Sfeerfoto van VARAgids
VARAgids
VARAgids
De VARAgids online heeft uitgelichte artikelen, allerlei winacties, podcasts en het tv-overzicht.
VARAgids

Interview met Pieter van den Hoogenband

19 jul 2021
  •  
leestijd 5 minuten
  •  
1954 keer bekeken
Prepr Pieter van den Hoogeband
Door Youp van 't Hek
Olympisch kampioen en chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg Pieter van den Hoogenband weet dat je als topsporter twee minuten voor het moment suprême lol kunt trappen als je je zaken op orde hebt. Geleerd van Youp van 't Hek, de interviewer van dienst
Als ik vertel dat ik naar Pieter van den Hoogenband ga, dan vraagt niemand: “Wie is dat? Golfer? Tennisser? Turner?” Nee, Pieter van den Hoogenband is Pieter van den Hoogenband, de zwemmer die twee Spelen achter elkaar Olympisch goud won. En wel op het absolute koningsnummer: de 100 meter vrije slag! Dat doet voorlopig niemand hem na. Hij heeft vier Olympische Spelen meegemaakt als zwemmer en gaat nu voor het eerst mee als chef de mission. Als bobo? Ik vrees van niet.

Pieter en ik kennen elkaar. We zijn zelfs vrienden. Door het feit dat we al heel lang jaarlijks de wedstrijden tussen Ajax en PSV bezoeken weet ik dat hij goed tegen zijn verlies kan. Maar we spreken elkaar ook over andere zaken. Het is altijd een feest om naar zijn Brabantse huis te rijden. Een huis met een zwembad uiteraard. Ik kom daar zo graag door de gastvrijheid met een zachte g. Pootjebadend aan de rand van dat zwembad praat ik op een van de heetste dagen van dit voorjaar met de nieuwe chef de mission. Iedereen weet dat deze chef niet alleen drie keer Olympisch kampioen (hij pakte in Sydney ook nog goud op de 200 meter) is geweest, maar ook zestienmaal Europees kampioen en één keer wereldkampioen. En wist u dat niet, dan weet u het nu. Ik moest het ook allemaal nog eens goed opzoeken op zijn overvolle Wikipedia-pagina, die je in maar liefst dertig talen kunt lezen. Ik koos voor Nederlands en als je alles rustig tot je neemt dan leer je niet alleen dat hij ereburger van Eindhoven, Geldrop en Mierlo is en dat de Zweedse electroband Gentle Touch een onverstaanbaar nummer naar hem vernoemd heeft, maar realiseer je je ook wat The Dutch Dolphin allemaal voor die uitpuilende prijzenkast heeft moeten doen. In die kast zitten uren, dagen, maanden, jaren training. Training en discipline. Daarom lijkt hij mij de ideale chef de mission. Hij weet wat de atleten hebben doorgemaakt, hoeveel ze voor hun sport hebben gelaten. Zijn eigen jeugd is tenslotte in chloor gemarineerd.

Hoe oud was je toen je besloot zwemmer te worden? Tien! Toen ik tijdens de finale 100 meter vlinderslag in 1988 in Seoel Anthony Nesty met een honderdste seconde verschil zag winnen van de absolute favoriet Matt Biondi, wist ik het. Ik vond heel veel sporten leuk. Hockey, tennis, judo, voetbal. Maar bij voetbal zat ik in het team bij Boudewijn Zenden en door hem zag ik dat ik het absoluut nooit zou maken. Maar met zwemmen werd ik door elke week twee keer drie kwartier te trainen al vrij snel Nederlands kampioen. En in combinatie met die zinderende finale in Seoul waar Matt Biondi, eigenlijk mijn held, werd verslagen door de underdog Nesty, wist ik: dit wil ik! Toen viel het kwartje.

Dus toen ging je keihard trainen? Niet meteen. Ik had de mazzel dat mijn moeder een goede zwemster was die in 1972 de Spelen van München op een haar na gemist heeft. Zij wilde me helpen, maar ze zei ook dat ze regelmatig op de rem zou trappen. Anders zou ik mezelf de vernieling in zwemmen. Dat zag je later ook aan andere kinderen met veel te fanatieke ouders. Die trainden zo hard dat ze er op een gegeven moment geen lol meer in hadden. En die haakten af. Maar ik hield het plezier. Dat kwam door mijn moeder en later door mijn trainers Titus Mennen en Jacco Verhaeren. Goed trainen, maar niet te veel.

En je was iets atletischer gebouwd dan ik? Dat is niet zo moeilijk. Ik denk dat ik voor een zwemmer goed gebouwd was, maar ik vond het ook leuk. En daar gaat het om. Je moet het met plezier doen, welke sport je ook doet. Alleen dan hou je het vol.

Maar die discipline vreet veel van je jeugd. Had je als puber nooit de gezonde neiging om te nokken? Continu. Maar niet genoeg om echt te stoppen. Daarbij hockeyde ik ernaast. Dat deed ik voor de meisjes. Want de hoc-keyfeestjes zijn legendarisch. En de kameraadschap. Met jongens samen in een team. Die dynamiek vond ik superleuk. Tot ik het niet meer kon combineren en ik voor het zwemmen koos. Iedere dag twee uur trainen. Met maar één doel: Olympisch kampioen!

Nog steeds met je moeder als trainer? Nee, Titus Mennen. Hij leerde me veel, maar zorgde ook dat het zwemmen leuk was. Met z’n allen weekenden in een boerderij en zo. Gezelligheid. En Titus had de klasse om mij op mijn vijftiende los te laten en door te sturen naar een hoger level. Of zoals hijzelf zei: ik kan je niks meer leren.

En toen kwam Jacco? Exact. En hij was de man die ik zocht. Hij zorgde ervoor dat middelmatige zwemmers de tegels uit het bad zwommen. Bij hem moest ik zijn.
 
Maar die was toen ook nog hartstikke jong? Ik was 15 en Jacco 22. Maar het was simpel: Ik wilde de beste zwemmer en hij de beste trainer van de wereld worden. Dus we hadden een match. Maar ook hij heeft mij heel geleidelijk meer laten trainen. Niet meteen. Hij zorgde ervoor dat ik de lol hield. Jacco spuugt trouwens zelf ook niet in een biertje.

Dat weet ik. Wat is het grootste gevaar voor jonge zwemmers? Ik denk toch de te fanatieke ouders. Jij weet zelf als ouder ook dat je kinderen op tijd moet loslaten. En veel ouders zitten er veel te veel bovenop. Bemoeien zich met zaken waar ze geen verstand van hebben.

Geldt dat niet voor bijna alle sporten? Dat kinderen moeten goedmaken wat de ouders niet gelukt is?Ik denk het wel. Maar ouders kunnen ook heel belangrijk zijn. Stephan Veen is een vroegere hockey-international met een zeer talentvolle zoon, maar Stephan heeft bedongen dat die kinderen per week één uur hockeytraining krijgen en twee uur een andere sport. En dat vind ik zo goed. Al dat veel te veel eenzijdig trainen is echt bullshit. Als er nu een jochie bij me komt die zwemmer wil worden, dan heb ik maar één advies: doe vooral meer sporten!

Wie hield je uiteindelijk in het water? Ikzelf. Maar Jacco en ik zochten ook een balans tussen leuk leven en keihard trainen. Leuk leven was zeker zo belangrijk.
 
Moet je zelf topsporter zijn geweest om een beetje goede chef de mission te zijn? Nee, maar het helpt wel.
Wat kan je ze leren? Wat jij me ooit geleerd hebt. Als je je zaken op orde hebt dan kan je tot twee minuten voor een voorstelling gein trappen met je crew. Toch?

Dus je hebt die gouden plakken ook een beetje aan mij te danken? Zeker. Zonder jou was ik verdronken. Nee, ik kan de atleten niks leren, maar ik kan ze wel vertellen dat ze buiten het trainen ook moeten ontspannen. Dat laatste geeft je vaak meer dan een training. Je weet wat je kunt en je hebt er alles aan gedaan. Dus wandel rustig naar je wedstrijd. Dat komt de prestatie uiteindelijk”

Lees verder in VARAgids 30 vanaf pagina 8.

Meer over:

artikelen

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld u aan voor de dagelijkse VARAgids Avondeditie!

Meer over dit onderwerp

Populair bij BNNVARA