Logo VARAgids
De VARAgids online heeft uitgelichte artikelen, allerlei winacties, podcasts en het tv-overzicht.

Charles Groenhuijsen over zijn einde bij Op1: 'Als je mij te oud vindt: zeg dat dan gewoon'

06-05-2024
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
60141 keer bekeken
  •  
Scherm­afbeelding 2024-05-06 om 10.36.41

De afgelopen vier jaar was hij elke woensdag op het Mediapark te vinden om samen met Carrie ten Napel namens Omroep Max Op1 te presenteren. In David’s Bar aan het Joop van den Endeplein vertelt Charles Groenhuijsen – hoody, honkbalpet, rugzak – over de zwanenzang van het actualiteitenprogramma die mogelijk het einde van zijn tv-carrière inluidt. Woensdag 12 juni is zijn laatste uitzending. ‘Heel jammer. De boosheid heb ik inmiddels achter me gelaten. Ik ben 70, maak nog steeds televisie. Dus thank you. Ik ben ontzettend bevoorrecht, maar een visakte of gouden horloge zijn niet aan mij besteed.

Ik ben soms jaloers op mensen die uren naar een dobber kunnen staren. Heerlijk lijkt me. Mij lukt dat niet. Mijn hoofd is te druk. Elke dag loop ik min- stens 10.000 stappen en tijdens die wandelingen sta ik zeker zes keer stil om ideeën te noteren. Voor programma’s, een nieuw boek, zomaar een inval. Ik moet ze direct opschrijven, anders zijn ze weg. Gek hoor: de kentekens van mijn auto’s van dertig, veertig jaar terug weet ik nog. Evenals het nummer van mijn vaste lijn. Op andere momenten heeft dit oude hoofd af en toe last van seniorenmomentjes. Maar zolang ik mijn autosleutels niet in de diepvries leg, hoef ik mij geen zorgen te maken, zei een hoogleraar dementie die ik sprak voor het programma BreinGeheim.

Charles Groenhuijsen zit dit jaar precies een halve eeuw in de journalistiek. De jubilaris moet lachen als een boer met kiespijn als hij dat uitspreekt: ‘Tsja, ongelofelijk’. Hij was achtereenvolgens onder meer Volkskrant- en NOS-verslaggever, Amerika-correspondent, schrijver, spreker en commentator, presentator bij WNL en nu dus bij Omroep Max. Maar hij debuteerde in het vak als ijverige reporter bij het Utrechts universiteitsblad halverwege de jaren 70. Dat decennium vormde hem als mens en ook als journalist: ‘Mijn vroege verslaggeversjaren zijn gekenmerkt door bezettingen. Dan hing er weer een beschilderd laken met leuzen uit het raam van een universiteitsgebouw.’

In 1970 was je zestien. Was je een meegaande puber of juist een dwarsligger? Ik groeide op in het Friese Joure waar mijn vader bij Douwe Egberts werkte. Ik ging in Sneek naar een ouderwets categoraal gymnasium met zo’n honderd leerlingen waar ik eerst een braaf, klein jochie was. Maar toen in de tweede, derde klas de hormonen begonnen te steigeren, werd ik extreem vervelend. Ik deed niks, was enorm tegendraads, spijbelde vaak, had een grote bek en verziekte de lessen op school samen met vrienden. Met hen begon ik op mijn vijftiende bier te drinken en we rookten shag bij de ingang van de school. Zware shag, natuurlijk. Brandaris. Ik bleef dat jaar zitten en mijn vader heeft hemel en aarde moeten bewegen om mij op die school te houden. Sommige vrienden van mij werden weggestuurd terwijl ik mocht blijven.

Hoe zag het leven er in die tijd uit in een Fries dorp? Heel overzichtelijk. Veilig. Ik kom uit een katholiek gezin, heb een jongere broer. Ik was eerst misdienaar en later acoliet en eens per jaar gingen we op een reisje met de kapelaan. Niks spannends hoor: een weekeinde naar het Paterswoldsemeer. Was ik gelovig? Eigenlijk niet. Maar ik was ook niet ongelovig. Het was zoals het was: de pastoor kwam langs op zondag voor een koffie, borrel of sigaartje. De padvinderij was katholiek, net als de gymvereniging, we lazen De Tijd en waren lid van de KRO. Ik zoende met katholieke meisjes op de kermis. En de eerste keer dat ik een niet-katholiek meisje zoende, vroeg ik me af: kan dit wel? In mijn klas zaten zonen en dochters van de burgemeester, chirurg, dominee, boer, arbeider en arme gezinnen door elkaar heen. Wat mij is bijgebleven: iedereen was respectvol naar elkaar toe. We hadden een extreem idioot lerarenkorps dat niet altijd even goed lesgaf. De lerares Grieks Nel Stehauwer was zo mal als een prei: ze zat met zeven sjaals om op een vouwfiets, had vijf katten thuis en kon absoluut geen orde houden. Leraar Nederlands Anne Wadman was ook bekend van De Smearlappen, een soort seksboek met een literair sausje. De tekendocent was het cliché van de verwarde kunstenaar.

Wat ik heb overgehouden aan die tijd: je moest zelf veel initiatief tonen, dat was leerzaam. En de gekkigheid van al die verschillende klasgenoten en leraren hoorde erbij, daarvan leerde ik om niet te oordelen of veroordelen. Open minded te zijn. Omdat mijn vader werd overgeplaatst naar Douwe Egberts Utrecht verhuisden we die kant op, waar ik op een scholengemeenschap met 1400 leerlingen terechtkwam. Dat was wennen. Ik maakte daar het gymnasium af: alle talen, inclusief negen uur Latijn en acht uur Grieks, aardrijkskunde en geschiedenis. En o ja: ook nog twee uur wiskunde. Het was vooral woorden stampen, aan het spreken van bijvoorbeeld Frans of Duits werd nul uur tijd besteed. Vervolgens ging ik geschiedenis studeren en omdat ik wilde schrijven, werd ik medewerker van het universiteitsblad.

 Lees verder in VARAgids 19, bladzijde 10. Vanaf dinsdag 7 mei 2024 te koop in de winkel.

Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief