was ijs en weder dienende volgens haar niet nodig geweest. En ik had ook te doen met de conducteur die vriendelijk bleef herhalen dat ook hij afhankelijk was van dezelfde apps die de reizigers gebruikten, en dat hij, net als iedereen, nog lang niet thuis was.

Toch was er die dag, toen ik eindelijk rond middernacht de sleutel in de voordeur stak, één waakvlam die niet was uitgegaan. En dat was het onverwoestbare en zacht gloeiende vertrouwen in mijn medereizigers. Iets in ons wezen wist namelijk nog dat sommige dingen niet kunnen worden afgedwongen. Dat de winter nog altijd Koning kon zijn. Want bijna iedereen die ik tegenkwam liet die dag de stilstand gelaten over zich heen komen, behalve het meisje in haar zomerkleren dat op haar gympies op en neer bleef springen op een verafgelegen en onbereikbaar Drents perron.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Gerelateerd

Al 100 jaar voor