
Adriaan van Dis
© ANP
Hier is… Adriaan van Dis geldt nog steeds als hét boekenprogramma op tv. Toch werd het aanvankelijk niet zo gezien, vertelt de presentator.
Hij was chef van het Zaterdags Bijvoegsel van NRC Handelsblad en ‘verlangde naar de theatrale kant van het leven’. Daarom, zo verduidelijkt Adriaan van Dis (1946), leek de televisie hem wel wat. Via Arend Jan Heerma van Voss, de hoofdredacteur van het Maandblad geestelijke volksgezondheid die hij voor NRC wilde laten schrijven, raakte Van Dis betrokken bij gesprekken met de VPRO. De omroep was van plan een satirisch tv-programma te ontwikkelen. ‘Na de vierde of vijfde vergadering had ik de brutaliteit om te zeggen: “Heren, la formule, c’est moi. Ik ga het doen. Ik ga gewoon vrolijke vragen stellen.’ Van Dis stond een talkshow voor ogen als die van de Amerikaanse komiek Dick Cavett, met lange, grappige gesprekken. ‘Een soort Sonja Barend, maar dan met nadruk op cultuur, politiek en literatuur.’ De proefopnames, die tegen het einde van 1982 plaatsvonden, bevielen zo goed, dat in maart van het daaropvolgende jaar de eerste aflevering op de buis verscheen van Hier is… Adriaan van Dis (1983–1992).
In de negen jaren van zijn bestaan wist Van Dis’ programma een status te verwerven die tot op de dag van vandaag voortduurt – nog steeds dient iedere boekenrubriek op televisie zich ertoe te verhouden. Sommige gesprekken zijn in het collectieve geheugen beland. Denk aan Willem Frederik Hermans, die niet onderbroken wenste te worden (‘Het is een vertelgesprek, van mijn kant’). Aan Willem Oltmans, die met een rechtszaak dreigde (‘Wat een smérige manier van ondervragen’). Aan Annie Cohen-Solal, die stevig terugflirtte (‘U bent zeer aantrekkelijk’). Van Dis, die in dat eerste jaar ook nog eens debuteerde met de geprezen roman Nathan Sid, werd er een bekende Nederlander door. In de redactie zetelden nu prominente intellectuelen, onder wie Bas Heijne, Louise Fresco en Geert Mak. En Heerma van Voss, die in 1990 voorzitter zou worden van de VPRO. De regie was in handen van Ellen Jens, die de programma’s van haar partner en het VPRO-icoon Wim T. Schippers produceerde, zoals De Fred Haché show. De woorden waarmee de presentator zijn gasten een glas aanbood (‘rode wijn, witte wijn of water?’) zijn beroemd geworden. Hier is… Adriaan van Dis (dat in 1987 overigens Van Dis in de Balie heette en daarna Van Dis in de IJsbreker) won in 1986 de Zilveren Nipkowschijf. Dertig jaar later, tussen 2013 en 2020, offerde de talkshow De wereld draait door zijn uitzendtijd op om Van Dis zevenmaal te laten terugkeren onder de noemer ‘DWDD Heimwee’.
Toch volgden na die eerste uitzending, op woensdagavond 16 maart 1983, geen onverdeeld enthousiaste reacties in de geschreven pers. De kritiek spitste zich toe op de persoon van de presentator: die onberispelijk geklede, geaffecteerd sprekende man. Van Dis herinnert zich dat de Volkskrant hem omschreef als een corpsbal. ‘Terwijl ik dat nooit ben geweest. Ja, ik praat bekakt, maar dat is gewoon Goois. Daar kan ik ook niks aan doen.’ Hij geeft toe dat zijn presentatie niet bepaald naturel was. ‘Zeker in het begin vond ik dat ik moest optreden en grappig doen. Ik wist bij God niet waar ik aan begon.’
Van Dis ontving de eerste keer Hugo Claus, Charlotte Mutsaers en Fay Weldon. Allemaal schrijvers, hoewel het nooit de bedoeling was om louter een boekenprogramma te maken. Dat veranderde, omdat de presentator al na een jaar merkte dat hij zich prettiger voelde in gesprek met auteurs. ‘Die verbergen zich niet achter allerlei glimmende zinnen, zoals politici dat doen.’ Met cultuur begaf hij zich echter op het terrein van de schrijvende journalistiek. Een interview met een schrijver hoorde in de krant, en niet bij een ordinair medium als de televisie, zo luidde de opvatting. Zijn werkgever NRC Handelsblad wilde dat hij die zelfde interviews voor de krant maakte. Maar zo werkt het niet. Toen ben ik maar vertrokken.’
Frits Abrahams, destijds journalist bij Vrij Nederland, herkent het sentiment. Vanaf 1984 was hij, naast zijn reguliere baan, zo’n drie à vier jaar werkzaam als redacteur van Hier is… ‘Een collega van Vrij Nederland zat het programma af te breken, ook toen ik er al werkte. Het werd te pretentieus gevonden, met al die moeilijke, buitenlandse schrijvers.’
Dan was er nog de interne kritiek. Abrahams herinnert zich redactievergaderingen, doorgaans bij regisseur Jens thuis, waar een gespannen sfeer heerste tussen Van Dis en de VPRO-mannen Cherry Duyns en Roelof Kiers. ‘Volgens mij hadden ze een grote afkeer van Adriaan. Ze maakten altijd kritische opmerkingen, waren nooit lovend.’ Van Dis erkent dat hij een ‘lastige relatie’ had met de VPRO-top. ‘Ik heb een paar keer op het punt gestaan ermee te stoppen. Als ik niet omgeven was door een sterke redactie en door Ellen Jens, dan had ik het niet lang volgehouden.’
Jens vervulde een belangrijke rol in Van Dis’ leven. De twee kregen een verhouding die 38 jaar zou duren, totdat zij in 2023 overleed. Hun liefde beschrijft Van Dis in Alles voor de reis, de roman die afgelopen januari verscheen en waarin het vrouwelijke hoofdpersonage Eefje wordt genoemd. De gevoelens die Jens en hij voor elkaar koesterden, waren van positieve invloed op het programma, zegt Van Dis desgevraagd. Zo leerde ze hem om te gaan met televisieroem: bescheiden blijven, nooit naar partijtjes gaan, je niet laten fêteren, je onafhankelijkheid bewaren. ‘Zonder haar had ik het niet gekund.’
Ondertussen schoof de ene na de andere grote schrijver aan in de studio. Binnenlands (Harry Mulisch, Gerard Reve, Hella Haasse) of buitenlands (Mario Vargas Llosa, Umberto Eco, Astrid Lindgren, Germaine Greer), Van Dis verstond de kunst van het converseren in vier talen. Hoe kan het dat hij dat aandurfde? ‘Misschien wel uit onnozelheid,’ antwoordt Van Dis. ‘Ik volgde mijn eigen belangstelling en werd gevoed door de redactie.’ Dat wierp resultaten af: Hier is… trok in zijn hoogtijdagen twee miljoen kijkers, met een uitschieter naar vier miljoen. Wie keken ernaar? ‘Gewoon, mensen. Huisvrouwen die hun boekenlijsten naar ons opstuurden. Het was geen programma voor snobs. Literatuur gaat over het leven. Kijkers zijn niet dom, als je maar een beroep doet op hun gevoelens of hun verstand.’
'Kijkers zijn niet dom, als je maar een beroep doet op hun gevoelens of hun verstand.'
Zo kwam het publiek in aanraking met schrijvers en denkers die nooit of nauwelijks in Nederland op tv waren geweest. Martha Gellhorn, inmiddels bijna beroemder dan haar voormalige echtgenoot Ernest Hemmingway. Toneelschrijver Edward Albee. James Purdy, een homoseksuele auteur die alleen in de VS bekend was. De redacteur die het werk van de gast kende, ging vragen bedenken. Van Dis zorgde ervoor dat hij in ieder geval het recentste boek gelezen had. Hij las langzaam (‘als een slak’), maar gelukkig werd het programma slechts één keer per maand uitgezonden, acht of zes keer per jaar.
De populariteit van Hier is… drong door in de winkelstraat. Na het tv-optreden van een schrijver spoedden de mensen zich naar de boekhandel om het besproken boek aan te schaffen – een verschijnsel dat het ‘Van Dis-effect’ werd genoemd. Hierdoor probeerden uitgeverijen hun auteurs in de uitzending te krijgen. De redactie hanteerde strenge regels om die dwang te weren. Alleen zij bepaalde wie er werd uitgenodigd. Alle kosten kwamen voor rekening van de VPRO. Boeken die niet gelezen werden, gingen terug naar de uitgeverij.
De aantrekkingskracht zat hem in de presentator, denkt Abrahams. De redacteur, tegenwoordig columnist en voormalig televisierecensent voor NRC Handelsblad, noemt de boekenprogramma’s die later op de buis verschenen relatief gewoon. ‘Adriaans zwierigheid, zijn losse manier van optreden, had iets aparts. In combinatie met de allure van de gasten die hij binnen wist te halen, en met wie hij nog een diepgravend gesprek had ook, werd het geheel vrij uniek. Zonder de persoon Van Dis was het een aardig boekenprogramma geweest. Nu is het legendarisch.’
In een artikel voor de VARAgids uit 2012 prijst Annie Cohen-Solal het vermogen van Van Dis tot ‘theatermagie’. Een televisiegesprek is een theaterspel, bevestigt Van Dis. ‘Waar het om gaat, is dat je je enthousiasme deelt, je verbazing, en dat op een uitdagende manier. Je deelt speldenprikken uit en hoopt die zelf ook te krijgen. Dan ontstaat er iets grappigs.’ Hedendaagse televisie-interviews zijn te zeer voorgekauwd. ‘Dat worden robotgesprekken.’ Voor een geslaagde tv-ontmoeting met een schrijver dien je uiteraard het boek gelezen te hebben, zegt Van Dis. ‘Maar de kijker heeft dat nog niet gedaan. Dus moet je niet het boek gaan uitdiepen, maar een onderwerp eruit tillen en groter maken, zodat de kijker denkt: verdomd, dit gaat ook over mij.’
Een interview uit de achtste aflevering van Hier is…, dat met de Australische schrijver Robert Hughes, noemt Van Dis ‘een van de allerleukste gesprekken die ik ooit gevoerd heb.’ Hughes kwam te laat de studio binnen en werd haastig geschminkt. ‘Met een oranje, zweterige kop ging hij naast me zitten. Het was een vierkante kerel, een soort rugbyspeler, en het eerste wat hij zei was: “I’m sweating like a pig, mate. Do you have a hanky?” Of ik een zakdoek voor hem had, want hij zweette zo.’ Van Dis gaf Hughes zijn pochet, opmerkend dat het van echt zijde was gemaakt. ‘Hij veegde dat pochet over zijn hele gezicht en daarna stak hij het bij zich. “Die zie je nooit meer terug, mate.” Het was een begin van een geweldig gesprek.’
In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief