
© ANP
Bijna was Op volle toeren niet op de buis verschenen, maar Chiel Montagne hield het legendarische muziekprogramma in leven – en al doende menig artiest en platenbaas.
Chiel Montagne was halverwege de twintig toen zich een woordenwisseling voordeed die zijn leven zou veranderen. Montagne, die eigenlijk Bert van Rheenen heette, draaide platen bij Radio Veronica, en deed dat zoals vele collega’s onder pseudoniem – zijn eigenlijke werkgever, de KRO, mocht niet weten dat hij ook voor de zender werkte die net buiten de territoriale wateren op de Noordzee de Nederlandse omroepwet-geving aan het omzeilen was. Hij onderscheidde zich met zijn radioprogramma door een Nederlandstalig, volks repertoire. Een vertegenwoordiger van een platenmaatschappij die regelmatig het zendschip aandeed, zag daar wel brood in. ‘Dat radioprogramma van jou, dat moet op televisie,’ zei hij tegen Montagne. Een doodeng idee, vond de radio-dj, maar fascinerend tegelijk. ‘Leuk,’ antwoordde hij, ‘maar ik kan mezelf niet verkopen. Als jij nog iemand weet…?’ Bij een volgend bezoek schoot de platenman Montagne weer aan: hij kende iemand die hem in Hilversum kon introduceren. Niet veel later zat Montagne bij Joop Landré, oprichter en directeur van de TROS. Hij legde zijn idee voor: een televisieprogramma met volksmuziek van Nederlandstalige artiesten. ‘Nee, nee,’ antwoordde Landré. ‘Dat vind ik niet chic.’ Montagne hield echter aan, en na enig doorpraten kreeg hij te horen: ‘Maak maar een proefuitzending.’
De televisiepresentator in spe ging aan de slag. Over het uiterlijk van het programma had hij vastomlijnde ideeën. ‘Wat voor decor wil je?’ vroeg de regisseur die hem was toegewezen. ‘Geen,’ antwoordde Montagne. ‘Ik wil stalen steigerbouw, met publiek rondom.’ Publiek rondom – dat was nieuw. ‘Dan bestaat de kans dat we de dames verkeerd onder de rokken schieten,’ zei de regisseur. ‘Dan zetten we afdekplaten tegen de steigers,’ reageerde Montagne. Voor zichzelf regelde hij een presentatiedesk, van waarachter hij de artiesten zou aankondigen – als radiomaker voelde hij zich niet vrij genoeg om rond te lopen. Een medewerker van de TROS informeerde of hij al een naam had voor het programma. Nee, een naam had Montagne niet. ‘Op losse groeven,’ riep een aanwezige TROS-producer. Dat klonk goed. Dan nog iets: er moest een spelletje in, vond de TROS. ‘Nee, dat hoeft helemaal niet,’ protesteerde Montagne. Maar hij ving bot, en kwam op de proppen met Gouwe Ouwe: een wand met een grote foto van een artiest, bedekt door puzzelstukjes. Elke optredende zanger of zangeres diende na het zingen een van de stukjes te laten verwijderen, totdat duidelijk werd om wie het ging, waarna de afgebeelde artiest naar voren zou treden om een schlager ten beste te geven. Zijn keuze van artiesten baseerde Montagne op de Nederlandse Top 40 en de Tipparade, twee hitlijsten waarmee Radio Veronica begonnen was en die hij als dj goed kende.
Toen alles op band stond en gemonteerd was, brak het moment aan dat Montagne de proefuitzending samen met TROSdirecteur Landré zou bekijken. Deze zat, met opgerolde hemdsmouwen, in eenkamertje in Studio Irene in Bussum te wachten bij een televisietoestel. Bij binnenkomst van Montagne zette hij het toestel aan, keek zonder iets te zeggen naar de vijftig minuten durende uitzending en zette het toestel weer uit. ‘Nee, we doen het niet,’ sprak hij. ‘Ik vind het niet chic.’ ‘Oké, meneer Landré,’ zei Montagne, ‘dan heb ik verloren.’ De twee stonden op en liepen naar buiten. Toen hij, al gaande, opeens achter zich Landré een deuntje uit de uitzending hoorde fluiten, draaide Montagne zich om. Hij prikte de directeur in zijn buik. ‘Kijk, dat bedoel ik nou.’ ‘Je hebt gewonnen,’ gaf Landré toe. ‘Ga het maar maken. Maar ik houd je in de gaten!’
Ruim veertig jaar na dato weet Chiel Montagne de anekdote nog zo op te dissen. Geen wonder: ‘Ik word nog steeds aangesproken op Op volle toeren,’ vertelt hij over de telefoon. Het maandelijksemuziekprogramma – in 1971 begonnen als Op losse groeven, tussen 1978 en 1990 Op volle toeren geheten – vestigde niet alleen Montagnes naam, maar zorgde ook voor broodnodige groei voor de TROS. De nog jonge Televisie & Radio Omroep Stichting was pas vijf jaar eerder begonnen met uitzenden, en Nederlandstalige muziek bleek aan te slaan. De publieke omroep bestond uit nog maar twee televisienetten, maar desondanks logen de cijfers er niet om. Montagne: ‘Ik weet niet meer of het geleidelijk ging of niet, maar op een gegeven moment trokken we drie miljoen kijkers.’ Het succes maakte de show tot eenfenomeen waarmee niet alleen door de toeschouwers rekening werd houden. ‘Het was het allerbelangrijkste programma,’ stelt Willem van Schijndel. Als helft van carnavalsduo De Deurzakkers, maarook als producent, plugger of promotor van uiteenlopende artiesten als De Havenzangers, André Hazes en Guus Meeuwis & Vagant (‘die heb ik ontdekt’), zegt Van Schijndel alle uitzendingen van Op volle toeren sinds 1978 te hebben bijgewoond. ‘Godsgruwelijk belangrijk. Was je een keer in Op volle toeren geweest, dan had je als artiest een enorm visitekaartje voor optredens,’ legt hij uit. ‘Plus een enorme impuls voor de verkoop. Als je in Op volle toeren zat, of later in Nederland Muziekland op Veronica, dan kon je plaatjes verkopen. Het was zelfs zo dat je, als je een echt goede plaat had, zoals wij met ‘Het feest kan beginnen’, de platenhandelaren kon motiveren om massaal in te kopen. Als op vrijdag Op volle toeren op tv was geweest, dan hadden ze de volgende dag een verschrikkelijk goed lopende winkel.’ Regelmatig belde VanSchijndel met Clemens van Bracht, zijn partner in De Deurzakkers, die een platenzaak in Tilburg runde. ‘Op een gegeven moment had ik het voor elkaar gekregen dat Corry Konings met ‘Adios amor’ in het programma zat. Dan belde ik hem op vanuit Hilversum: “Zijn er al mensen binnengekomen?” Hij: “Ja, al twee, drie, vier, tien!” Zo ging dat. Daar zijn er wel 70.000 à 80.000 van verkocht.’
Hoewel aandacht op de radio minstens zo belangrijk was als een televisieoptreden, fungeerde Op volle toeren als springplank voor menig artiest. ‘Vader Abraham, Corry Konings,’ somt Montagne op. ‘Die waren wel al bekend, maar nu kregen ze een gezicht.’ Koos Alberts zegt het stelliger: ‘Ik denk dat ik mijn carrière te danken heb aan Op volle toeren.’ De Amsterdamse volkszanger brak in 1984 door met zijndebuutsingle ‘Ik verscheurde je foto’, inmiddels een klassieker in het genre. ‘Eerst mocht ik dat lied een minuut of een halve minuut doen in de uitzending, daarna weer iets langer, totdat ik het helemaal mocht zingen.’ Het studiopubliek kon er geen genoeg van krijgen. Alberts: ‘Als een ander nog stond te zingen, en ik moest op, riepen de mensen al: “Koossie! Koossie!” En iedereen had bloemen bij zich. Als je op de trap stond, kreeg je al bloemen. Een keer na de uitzending heb ik al die bossen naar het ziekenhuis gebracht, naar de mensen die daar lagen.’
Ondanks die macht maakte Op volle toeren volgens de voor dit artikel gebelde personen op generlei wijze misbruik van zijn positie. Zanger en producer Peter Koelewijn herinnert zich het programma als ‘een soort samengaan tussen de TROS en platenindustrie’, maar kennelijk zonder een verkeerde vorm van belangenverstrengeling. ‘Het had niks met geld te maken,’ licht hij toe. ‘Kijk: Op volle toeren kon niks zonder toevoer van artiesten. En die artiesten hadden een omroep als de TROS nodig om hun platen te promoten. Dat wederzijds begrip was volledig aanwezig.’ De muziekindustrie paste haar beleid graag aan. ‘Als je een bekend artiest was, dan was het voor Op volle toeren leuk als zij de primeur kregen van je nieuwe plaat. Dat kon je van tevoren afspreken.’ Collega Van Schijndel vertelt iets soortgelijks: ‘Als je een keer niet in de uitzending zat omdat er geen plaats was, dan stelde je de release uit, hè. Dan niet op 10 januari, maar op 10 februari. Op volle toeren moest in de planning, anders had het geen zin.’ Desondanks klotste het geld niet tegen de plinten, stelt Montagne. ‘Nee hoor, dat is een verkeerd beeld. We hadden de dienende taak om artiesten op een juiste wijze voor het voetlicht te brengen.’ Wie op zoek gaat naar seks, drugs en rock-n’-roll in de Nederlandstalige volksmuziek van de jaren 70 en 80 komt bedrogen uit. Gefeest werd er wel. ‘De carnavalsuitzendingen waren legendarisch,’ herinnert Van Schijndel zich. ‘En er zijn heel veel opnames geweest in Leysdream in Roosendaal en ’t Heem in Hattem. Dat was echt een maandelijks uitje. Dan pakten wij een hotel, en als de opnamen
'Op volle toeren kon niks zonder toevoer van artiesten.’
klaar waren, ging iedereen naar de bar: één groot feest natuurlijk. Dat was bingo hier. Of het wel eens zes uur ’s ochtends werd? Nééé. Twaalf uur, één uur, dan was ’t wel klaar.’ ‘Het wás ook wel braaf,’ geeft volkszanger Alberts toe. ‘We waren de hele dag bezig geweest.’ Koelewijn: ‘Het was één grote familiebijeenkomst. Iedereen was er: de platenwereld, de topartiesten van Nederland, aangevuld met nieuwkomers. Het gekke is dat we dat heel normaal gingen vinden. Ik besefte pas hoe belangrijk het was geweest en hoe groot de mogelijkheden op dat moment, toen het wegviel.’ Toch is er geen reden om te somberen, vindt Koelewijn: andere media zijn in het gat gesprongen. ‘Nederlandstalige volksmuziek blijft altijd bestaan. Het is niet voor niks volkse muziek.’
Dit artikel komt uit de VARAgids.
In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief