
© ANP
Begin jaren 90 smulde Nederland van de comedyserie Vrienden voor het leven. Hoofdrolspeler Peter Lusse (‘Eddepet’) en producent Joop van den Ende blikken terug.
Vrienden voor het leven
Zij zoekt de warmte bij hem op
Vrienden voor het leven
Hij vijzelt haar humeur weer op
Soms is er wel onenigheid
maar dat duurt gewoon maar even
Ondanks alles zijn zij vrienden voor het leven
Velen kunnen de titelsong van Vrienden voor het leven (1991–1993) nog altijd meezingen, dertig jaar na dato. Het nummer, vertolkt door Danny de Munk – die opeens niet Amsterdams meer klonk, maar bijna overdreven Algemeen Beschaafd – stond in het debuutjaar van de comedyserie dan ook zeven weken lang in de Top 40 (hoogste positie: 18). In die zin paste het lied perfect bij de hit die Vrienden voor het leven was: zo’n programma dat je wilde zien, omdat het er de volgende ochtend over ging, op de werkvloer en op het schoolplein. Vijf seizoenen zond RTL 4 uit, gemaakt door het productiebedrijf van Joop van den Ende, op basis van het Engelse origineel The two of us. Alles draaide om de relatie tussen de enigszins burgerlijke en kneuzige Eddie Veenstra (gespeeld door Peter Lusse) en zijn ruimdenkende vriendin Ellen van den Berg (Mary-Lou van Stenis, abusievelijk gespeld als ‘Steenis’), met wie hij samenwoont. Vrienden voor het levenwon al in 1991 de Gouden Televizier-Ring en zijn twee hoofdrolspelers groeiden uit tot heuse publiekslievelingen.
RTL 4, de eerste commerciële zender van Nederland, had zijn verleden als jongerenkanaal RTL-Véronique nog maar net van zich afgeschud. Dit dankzij tv-producent Joop van den Ende, die toch ergens naartoe moest met de inboedel van zijn mislukte ‘sterrennet’ TV10. ‘Zeventig procent van de programma’s van RTL 4 waren van mij,’ vertelt Van den Ende. Al snel zag hij dat de zender meer nodig had dan shows en quizjes – een comedyserie, bijvoorbeeld. ‘In Londen had ik een agent zitten, aan wie ik vroeg om de vijf beste Engelse sitcoms van de afgelopen jaren. De videoband die ik ontving bevatte The two of us, van schrijver Alex Shearer. Da’s lekker zeg, dacht ik. Da’s leuk.’ Van den Ende sloeg toe en liet de scenario’s naar het Nederlands vertalen.
Ondertussen figureerde in de reclamespotjes van chipsmerk Smiths (‘Ze smaken zoals ze kraken’) een bijdehante jonge vent (‘Dis is tievie, men!’). Dat zou weleens de ‘breekbare jongen’ kunnen zijn die Van den Ende zocht voor de hoofdrol. Laat hem auditie doen, adviseerde hij zijn uitvoerend producent Julie van Hemert.
Peter Lusse, de cabaretier die in de chipsreclame speelde, hoorde van zijn toenmalige agent Harry Klooster dat RTL 4 een comedyserie ging maken. Hij besloot auditie te doen en begaf zich naar de Bussumse villa van Van Hemert. Van zijn auditie weet Lusse niets meer, maar wel van hetgeen daarna gebeurde. ‘Na de auditie werd ik dwars door de villa naar een andere ruimte geleid. Daar, in een kamertje, zat Joop van den Ende, die had meegekeken. Hij zei: “Ik wil jou voor de hoofdrol. Jij moet die serie gaan trekken. Maar ik weet ook dat jij cabaretier bent. Dus ik wil een voorstelling van je zien, dan kunnen we die misschien uitzenden. En ik wil televisieprogramma’s met jou gaan maken en ontwikkelen.”’ Volgens de producent klopt de anekdote niet. ‘Ik ben nooit aanwezig bij castings. Ik bekijk ze achteraf, op tape. Dat gesprek heeft later plaatsgevonden. Wat die cabaretvoorstelling betreft: ik heb gezegd dat ik die zou gaan bekijken.’ In de lezing van Van den Ende ontving hij van Van Hemert een videoband met auditanten, waarop Lusse ontbrak. ‘”Waar is die jongen van de chipsreclame?” vroeg ik. “Die vonden we niks,” antwoordde Van Hemert. Daarna heb ik alsnog de tape met Peter gekregen. “Kijk nou, die timing!” zei ik.’ Hoe dan ook: de mannelijke hoofdrol ging naar Lusse. Voor de vrouwelijke dacht Van den Ende aan een jonge actrice uit de razend populaire dramaserie Spijkerhoek, die hij ook produceerde. ‘Mary-Lou van Stenis. Die kon veel.’ De eerste scenario’s die Lusse onder ogen kreeg, bleken bewerkt door Paul de Leeuw. ‘Die had er stevig de bijl in gezet. In een van de eerste afleveringen moest ik al in mijn blote reet op tv.’
Lusse informeerde of hij de scripts onder handen kon nemen, en dat mocht. Toen Alex Shearer vanuit Engeland overkwam om de Nederlandse adaptatie van zijn serie te inspecteren, vroeg hij Lusse – ‘om te testen’ – naar de vertaling van een bepaalde scène. Daarin staat Eddie hinderlijk dicht bij Ellen te stofzuigen. Zij vraagt hem daarmee op de houden, waarop Eddie met een Engelse woordspeling reageert: ‘I’m not hovering, I’m hoovering.’ Vrij vertaald: ‘Ik hang niet om je heen, ik ben aan het stofzuigen.’ Lusse: ‘Ik had ervan gemaakt dat Ellen zegt: “Sta niet zo in mijn nek te hijgen.” En Eddie: “Ik hijg niet, ik zuig.”’
Voor de titelsong werd Danny de Munk aangezocht, bij het grote publiek bekend als het Amsterdamse straatschoffie uit de film Ciske de rat. Geen toeval, want De Munk was een artiest uit de stal 23entertainment van Van den Ende. ‘Dit was een voorbeeld van de combinaties die ik altijd zocht: mensen helpen, ze kansen geven, zodat ze zich ontwikkelden op verschillende terreinen,’ licht de producent toe. De Munk debuteerde in 1991 in een musical: Les misérables, van Van den Ende. Daar kwam die opvallende articulatie ook vandaan.
‘Danny heeft toen spraaklessen gehad. Hij kon in Les misérables natuurlijk niet met een Amsterdams accent praten.’ Peter Lusse heeft zich altijd geërgerd aan de titelsong van Vrienden voor het leven. ‘De muziek is goed en Danny is een fantastische zanger, maar de tekst vind ik flut. Een tekst mag complex zijn, mag iets anders betekenen dan de woorden waaruit hij bestaat. Dit is gewoon plat.’
De opnames van Vrienden voor het leven vonden plaats in Van den Endes studio in Aalsmeer, voor publiek. ‘Van begin af aan moest iedereen heel hard lachen,’ zegt Lusse. ‘Zo raar. Dat heeft ons zeer verbaasd.’ Naar het geheim van de serie kan hij alleen maar gissen. De chemie met zijn tegenspeelster Van Stenis, misschien? Lusse herinnert zich een opmerking van Mary Dresselhuys, de grande dame van het Nederlandse toneel. ‘Die zei eens tegen me: “De serie is goed, hoor. Niet altijd, maar als je met Mary-Lou speelt, dan wel.”’
Lusse prijst de timing van Van Stenis. ‘En Mary-Lou had niet de behoefte om leuk te doen, wat ik nog weleens kan hebben.’ Van den Ende: ‘Het geheim van het succes lag in het personage Eddie, die zichzelf een held vond, maar feitelijk een schlemiel was. Zijn Ellen, die er leuk uitzag, omarmde hem ondanks alles.’ Voorspelbaarheid vormde een van de pijlers van de serie. Ellen noemt Eddie regelmatig ‘Eddepet’ en op de belerende woorden van zijn ouderwetse moeder reageert Eddie vaak met een nadrukkelijk ‘ja, moeder.’
Eddies vader veert pas op wanneer het onderwerp seks besproken wordt. ‘Vrienden voor het leven is een clichéserie,’ zegt Lusse. ‘Zoals bij veel andere comedy draait het om sjablonen, om archetypische figuren. Die bedienen zich van clichés. De kijker wist hoe Eddie en Ellen op een bepaalde situatie zouden reageren, en dat was onderdeel van de lol.’
De reeks werd zo succesvol, dat de oorspronkelijke scenario’s al snel opraakten. Lusse: ‘Nadat we door de Engelse scripts heen waren, bedacht Alex Shearer treatments (scenische synopsissen of beschrijvingen, red.) van twee regels, waarvan een Engels schrijversteam een halffabricaat bakte. Wij maakten dat vervolgens af.’ Vrienden voor het leven zou uiteindelijk 65 afleveringen tellen – twee keer zo veel als The two of us. Op het laatst was Lusse eindverantwoordelijk voor de scenario’s, die hij schreef met acteur en tekstdichter Jan Simon Minkema.
Rijk is hij er niet van geworden. ‘Ik heb zeker goed verdiend, maar om miljonair te worden, had ik zaterdagavondshows moeten doen.’ Naast de televisieopnames trad Lusse op als cabaretier. Op zeker moment kreeg hij met uitputtingsverschijnselen te maken. ‘Ik werkte me de tering. Ik was kapot, de hele tijd.’ Het viel hem steeds moeilijker om verhaallijnen te bedenken. Bovendien kreeg hij naar eigen zeggen genoeg van het succes. ‘Na dat vijfde seizoen dacht ik: het kan alleen maar minder worden. De spelersgroep was geweldig, helemaal zonder kapsones, maar toch zag ik op zeker moment dat we onszelf wat te goed begonnen te vinden. Ik was er gewoon op uitgekeken.’
De 65ste uitzending van Vrienden voor het leven werd op Oudjaarsdag 1993 uitgezonden. Zo’n anderhalve week later staken Lusse en Van den Ende de koppen bij elkaar: doorgaan of niet? Die bijeenkomst was ‘niet leuk’, zegt Van den Ende. Peter wilde het liefste bij de publieke omroep werken, hij vond RTL ordinair. Dat was zijn antwoord aan mij. Daarmee was de relatie op.’ Lusse bestrijdt dat. ‘Geen sprake van dat ik op Joops tv-visie neerkeek.’
Hij maakte in 1995 voor RTL 4 nog het satirische (en weinig succesvolle) programma Lekker lang Lusse. Ook zou hij voor Van den Ende eind jaren 90 spelen in het toneelstuk Het zakkendiner. Al die tijd kampte Lusse met vermoeidheid. Pas jaren later zou blijken dat zijn stofwisseling hem in de weg zat. Daardoor kon hij minder werken dan hij wilde, belandde hij in financiële problemen en raakte zelfs zijn woning kwijt – een verhaal dat hij de afgelopen jaren aan verschillende media vertelde. Inmiddels zijn de gezondheidsproblemen voorbij en is ook zijn woonsituatie weer stabiel, vertelt Lusse. ‘Ik heb me jarenlang te pletter gewerkt om de status te krijgen die ik wilde.’ Die raakte hij kwijt – maar van het personage Eddie Veenstra komt Lusse nooit meer af.
‘Nog steeds spreek ik collega’s van vijftien jaar jonger, gearriveerde acteurs, die zeggen: “Jij was mijn jeugdheld.”’ Toen Lusse in 2023 terugkeerde in de theaters, na jaren uit de roulatie te zijn geweest, was dat dan ook met een cabaretvoorstelling genaamd Eddie voor het leven. Velen vermoeden dat hij met weemoed terugdenkt aan Vrienden voor het leven, maar dat is niet zo, zegt Lusse. Zakelijk: ‘Het is gewoon een van de honderdduizend dingen die ik gedaan heb.’
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief