Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media

Te land, ter zee en in de lucht (1971-heden)

09-03-2026
leestijd 9 minuten
141 keer bekeken
Scherm­afbeelding 2026-03-09 om 10.56.42

© EndemolShine Nederland

Tussen 1971 en 2010 ontwikkelde Te land, ter zee en in de lucht zich volgens een geheel eigen dynamiek. 

De bedenker

In het voorjaar van 1971 zat televisieproducent René Stokvis in het kantoor van Joop Landré, directeur van de TROS. Ze spraken over het feit dat ze alleen grote programma’s maakten die in de winter werden uitgezonden. Dat kon anders, vond Stokvis. Landré was het met hem eens. Er was best plek voor een programma met een zomerse sfeer. Maar welk? Niet veel later, in Londen, bladerde Stokvis door een Engelse krant. Hij werd getroffen door een foto. Er stond een man op die met een zelfgebouwd, vliegtuigachtig apparaat vanaf de Tower Bridge in het water van de Theems was gesprongen. Wat grappig, dacht Stokvis. Kunnen we niet een wedstrijd verzinnen met mensen en in elkaar geknutselde vliegmachines? Terug in Nederland zag ook Landré er iets in – mits leuk en verantwoord. Stokvis belde een vriend, Lou van Rees, die als impresario zijn fortuin gemaakt had door grote internationale artiesten als Frank Sinatra naar Nederland te halen. Hij woonde aan de Vinkeveense plassen, waar hij regelmatig te vinden was achter zijn eigen speedboot, hangend aan een deltavlieger die Louis Armstrong hem ooit cadeau had gedaan. Stokvis: ‘Ik vertelde hem over mijn idee en vroeg of hij me kon helpen met uitproberen hoe die vlieger werkte, hoe hoog en hoe laag je ermee kon.

Dat weekend heb ik zelf achter zijn speedboot gehangen. Op een gegeven moment vloog ik zo hoog dat ik dacht: nou, zó hoog gaan we in elk geval niet.’ Een hoogte van 8,5 m voldeed, besloot Stokvis. De wedstrijd zou moeten draaien om de vraag: wie blijft het langst in de lucht? Het antwoord zou worden bepaald zoals bij schaatswedstrijden, met drie mensen langs de baan die op handklokken de tijd bijhielden, en daar het gemiddelde van.

De productie van Vlieg er eens uit – zo zou het programma gaan heten – kon beginnen. Stokvis achtte de binnenhaven van Enkhuizen het perfecte decor en benaderde de burgemeester en de havenmeester, die de haven en de wegen ernaartoe afzetten. Hij liet een toren bouwen waar de amateur-vliegeniers vanaf konden springen en huurde een duikersteam om hen uit het water te vissen. Presentator werd dj Joost den Draaijer. Nu de deelnemers nog. De TROS had op televisie een wervingsspotje uitgezonden, maar de respons viel nogal tegen: slechts een stuk of zeven, acht kandidaten hadden zich gemeld. Stokvis: ‘Ik belde Hammy de Beukelaer op, de leider van een stuntteam dat vaak werd ingeschakeld voor filmopnames. “Ik wil bij jou een paar deelnemers bestellen,” zei ik. Dat kon. “Eén die op de fiets naar beneden gaat en een sprong maakt, een tweede die met een parasol springt en nummer drie gaat op een Vliegende Hollander.”

In de uitzending werden de stuntmannen gepresenteerd als gewone Nederlanders. De rest van het programma, dat vijftig minuten zou duren, vulde Stokvis met artiesten als BZN en The Cats. De opnames waren ‘om je te bescheuren,’ aldus Stokvis. ‘We hadden een rijksambtenaar uit Den Haag, en die heette meneer Houtepen.

Hij durfde niet. Hij had twee vleugels aan zijn armen gebonden en stond op de toren als een soort eenzame Batman. “Toe maar, meneer Houtepen,” moedigde Joost den Draaijer hem aan. En later: “We hebben niet tot Kerstmis de tijd.” De man verzamelde zijn moed, sprong, en ging ongelooflijk op zijn bek. De duikers zwommen erop af. Toen ze meneer Houtepen te pakken hadden, murmelde hij alleen maar. Hij wilde iets duidelijk maken, maar ze verstonden hem niet. Wat bleek: zijn kunstgebit was in zijn keel geschoten. Een duiker heeft het er met zijn vingers uit gehaald.’

Vlieg er eens uit werd een succes: middenin de zomer keken er twee miljoen mensen naar. Talloze aspirant-vliegers meldden zich bij de TROS, maar die had bij Stokvis slechts één uitzending besteld. Ze moesten een jaar wachten. De show bleek een blijvertje en werd in de daaropvolgende jaren uitgebreid. Nieuwe spellen bedacht Stokvis zelf. Elke keer liet hij een klein decor bouwen en toog naar een zwembad om te testen. Zo kwam ‘Tobbedansen’ erbij (vanaf een met groene zeep ingesmeerde helling omlaag glijden, door het water gaan en een bel luiden), en ‘Fiets ’m erin’ (over een smal pad boven het water fietsen en daarna aan de bel trekken), maar ook een heel andere variant als ‘Achteruitrijden’, in echte auto’s op een racecircuit. De titel veranderde naar het overkoepelende Te land, ter zee en in de lucht. Het onderdeel ‘Vlieg er eens uit’ verdween toen een deelnemer op het idee kwam met een deltavlieger van de toren te springen: hij was er zo succesvol mee, dat iedereen hem ging nadoen en de lol er snel af was.

De deelnemer

‘Ik had altijd gezegd: ik doe aan honderd uitzendingen mee, dan stop ik. Maar toen het zover was, baalde ik er wel van. Gelukkig vroegen ze me het jaar erop als starter.’ Johan Vlemmix uit Eindhoven (‘Ik heb altijd al mijn vakanties afgezegd voor het programma’) was 25 jaar lang zo’n fanatieke deelnemer van Te land, ter zee en in de lucht dat het hem een betaalde baan opleverde. ‘Ik gaf het startschot, en elke keer dat ik die mensen naar beneden zag gaan, had ik hetzelfde gevoel als zij: wauw! Het was het leukste werk dat ik ooit heb gehad.’

Vlemmix begon in 1977, op zeventienjarige leeftijd, met de ‘Badkuipenrace’ in De Efteling en groeide door zijn terugkerende deelname uit tot een bekende Nederlander. Dat is hij nog steeds: we kennen Vlemmix onder meer als ‘minister van Feest’ van de Partij voor de Toekomst (op de kieslijsten in 2002, 2003 en 2012), als zanger (van bijvoorbeeld ‘Een bussie vol met Polen’, 2007), en als oprichter van internettelevisiekanaal Studio Vlemmix (ter ziele gegaan in 2010). ‘Ik kan het moeilijk ontkennen: ik vond die aandacht leuk. Maar ook het bouwen van de karretjes en het meedoen, hoor. Ik kreeg er altijd wel een kick van.’

Vlemmix deed aan alle Te land, ter zee-disciplines mee en won alles wat er te winnen viel: de prijs voor de snelste deelnemer, de beste klusser, het origineelste voertuig. Als favoriete eigen creaties noemt hij een drie meter hoge olifant waar hij maandenlang aan bouwde en een skimobiel waarmee hij in vier minuten naar de overkant fietste (‘het had in zes seconden gekund, maar ik wilde zo lang mogelijk in beeld zijn, want het was mijn afscheidsuitzending’).

Onderlinge rivaliteit bestond niet. ‘Natuurlijk wilde iedereen winnen, maar er was nooit sprake van jaloezie of rare dingen. Iedereen was even aardig.’ Zijn spectaculairste ervaring is ook de huiveringwekkendste. Voor de opnames in Utrecht in 1989 had hij een draaiorgeltje geknutseld, dat aan een touw werd voortgetrokken door een Eindhovense schaatsploeg. Vlemmix vergat het touw tijdig los te laten, waardoor hij gelanceerd werd, een salto maakte en op zijn rug op het ijs smakte. ‘Ik stond gewoon op, maar voor hetzelfde geld had ik mijn nek gebroken.’

De medisch begeleider

‘Er zijn best grote ongevallen geweest,’ stelt Puck Hulstaert. De oud-chirurg en traumatoloog van het UMC Utrecht droeg dertig jaar lang, van 1980 tot de laatste uitzending in 2010, zorg voor de gezondheid van alle hobbyisten die zich met een zelfgebouwd voertuig in het diepe gooiden. ‘Ik zeg altijd: iemand die één meter dunne darm verliest, dat is niet kinderachtig. Botbreuken, kaakbreuken, scalpverwondingen, ik heb het allemaal meegemaakt. En fladderthorax, losse ribben zijn dat. Maar meestal gebeurde er niks, hoor.’

Veertien koffers aan chirurgisch materieel nam Hulstaert mee naar zijn post op het opnameterrein, want het programma werd doorgaans gefilmd op plaatsen waar een ziekenhuis ver weg was. Altijd stond een ambulance klaar. ‘Bij “Achteruitrijden” had ik een dubbel chirurgisch team. Potentieel kon er veel misgaan. De mensen die daaraan meededen, vormden niet het doorsnee-Te land, ter zee-publiek. Het was meer penoze. Criminele lieden, die met zeven grote Amerikaanse auto’s deelnamen, waarmee ze anderen van de weg drukten.’

Om ongelukken te voorkomen, begon Hulstaert zich te bemoeien met de technische keuring van voertuigen. Die duurde zo’n drie uur. ‘Vooral de vooras was heel belangrijk. Als die brak, kon er een hoop misgaan, zeker als er vier mensen op wilden zitten. Een aantal voertuigen liet ik ombouwen. Dat leverde af en toe behoorlijke ruzies op. Moeders die hun kroost in zes seconden te pletter wilden laten vallen, omdat het op tv kwam. En iedereen bemoeide zich ermee. Keurde ik iemand goed, dan zei een ander: “En hém heb je afgekeurd!”’ Sommige deelnemers hadden lasapparatuur meegebracht, anderen konden hun vehikel bij een kluskar van Hubo laten aanpassen. Of ze hadden gewoon pech. ‘Je moest er ook een aantal laten­ crashen. De vent die die ene smak maakt, daar ging het bij Te land, ter zee óók om. En als je met je achteras crasht, maak je alleen maar een pirouette, dat is niet zo erg.’

'Moeders die hun kroost in zes seconden te pletter wilden laten vallen, omdat het op tv kwam.'

De strenge keuring wierp haar vruchten af: door de jaren heen zag Hulstaert het aantal solide constructies toenemen. ‘Steeds meer HTS’ers en studenten van technische universiteiten gingen meedoen, waardoor betere technische principes werden toegepast. Dat was boeiend. Het ging er tenslotte ook om welke bijzondere voertuigen mensen hadden gebouwd.’

De presentator

Jack van Gelder, sportverslaggever van de NOS, trad in de periode 1984–1996 op als presentator van Te land, ter zee en in de lucht en verzorgde het commentaar bij de vele sprongen, vluchten en ritten. ‘Ik kwam geweldig inventieve dingen tegen. En er werden echt prestaties geleverd. Het had niks te maken met het WK Hoogspringen, maar je moest er wel wat voor doen.’

De regisseur

Dezelfde vergelijking met een sportuitzending maakt Patrick van Mierlo, tussen 1999 en 2002 eindredacteur, creative director en regisseur van de zomershow.

‘De kunst was om niet te veel te schakelen. Wij volgden gewoon het spelletje. Je ziet een karretje dat over twee staaldraden gaat, en de vraag is: valt-ie eraf of niet? Als je gaat schakelen tijdens de race – naar het publiek, of naar een close-up – dan haal je de spanning eraf.’

Van Mierlo stond aan het roer toen de productiekosten al begonnen te knellen. Het circus van vijftig à honderd man personeel moest bekostigd worden, maar in de zomer zaten zoveel minder mensen voor de buis dat adverteerders amper wilden betalen. ‘Het moest steeds goedkoper van de TROS. Op een gegeven moment konden de duurdere spellen niet meer. Dan bedachten we iets anders, zoals “Spijkerbroek hangen”. Daarbij moesten kandidaten zich zo lang mogelijk vasthouden aan de pijp van een spijkerbroek.’

In 2010 nam de TROS de laatste reeks Ter land, ter zee en in de lucht op. Van Mierlo: ‘De formule is achterhaald. Vroeger waren mensen makkelijker te motiveren om vier zaterdagen achter elkaar aan een wagentje te knutselen. In mijn tijd werd het elk jaar lastiger om kandidaten te vinden. Er waren producers die weken voor de uitzending bij deelnemers langsgingen om te kijken of ze wel genoeg aan hun karretje deden. Want het moest er wel leuk uitzien op tv.’

Het maakt Johan Vlemmix niets uit. Nog steeds gaat er geen week voorbij of hij wordt aangesproken op zijn capriolen. Bovendien heeft hij dit jaar al vijftien opdrachten staan bij Te land, ter zee en in de lucht-achtige evenementen. ‘Daar ben ik jury, of presentator. In Zaandam heb je Te land, ter Zaan en in de lucht. Er is een race in Groningen, en iets op een camping in Harskamp. Een andere ex-deelnemer heeft een hele baan gebouwd voor “Fiets ’m erin”, en die kunnen mensen huren. Hem kom ik ook wel eens tegen bij dat soort schnabbels. Te land, ter zee en in de lucht is niet dood. Het leeft nog steeds.’

Vlemmix had een vooruitziende blik: in 2024 kreeg het programma een herstart bij RTL 4.

Uit de VARAgids, 2015 (bewerkt in 2026 vanwege de herstart bij RTL 4)

In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie

Delen:

VaragidsAvondeditie

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief

Al 100 jaar voor