
© Wim Sneller
Dirk Jan Roeleven werd na 42 jaar tv-ervaring invalkracht bij Eus’ boekenclub en besloot daar vooral te observeren.
Ik ben een woord met acht verschillende medeklinkers: N.V.L.K.R.C.H.T. Als invalkracht ben ik voor twee maanden verbonden aan de redactie van Eus’ boekenclub, genoemd naar schrijver/presentator Özcan ‘Eus’ Akyol, bijgenaamd ‘De Literatuurzendeling’. Hij bezoekt scholen om jongeren aan het lezen te krijgen en ook dit programma heeft als doel de deur naar de literatuur wijd open te zetten.
Ik ken Eus niet en nu ben ik dus onderdeel van zijn redactie, belast met de voorgesprekken met de dichters en schrijvers. Romans lezen, auteurs bellen, verslag maken, stand-in tijdens de repetities, gasten begeleiden voor, tijdens en na de opnames. Een tijdelijke baan, die me na een 42-jarige loopbaan als programmamaker weer terugbrengt naar het begin. In 1984 was ik leerling-redacteur bij KRO’s De ver van mijn bed show met presentator Han van der Meer, onder regie van Berend Boudewijn. Een programma over de positieve, kleurrijke kant van wat toen nog de Derde Wereld heette.
In die jaren werd me bijgebracht dat bij televisie alles in dienst moet staan van de man die straks voor de camera zit. Ik zie mezelf weer als twintiger nerveus de vloer oplopen met de laatste informatie voor de presentator van de liveshow. Prettige stress, zolang de presentator je prijst voor je goede werk. Traumatisch als je ineens wordt afgeblaft omdat je hem irriteert, te laat bent of een foutje hebt gemaakt. Die baan ga ik nu dus weer doen, met een koffer vol ervaring als programmamaker, regisseur en eindredacteur. De cirkel is rond, zou Louis van Gaal dichten.
Alle voorbereidingen zijn naar wens verlopen. Het bellen met de schrijvers heb ik als een voorrecht ervaren. Zoals dat belletje met New York City waar Arnon Grunberg net terug is van zijn ochtendwandeling. We bespreken belang, effect en ontstaan van de openingszinnen in zijn ijzersterke verhalenbundel Het aanwezige been. En ik geniet minstens een dag na van een geslaagd telefoontje met die ontzettend aardige tachtigjarige mevrouw die zojuist weer een prachtboek heeft gepubliceerd onder haar schrijversnaam Anna Enquist.
Of het juichende berichtje van Splinter Chabot nadat ik per app heb gemeld dat ik vol woede en ontroering zijn nieuwste boek Twee prinsen had gelezen: ‘Ahhhhhh, wat ontzettend fijn en lief. Je bent de eerste buiten de uitgeverij die het leest!’ Maar ook extase als de Vlaamse dichteres Annelies Verbeke het gedicht voordraagt dat ze heeft geselecteerd voor Eus’ boekenclub. Op de speaker van mijn telefoon klinkt haar mooie Vlaamse dictie een volle minuut door mijn werkkamer. Ik applaudisseer spontaan als ze klaar is.
En dan is daar nog vanuit zijn Zuid-Franse woning Thomas Olde Heuvelt, schrijver in het mij onbekende genre horrorfictie. Uit zijn laatste boek blijkt dat hij net als ik op zeer jonge leeftijd zijn vader heeft verloren. Zonder gêne praten we als ervaringsdeskundigen over het effect daarvan op ons leven.
Ik kijk intussen uit naar de ontmoeting met Eus, de man die alle lijntjes bij elkaar gaat brengen. Ik zie hem al sinds De wereld draait door in allerhande televisieprogramma’s opdraven; als presentator, gast of opiniemaker. Daarnaast schrijft hij boeken, stukken in dagbladen en tijdschriften, treedt hij op in het theater en maakt hij podcasts. Een fascinerende mix van geldingsdrang, zendeling en kleine zelfstandige. Ruim twintig jaar jonger dan ik, maar met een vergelijkbare achtergrond van journalistenschool en gestrande studie Nederlands. Ik wil hem graag beter leren kennen.
Lees verder in VARAgids 11. Vanaf dinsdag 10 maart 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief