
© ANP
De meeste beelden van Ja zuster, nee zuster zijn gewist. Juist daarom groeide het uit tot een tv-klassieker, denkt Barrie Stevens, destijds Bobby in de serie.
Barrie Stevens (81) speelde Bobby in Ja zuster, nee zuster, de best bekeken serie uit de Nederlandse televisiegeschiedenis, en is het enige castlid dat zich de opnames nog kan herinneren. Alle anderen zijn namelijk dood. ‘Dat is een vreemd idee,’ zegt hij met zijn charmante Engelse accent, ‘maar ik ben vooral trots en dankbaar dat ik tussen al die grootheden aan deze serie heb mogen meewerken. Dat heb ik me toen eigenlijk nooit gerealiseerd.’
Van de serie die tussen 1966 en 1968 wekelijks zeven miljoen mensen voor de buis hield, in een land van dertien miljoen, is op een paar fragmenten na niets bewaard gebleven. De VARA wiste de Ampex-banden voor hergebruik; nieuwe banden kostten 1200 gulden per stuk. ‘In die tijd werd er helemaal niet over nagedacht om die banden te bewaren. Ik had ook nooit gedacht dat ik zestig jaar later nog eens met jou over deze serie zou praten.’
Ja zuster, nee zuster was een muzikale televisieserie over de bewoners en het personeel van een klein rusthuis in de Primulastraat, bedacht door schrijfster Annie M.G. Schmidt en componist Harry Bannink. Elke aflevering bevatte twee of drie nieuwe liedjes, die Schmidt schreef en Bannink op muziek zette. In totaal leverden ze er bijna zestig af, waaronder evergreens als ‘De twips’, ‘M’n opa’, ‘Stroei-voei’, ‘Duifies, duifies’ en natuurlijk ‘Ja zuster, nee zuster’ (Niet met de deuren slaan). De VARA-tekstcontroledienst had Schmidt bij eerder werk al woorden als ‘pokkekat’ en ‘gedonder’ uit de scripts geschrapt, maar in Ja zuster, nee zuster sloop de ondeugendheid er verfijnder in. Het lied ‘Wil u een stekkie van de fuchsia’ eindigde op de ‘fuck-fuck-fuchsia’. Schmidt beweerde later dat ze destijds niet wist wat het Engelse woord betekende. Misschien was dat zelfs waar, maar het heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het succes van het nummer.
De cast was een verzameling van de grootste namen uit het Nederlandse theater en cabaret. Hetty Blok speelde zuster Klivia met een zwaar Gronings accent dat ze als kind had opgepikt tijdens logeerpartijen bij een neef. In de kelder experimenteerde de Ingenieur, gespeeld door Piet Hendriks, met uitvindingen die regelmatig een daverende knal produceerden. Pruikenmaakster Jet (Carla Lipp) en knutselaar Bertus (John Kuipers) bewoonden het rusthuis naast tuinjongen Bobby (Barrie Stevens), die spinazie verbouwde in de tuin. Leen Jongewaard, in die tijd ook de levenspartner van Stevens, speelde een dubbelrol: zowel opa als zijn kleinzoon, de inbreker Gerrit. Eigenaar Boordevol (Dick Swidde) deed elke aflevering wanhopige pogingen om het stel onruststokers het pand uit te werken, maar hij kreeg het nooit voor elkaar. De serie was zo populair dat iedereen erin wilde, van Ko van Dijk als parapluwinkelier tot Koos Postema als zichzelf. In 1967 riep het publiek van Televizier Ja zuster, nee zuster uit tot beste programma van het jaar.
De serie werd opgenomen in studio’s in Hilversum en Bussum, met buitenopnames op locaties als kasteel Groeneveld in Baarn. Elke aflevering vergde weken van voorbereiding: teksten van Schmidt, melodieën van Bannink, die naar eigen zeggen alleen maar goed hoefde te kijken naar wat Schmidt had geschreven, waarna de muziek zich vanzelf schreef. Stevens herinnert zich de repetities in Gebouw De Palm in de Jordaan, waar Bannink iedere keer binnenkwam met een nieuwe lading nummers. ‘Dat was altijd een feest. Goud, gewoon goud.’ Tijdens die repetities wees Bannink Stevens er op een gegeven moment op dat hij door iedereen heen zong. Stevens schaamde zich zo dat hij nadien altijd playbackte. Stevens woonde ten tijde van de opnames pas vijf jaar in Nederland, nadat hij op zijn zeventiende als danser was aangenomen bij de Snip en Snap Revue. ‘Ik moest teksten uitspreken die ik zelf niet eens begreep. Er zaten ook vreselijke tongbrekers bij, zoals “bureau gevonden voorwerpen”. Probeer dat maar eens uit te spreken als Engelsman.’ Schmidt liet hem in de serie bewust moeilijke Nederlandse woorden zeggen, zodat zijn gebroken uitspraak een komisch wapen werd. Toen Stevens overwoog accentloos te leren spreken, was het Jongewaard die hem tegenhield. ‘Met dat accent verdien je je brood,’ zei hij.
'Met dat accent verdien je je brood'
De sfeer achter de schermen was niet altijd zo harmonieus als het zonnige rusthuisuniversum op het scherm deed vermoeden. Het meest beladen moment deed zich voor toen Wim Sonneveld een gastrol bedong en daarbij zijn zinnen zette op meer dan een vrijblijvend optreden. Sonneveld wilde de dubbelrol van Jongewaard, en dat leidde tot een krachtmeting. Uiteindelijk gaf Schmidt hem drie gastoptredens en drie liedjes; de vaste cast ervoer het als verraad. Jongewaard zou later zeggen: ‘Wanneer iemand als Sonneveld meedeed, waren wij ineens het lopend decor.’ Regisseur Henk Barnard zat klem: hij had Jongewaard een heel seizoen geleerd zijn opa kleiner en intiemer te spelen voor de camera, maar met Sonneveld in de studio kon hij zich dat niet permitteren. ‘Als je niet groter speelt, ben je Jan Lul,’ zei Barnard. ‘Sonneveld kan ik in tien dagen niet temmen.’ Achter de schermen liet Sonneveld regelmatig de opnames stilleggen. Toch, toen beide acteurs als opa naast elkaar zaten om ‘In een rijtuigie’ te zingen, fluisterde Sonneveld tegen Jongewaard: ‘Ik heb een opgezwollen maag van de zenuwen, dat ik naast jou opa moet doen.’ Stevens, die dit alles van nabij aanschouwde: ‘Het was een soort ijdelheid van Sonneveld, dat voelde je. Hij had een groot ego en dacht: dat doe ik wel even, opa spelen, maar daar vergiste hij zich in. Leen was ijzersterk. Die deed dat veel beter dan Sonneveld.’
Na twintig afleveringen besloten Blok en Jongewaard te stoppen. Ze wilden niet eindigen als Swiebertje: Joop Doderer had de landloper zo lang gespeeld dat hij er onlosmakelijk mee verbonden raakte en er nooit meer vanaf kwam. Blok en Jongewaard weigerden zich op die manier te laten opsluiten in één rol. Stevens meent dat dit een van de redenen is waarom de serie zo iconisch is geworden. ‘Leen had iets van: het is mooi, het is geweldig, maar op naar het volgende. Op het hoogtepunt stoppen.’ Een andere reden is het gebrek aan beeldmateriaal. Een serie die niemand meer kan zien, kan ook niemand meer tegenvallen. Ja zuster, nee zuster groeide uit tot wat de serie nooit had kunnen worden als de banden waren gebleven: onverwoestbaar, want ongezien. De film uit 2002, onder regie van Pieter Kramer, begreep dat helemaal, zegt Stevens. ‘Ze zijn niet uitgegaan van de serie, maar hebben er iets eigens van gemaakt, dat toch herkenbaar is. Dat hebben ze heel goed gedaan. O, en die geweldige acteur die Gerrit speelde… Waldemar Torenstra, ja. Ha! Gerrit in die witte onderbroek… Ik weet zeker dat Leen daarvan had genoten.’
Dit artikel komt uit VARAgids 12, 2026.
In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief