
De Playbackshow (1983–1985) begon ooit in de discotheken als een geintje van Henny Huisman. Joop van den Ende: ‘Ik dacht: dit is een ruwe diamant.’
Henny Huisman, presentator en bedenker van de Playbackshow: ‘Aan de Noord-Hollandse kust had je in het begin van de jaren 80 diverse discotheken waar ’s zomers de jeugd uitging. Toen ik een jaar of achttien was, werkte ik daar als dj, net als mijn vriend Rein. We hadden sambaballen mee, een tamboerijn, hoedjes en petjes – allemaal dingen om de jongeren en de toeristen te vermaken. In de Boule 7, een grote tent in Noordwijk waar wel duizend tot twaalfhonderd man in pasten, stond ik in de bovenzaak. Rein stond beneden.’
Rein Sluik, vriend en voormalig manager van Henny Huisman, lid van het productieteam van de Playbackshow: ‘Bij mij stond wat ouder publiek, zo’n twee- tot driehonderd man. Het publiek van Henny was jonger. Bij hen kon Henny de showman zijn, de bink uithangen.’
Huisman: ‘Ik had een Otis Redding-act. Ik playbackte de live-uitvoering van ‘Try a little tenderness’, waarbij ik op het eind helemaal in elkaar zakte. Een vriend kwam me dan een glas water brengen.’
Sluik: ‘Of hij zag een blond meisje, en riep door de microfoon: “Hé, jij lijkt 30 op Bonnie St. Claire! Kom eens naar voren, dan draai ik een plaat van haar en dan doe jij of je haar bent!” En dat deed ze.’
Huisman: ‘We gingen eens het land in met de Hitkrant Drive-In Show. In discotheek Maribel in Katwijk zag ik op ‘Paradise by the dashboard light’ meiden en jongens Meat Loaf nadoen. Ik maakte er een showtje van. Een magere jongen adviseerde ik om een trui onder zijn overhemd te stoppen, want dan zou hij dikker lijken. Een blond meisje zei: “Wacht, ik haal mijn vriendin, want die heeft donker haar en ze kan het beter dan ik.” Op dat moment realiseerde ik me hoe leuk mensen het vinden om iemand na te doen. Iedereen heeft het in zich om, zeker als de muziek hard staat, iets te zijn wat hij of zij niet is. En wie het zelf niet doet, staat er toch naar te kijken.’
Huisman: ‘Dat playbacken moest een televisieprogramma worden, vond ik. Ik had een videoband vol opnames uit de discotheken, en daar ging ik de boer mee op. Maar de omroepen vonden het niks. Te volks. Leuk voor op de camping. Bij Veronica keek Rob Out naar de band. Als hij iets slecht vond, dan schreef hij dat op een plakbriefje, en moest zijn secretaresse een nette brief opstellen. Toen ik mijn videoband weer bij haar kwam ophalen, zag ik dat gele velletje van Rob Out er nog opgeplakt zitten. ‘KUT’ stond erop.’
Joop van den Ende, producent van de Playbackshow: ‘Ik was de manager van André Hazes geworden nadat het Nationaal Showcircus, waarin ik hem had laten optreden, was mislukt. Nu deed ik voor hem de schnabbels. Op 20 oktober 1982 moest hij zingen in stadion Alkmaarderhout, bij voetbalclub AZ.’
Huisman: ‘Een periode van muziek maken – in 1975 scoorden we met Lucifer de hit ‘House for sale’ – was voorbij, toen ik op een dag gebeld werd door de broers Molenaar van het bedrijf Wastora. Zij waren sponsor van AZ. Ze vertelden dat in de pauze van de UEFA Cup-wedstrijd tegen Inter Milan André Hazes zou optreden. Of ik hem niet wilde aankondigen. “Je krijgt er niks voor, hoor,” zeiden ze nog. Maar ik vond het wel leuk. Ik ging naar het stadion in een knalrood jasje en met knalrode schoenen aan.’
Van den Ende: ‘In de pauze werd André Hazes aangekondigd door iemand die ik niet kende. Er stond een man op de middenstip, die praatte, en het hele stadion viel stil.’
Huisman: ‘In de kleedkamer kwam Joop naar mij toe. Natuurlijk wist ik wie hij was. Hij had André van Duin in zijn stal en had Dagboek van een herdershond gemaakt. Hij zei: “Ik ken je niet, maar ik zag vanavond een talent in jou.” “U heeft alleen maar een aankondiging en een afkondiging gezien,” reageerde ik. “Ja, maar je zorgde ervoor dat tienduizend mensen naar je luisterden. En je vertelde grappige dingen. Denk je dat je dat ook voor televisie kunt?” Als ik nu niet een beetje brutaal ben, dacht ik, is hij me zo vergeten. Dus antwoordde ik: “Meneer Van den Ende, ik ben voor televisie gebóren.”’
Van den Ende: ‘Wat een grappige, oorspronkelijke jongen. “Kom eens praten,” zei ik.’
Huisman: ‘“Het allerleukste, meneer Van den Ende, is dat ik een heel leuk idee heb.” “Dan gaan we het daarover hebben,” antwoordde hij. Niet veel later zat ik op het kantoor van Joop van den Ende in Badhoevedorp.’
Sluik: ‘Ik zat inmiddels in de horeca. Op een gegeven moment had ik een discotheek in Haarlem, waar ik Henny wel eens tegenkwam. Je kon hem inhuren, en dan nam hij zelf een aantal acts mee: The Blues Brothers, Donna Summer. Playbackacts. Hij kondigde ze aan. Verrek, dacht ik, daar komt Henny met een eigen playbackshow.’
Van den Ende: ‘Hij vertelde hoe dat ging bij zijn optredens. Er was iets aan de gang in het land dat maakte dat mensen artiesten nadeden. Ik vond het een interessant idee. Je beschikt dan over een goede muziekband, én een goede stem. In de zomer van 1983 zou ik een amusementsprogramma op locatie maken voor de KRO, de Zomeravondshow, met Hans van Willigenburg als presentator.’
Huisman ‘Daar paste een playbackwedstrijd wel in, dacht Joop.’
Van den Ende: ‘Ik wilde Henny zien werken en reed naar een optreden van hem in Heerhugowaard. Dit is een ruwe diamant, dacht ik daar. Hij was brutaal, had niet dat gladde, werkte op de lach. Bovendien bleken sommige deelnemers van zijn playbackshow heel goed. Toen wist ik dat de Zomeravondshow een playbackshow moest worden. Ik heb een opname gemaakt en heb dat aan Warry van Kampen laten zien, chef amusement bij de KRO. Ik wilde graag iets nieuws: dát idee, met díe presentator. “Ik ga twee maanden met vakantie,” zei hij. “Doe het maar.” Hans van Willigenburg heb ik toen moeten passeren. We hadden nu een andere formule, en bij die formule hoorde een andere presentator.’
Huisman: ‘Joop zag me als een zoon. We gingen samen kleding voor me uitzoeken, schoenen erbij, stropdas. Hij zei me waar ik op moest letten, benoemde de talenten die ik had. Ik moest van hem ook logopedielessen volgen, maar daar was ik al mee bezig. Als ik, een gewone jongen zonder veel opleiding die in een Zaans huisje woonde, ooit bij de televisie wilde, dan moest dat.’
Van den Ende: ‘De eerste opnames vonden plaats in Ponypark Slagharen. Henny was heel onzeker. Hij wilde alles opnieuw doen. Ik zei: “Je doet het fantastisch.”’
Huisman: ‘Joop strikte mijn veters, omdat ik dat niet voor elkaar kreeg. Ik was bloednerveus.’
Van den Ende: ‘Henny maakte veel foutjes, maar je voelde: het publiek pikt dit. Bij de montage hebben we alle fouten eruit gehaald, en het resultaat was leuk en ontwapenend. Fris.’
Huisman: ‘Ik had allerlei ideeën aangedragen. Het leek het me leuk om een filmpje te maken waarin ik mensen op straat interviewde met de vraag of ze Henny Huisman kenden. Nee, natuurlijk. Na dat filmpje kwam ik het podium oplopen: “Kijk, ik ben het!” Naar de Zomeravondshow keken zo’n 2,5 miljoen kijkers. Hartje zomer.’
Van den Ende: ‘De gemiddelde televisiepresentator uit die tijd was vrij braaf en stijf. Het spontane van Henny was nieuw – zijn humor en brutaliteit zijn lang kenmerkend geweest. Door het succes liep de Zomeravondshow na de zomer over in de Playbackshow.’
Huisman: ‘Warry van Kampen van de KRO vond dat playbacken een beetje te volks. Terug van vakantie stelde hij voor: “We doen de Playbackshow, maar dan wil ik geen demasqué.” Hij wilde niet dat je een kandidaat in zijn werkkleren zag: eerst als slager, vervolgens als Frank Sinatra. Hij wilde metéén Frank Sinatra. Ik antwoordde: juist niet! Ik had een deur bedacht, met rook, een ding waardoor gewone mensen veranderden in hun idool. Ik had een goed idee, en ik was bang dat ze met dat idee aan de haal zouden gaan. Met het risico van een afwijzing stond ik resoluut op die omkering, die deur: dát was de kern van de formule. Later is het trouwens een lift geworden.’
Peter van der Meer, Winnaar van het eerste seizoen van de Playbackshow: ‘Op een avond zitten we thuis naar de Playbackshow te kijken. Zegt mijn moeder: “Ik heb jou ook opgegeven.” “Als wat dan?” vraag ik. “Als Michael Jackson.” Ik was vijftien, zestien jaar oud en het album Thriller was net een hype. Ik had Michael Jackson nog nooit nagedaan. De voorronde van de Playbackshow vond plaats in een winkelcentrum in Leiderdorp. Ik had één liedje voorbereid: ‘Beat it’. Thuis had ik de moves geoefend bij de videorecorder.’
Huisman: ‘Michael Jackson werd vaak gedaan. André Hazes verschrikkelijk vaak. En Liza Minnelli, met een hoedje op en een wandelstokje.’
Sluik: ‘Na de verjaarsvisite bij mijn moeder in Zaandam reed ik nog even langs het huis van Henny, die opeens beroemd was. Hij had een probleem, want er was een producer gestopt bij de Playbackshow. Ik zei: “Dan zit hier je nieuwe man.” Henny maakte een afspraak voor me met Joop van den Ende, op Koninginnedag 1984, en twee dagen later stond ik in Aalten in een sporthal. Het was hartstikke leuk om Henny bezig te zien bij televisieopnamen. Ik moest de kandidaten begeleiden. Ik weet niet of het daar was, maar we hadden een jongen uit Den Haag die Shirley Bassey nadeed. Hij leek totaal niet op haar, maar het feit dat een man als vrouw verkleed ging, was sensationeel. En Jeffry Bonnet als Edith Piaf. Ik heb ook een playbacker gezien die Michael Jackson imiteerde. Die was zo fabuleus goed. Een betere ben ik nooit tegengekomen.’
Van der Meer: ‘Mijn eerste televisieopnames vonden plaats in Noordwijkerhout, in een sportzaal. Ik weet niet meer wat ze allemaal tegen me gezegd hebben, behalve: “Als op een camera het rode lampje gaat branden, dan neemt die jou op.”
Maar eenmaal bezig was ik dat alweer vergeten. Toen ik de eerste Playbackshow had gewonnen, werd ik gevraagd om mee te toeren met de voorrondes. Winkelcentra, bruiloften, later ook discotheken. Mijn moeder reed me overal naartoe, want ik had nog geen rijbewijs.’
Sluik: ‘Zaaleigenaren konden ons inhuren. We hadden een bestand van honderden kandidaten, en als we een voorronde hadden geregeld in Stadskanaal, ging ik zoeken in de ordner: wie woonde daar in de buurt? Bij wijze van intermezzo namen we artiesten mee. Peter van der Meer, maar ook Jochem van Gelder, als bandparodist. Die deed allemaal kleine stukjes, van Toon Hermans en zo.’
Van der Meer: ‘De seizoensfinale werd rechtstreeks uitgezonden vanaf elektronicabeurs Firato, in de RAI in Amsterdam. Toen ik die won, werd het een gekkenhuis. Wij woonden aan een water in Gouda, en als dat bevroren was, liepen nieuwsgierigen eroverheen om voor ons huis te staan kijken. Er kwamen steeds meer boekingen binnen: uit België, Duitsland, Zwitserland. Als vriendjes op zaterdag gingen voetballen, moest ik weg om ergens op een podium te staan. En op maandagmorgen zat ik weer op school. Mijn moeder was heel duidelijk: ik moest eerst mijn school afmaken.’
Huisman: ‘1985 was een droomjaar. De Playbackshow haalde kijkcijferpieken van zeven, acht miljoen. We wonnen de Televizier-Ring. Ondertussen was mij opgevallen dat de beste playbackers meezongen. Dan zwellen de aderen in je hals op en lijkt het net echt. Sommigen zongen fantastisch. Ik dacht: dit moeten we ook gaan doen.’
'1985 was een droomjaar. De Playbackshow haalde kijkcijferpieken van zeven, acht miljoen. We wonnen de Televizier-Ring.'
Sluik: ‘Steeds meer kandidaten vroegen: ik verkleed me als André Hazes, maar ik klink ook als hem – mag ik niet écht zingen? We gingen het uitproberen bij de voorrondes, waar we mensen uitnodigden zich aan te melden voor zang.’
Huisman: ‘Het nieuwe programma noemde ik de Soundmixshow, omdat er een apparaat van Philips bestond – een soort versterker met een microfoon erbij– die Soundmixer heette. Nu ben ik mijn playbackformule kwijt, dacht ik. Maar ik verzon hetzelfde met kinderen, en dat werd De mini-playbackshow.’
Van der Meer: ‘Ik heb acht jaar lang opgetreden. Eén keer deed ik mee aan de Soundmixshow, als MC Hammer, vanwege een weddenschap. Ook heb ik in 2011 auditie gedaan voor de X Factor. Maar inmiddels ben ik helemaal gestopt.’
Sluik: ‘Uiteindelijk heb ik twintig jaar lang programma’s gemaakt. Later als uitvoerend producent bij Endemol.’
Huisman: ‘Ik sta nog steeds op de planken met Henny Huismans playbackshow. Deze maand heb ik ongeveer zeven optredens, onder meer bij bedrijven. Hoe leuk denk je dat het is, wanneer de mevrouw van de koffie samen met de directeur een act doet? Dat is gillen van het lachen.’
Dit artikel komt uit de VARAgids, 2015.
In het jaar dat de televisie in Nederland 75 jaar bestaat, werkt de VARAgids aan een tv-encyclopedie. De invloed van televisie op onze samenleving is de afgelopen kwarteeuw altijd enorm geweest. Wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief