
© Jan van der Veken
Tv fungeert voor velen nog steeds als venster op de wereld: wat gebeurt er met dat venster zodra een land onderdeel van het politieke wereldtoneel wordt? Nieuwsmedia bezien door kenners van zulke landen.
Door Erik Mouthaan, Amerika-correspondent voor RTL-Nieuws.
Amerikanen kijken veel naar hun televisie, maar amper naar het nieuws. Dat blijft mij in alle jaren hier steeds opvallen. Veel mensen zijn niet bijster op de hoogte van actuele gebeurtenissen, en als ze al iets horen over het nieuws, bekijken ze het vanuit hun eigen politieke kleur.
Er is geen breed gedeeld dagelijks televisiemoment zoals wij dat kennen. In Nederland bereiken Het Journaal en RTL-Nieuws grote delen van de bevolking, maar de bulletins in de VS worden allemaal al om half zeven ’s avonds uitgezonden, als veel mensen nog aan het koken zijn. Later, op primetime is er op de grote zenders geen onpartijdig nieuws te vinden, ook geen nieuwstalkshow zoals wij die kennen.
Wie wel wil meekrijgen wat er gebeurt, komt al snel in een soort ‘nieuws-cocon’ terecht waar kabelzenders of de socials informatie delen die de kijker boos maken, maar de nieuwsconsument vooral in zijn aannames bevestigt. Dat geldt voor beide politieke smaken.
Bij de anti-Trump demonstraties zie ik vooral oudere, hoogopgeleide witte mensen uit welvarende steden die informatie herhalen van de opinieshows op de linkse nieuwszender MSNOW, waar presentatoren Trump openlijk een fascist en dictator noemen. Maar praat met een aanhanger van Trump, en je hoort diegene zinnen nakauwen die de sterren van FoxNews avond aan avond hun publiek voorhouden, over hoe democraten het land verwoesten en simpelweg kwaadaardig zijn.
De scheiding is zo goed als totaal. Sommige schandalen ken je alleen als je in de rechtse informatiebubbel zit, bijvoorbeeld hoe Bidens belastingdienst kerken probeert te verbieden, of misschien wel dat de Clintons mensen lieten vermoorden. De linkse bubbel is meer waarheidsgetrouw, maar ook niet vies van loos speculeren, bijvoorbeeld over de Russische banden die de Trumps zouden hebben.
Natuurlijk zijn er nieuwsmomenten die beide kampen bereiken, en bij elke Amerikaan nadreunen. Zo heeft 87 procent van het land het filmpje gezien waarop een agent van de immigratiepolitie ICE een vrouw in een auto doodschiet. Maar hoe die beelden bij je binnenkomen, blijkt ook weer afhankelijk te zijn van je politieke kleur.
Want democratische kijkers zijn voorgeprogrammeerd om ICE te haten als een soort Gestapo. Voor hen is duidelijk: Nicole Good vermeed conflict door weg te rijden, en werd vermoord. Het feit dat zij met haar auto de weg versperde en dus mogelijk politieoptreden verhinderde, dat krijgen deze kijkers niet te horen.
Republikeinen geloven in groten getale het onjuiste verhaal dat vanuit Witte Huis wordt gepusht: dat die moeder van drie kinderen een ‘linkse agitator’ was, en een ‘binnenlandse terrorist’. Zij kijken naar dezelfde video en zien iets anders: een vrouw probeert een agent dood te rijden, hij grijpt noodgedwongen in.
Ik maak me zorgen om Amerika. Want als er geen gedeelde waarheid meer is, dan hou je een land maar moeilijk bijeen.
Ik maak me zorgen om Amerika. Want als er geen gedeelde waarheid meer is, dan hou je een land maar moeilijk bijeen.
Door Saber Perzad, Afghaans journalist die in 2019 naar Nederland vluchtte.
Na de val van Kabul en de terugkeer van de taliban aan de macht in 2021 zijn de Afghaanse media feitelijk in twee hoofdgroepen verdeeld: binnenlandse media die vanuit Afghanistan opereren, en media in ballingschap die vanuit het buitenland uitzenden. Deze tweedeling is bepalend voor het wereldbeeld dat aan televisiekijker in Afghanistan wordt voorgeschoteld.
De binnenlandse media, met name de televisiezenders, functioneren onder strikte beperkingen die door de taliban zijn opgelegd. Elke vorm van directe of indirecte kritiek op het bewind is verboden en redacties zijn gedwongen zich te bewegen binnen de ideologische en politieke rode lijnen van de machthebbers. In deze context wordt de taliban-regering doorgaans neergezet als legitiem, krachtig en reddend. Thema’s als veiligheid, de invoering van de sharia en het beëindigen van corruptie staan centraal. Ernstige problemen zoals wijdverbreide armoede, werkloosheid, de ineenstorting van het onderwijssysteem, de uitsluiting van vrouwen uit het openbare leven en gedwongen migratie worden genegeerd of toegeschreven aan buitenlandse sancties en het falen van eerdere regeringen. De stemmen van burgers, het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke journalisten zijn vrijwel volledig uit het binnenlandse medialandschap verdwenen.
Redacties zijn gedwongen zich te bewegen binnen de ideologische en politieke rode lijnen van de machthebbers.
Daartegenover staan Afghaanse media in ballingschap die na de val van Kabul vanuit het buitenland zijn opgericht of versterkt, zoals Afghanistan International TV in ‘Londen’ en Amu TV in Washington DC. Deze zenders proberen vast te houden aan klassieke journalistieke principes als onafhankelijkheid, evenwicht en het gebruik van diverse bronnen. Zij bieden ruimte voor kritiek, rapporteren over humanitaire crises en laten uiteenlopende perspectieven aan bod komen. Voor veel Afghanen zijn deze media uitgegroeid tot een belangrijke bron van informatie, al is de toegang tot hun uitzendingen binnen Afghanistan niet altijd eenvoudig en gaan zij gepaard met druk en intimidatie door de taliban.
In de berichtgeving over de Verenigde Staten, en met name over Donald Trump, leggen de binnenlandse media de nadruk op het vermeende falen en de nederlaag van Washington. De Amerikaanse terugtrekking wordt gepresenteerd als een overwinning voor de taliban. Media in ballingschap daarentegen hanteren een analytischer benadering en belichten de gedeelde verantwoordelijkheid van de VS, de voormalige Afghaanse regering en de taliban voor de ineenstorting van het land.
Ook de berichtgeving over de ontwikkelingen in Iran volgt deze tweedeling. Binnenlandse Afghaanse media berichten voorzichtig en vooral vanuit een officieel, diplomatiek perspectief, waarbij protesten, sociale spanningen en mensenrechtenschendingen grotendeels buiten beeld blijven. Want Iran heeft een goede relatie met de taliban en Iran een van de eerste landen was die in 2022 vertegenwoordigers van de Taliban in Teheran ontving. Media in ballingschap besteden hier wel uitgebreid aandacht aan en plaatsen deze ontwikkelingen in een bredere regionale context, met oog voor de gevolgen voor Afghanistan.
Alles bij elkaar schetst de Afghaanse televisie vandaag een gespleten beeld van de wereld: binnen de landsgrenzen een gesloten en gecontroleerde werkelijkheid, daarbuiten een poging om de complexe realiteit van Afghanistan en de regio zo eerlijk mogelijk te laten zien.
Door Joanne Nihom, Nederlandse schrijver die sinds 2005 in Israël woont.
Sinds 7 oktober 2023, de dag waarop Hamas het zuiden van Israël aanviel, is de polarisatie in de wereld sterk toegenomen. Nuancering of terughoudendheid wordt al snel opgevat als partij kiezen, of juist als tekortschieten. Er lijkt nog weinig ruimte te zijn voor twijfel of voor voorzichtigheid. Dit klimaat beïnvloedt niet alleen publieke discussies, maar zeker ook de manier waarop het nieuws wordt geproduceerd en vervolgens de huiskamer binnenkomt.
Die veranderde toon in het debat staat niet los van de plek waar ik leef.
Ik woon nu twintig jaar in Israël, een land dat al vanaf zijn ontstaan in 1948 verwikkeld is in conflicten met een aantal van zijn buurlanden. Soms is het hier relatief rustig, maar even later laait het geweld weer op. Sinds 7 oktober 2023 is de situatie echter extreem verhard en wordt Israël regelmatig aangevallen vanuit Gaza en Libanon. De voortdurende dreiging is voelbaar. Elke dag opnieuw.
Die realiteit vormt ook de context waarbinnen het Israëlische nieuws wordt gemaakt. Het land kent vijf belangrijke televisiezenders die dagelijks nieuws uitzenden, waarvan er één duidelijk rechts is en sterk georiënteerd op de zittende regering. De andere vier zijn zogenaamd onpartijdig en neutraal. Zij hebben uiteraard ook reporters bij wie je duidelijk merkt waar hun affiniteiten liggen, het blijven mensen. Maar als zender proberen ze gebalanceerd en professioneel te zijn.
Israëlische actualiteitenprogramma’s bestaan uit panels van zes tot acht gasten, allemaal met uitgesproken meningen over de situatie in Israël, Gaza, de Westbank, Iran en Amerika. Het debat is vaak fel, emotioneel en luid. Iedereen is gespannen en moe. Dat is wat oorlog doet. En wat een voortdurende dreiging teweegbrengt.
Tegen die achtergrond stel ik mezelf regelmatig de vraag: ben ik tevreden met hoe het Israëlische nieuws wordt gebracht? Mijn antwoord is: nee, ik zou meer willen zien van wat er gebeurt. Maar ik realiseer me tegelijkertijd dat dat onmogelijk is. Het land is in oorlog. En dat besef dwingt tot nuance.
Het kan dan ook bijna niet anders dan dat het nieuws in de Israëlische media gekleurd is. Dat heeft allereerst te maken met de veiligheid. De Israëlische kijker krijgt zeker niet alles te zien en weet dat ook. De vijand kijkt mee, waardoor niet alles kan worden getoond of gezegd.
De vijand kijkt mee, waardoor niet alles kan worden getoond of gezegd.
Daarnaast zijn er grote maatschappelijke gevoeligheden. Een groot deel van de bevolking is direct of indirect bij het leger betrokken. Via kinderen, partners of vrienden.
Een oorlog raakt vrijwel iedereen. Het moreel van de bevolking hooghouden is een dagelijkse noodzaak. Oorlog voeren is vies. Sommige beelden zijn simpelweg te zwaar. Ondraaglijk. Voor de kijker, maar ook voor degene die moet beslissen wat er wordt uitgezonden. Toch betekent dat niet dat de Israëlische kijker niets te zien krijgt. Er zijn bijvoorbeeld wel degelijk beelden uit Gaza, zij het beperkt. En er is ook berichtgeving van de wekelijkse demonstraties, zoals die tegen de regering en het beleid van Benjamin Netanyahu. Maar het is en blijft een voortdurend balanceren tussen wat verteld kan worden en wat verzwegen moet blijven. En dat is een keihard feit, dat niet te negeren is.
Door Olaf Koens, Rusland-correspondent voor RTL-Nieuws.
Avond aan avond sijpelt het wit, blauw en rood van zijn studio door miljoenen huiskamers in Rusland. In het decor van de Russische vlag presenteert Vladimir Solovjov de talkshow die zijn naam draagt, vijf dagen per week, soms wel drie uur per dag. En dat al ruim twintig jaar lang.
Gelijk in het eerste halfuur slaat hij de Russische kijker om de oren. Het grote Rusland is rechtvaardig, die stomme Europeanen hitsen een oorlog op. Nou, die kunnen ze krijgen. Het is virtuoze propaganda. Het zijn de pauzes in zijn haatdragende monologen, het is zijn dramaturgisch geveinsde woede.
Europa is de nieuwe vijand. Nog niet zo lang geleden was dat Amerika, maar met de komst van Donald Trump kwamen er nieuwe richtlijnen uit het Kremlin. ‘Ik herinner u er alleen maar aan dat het Nederland was dat F16’s aan Oekraïne heeft gegeven, met als enige doel ons op ons eigen grondgebied aan te vallen’, briest Solovjov. Het klopt niet, maar daar gaat het niet om. Er volgen een paar soepele beledigingen ons adres. Wat moeten ze eigenlijk, in dat kleine rotlandje aan de Noordzee. Wat snuiven ze daar, tulpen of iets?
Europa is de nieuwe vijand. Nog niet zo lang geleden was dat Amerika, maar met de komst van Donald Trump kwamen er nieuwe richtlijnen uit het Kremlin.
De vaste gasten schuifelen heen en weer. Andrej Loegovoj, de man die als FSB (federale veiligheidsdienst, red.)- officier in Londen een Russische dissident om het leven heeft gebracht, heeft zichzelf heruitgevonden als geopolitiek duider. Hij wil iets zeggen over Nederland, maar hij wordt ruw onderbroken door een andere gast, generaal Andrej Goeroeljov. Een man die zo veel drinkt dat hij zelfs bij deze talkshow af en toe op non-actief staat. ‘Rotter-dinges, -dam, Rotterdam’, mompelt hij. ‘Dat is wat wij militairen nou een lekker vet doelwit noemen. Niet alleen vliegt dan de hele Europese olie-industrie in de fik, dan klappen gelijk ook de dijken en dammen, en wat doet dat? Juist ja, dan staat het zo helemaal onder water.’
Zomaar een paar minuten uit de dagelijkse show. ‘Als het machtige Rusland dat wil, dan reduceren wij de hele wereld tot radioactief gruis’, gniffelen de gasten. Zolang de nucleaire oorlog uitblijft zal Solovjov het zeker nog eens twintig jaar volhouden.
Door Laura van Megen, China-correspondent voor de NOS.
Net belangrijkste nieuwsprogramma van de Chinese staatstelevisie (CCTV), Xinwen Lianbo, wordt elke avond om 19.00 uitgezonden. Voor veel Chinezen, zeker in minder welvarende gebieden, is het vaste prik. Het begint steevast met een overzicht van Communistische Partijleider Xi Jinpings dag, zoals wie hij heeft ontmoet en in welke fabriek of provincie hij ‘belangrijke instructies’ heeft gegeven. Ontwikkelingen en uitvindingen in high-tech-industrieën, zijn paradepaardje, en hoe uitmuntend bepaalde economische doelen zijn behaald, verdienen ook een plaatsje.
Later in de uitzending komt het buitenlandnieuws aan bod. Vaak valt de keuze op buitenlandse oorlogen of Amerika’s binnenlandse problemen en ‘hegemonische’ acties. Bij conflicten worden eerst bevriende landen als Rusland of Iran aan het woord gelaten, voordat eventueel vermeld wordt wat Oekraïense president vond van de nieuwe aanvallen op burgerdoelen en energiecentrales. Na Trumps kidnapping van Venezolaanse president Maduro besloot CCTV de Venezolanen aan het woord te laten die hun ‘geliefde president’ misten. (Niet echt aan het woord trouwens, buitenlandse stemmen worden gedubt bij Xinwen Lianbo).
Bij conflicten worden eerst bevriende landen als Rusland of Iran aan het woord gelaten.
China bungelt onderaan de wereldwijde persvrijheid ranglijst van Reporters Without Borders, alleen gevolgd door Noord-Korea en Eritrea. De overheidscontrole is het sterkst bij de staatstelevisie. Wat je daar ziet, is hoe de Communistische Partij wil dat de gewone Chinese burger naar de wereld kijkt. De vaak weinig subtiel gebrachte hoofdboodschap is dat ‘het buitenland’ wordt geplaagd door instabiliteit en oorlog, maar dat je in China veilig en welvarend bent, dankzij het leiderschap van Xi Jinping.
Sinds de succesvolle ontmoeting in Zuid-Korea tussen Xi en Trump, is de toon over Amerika ietsje minder agressief geworden. Trumps woorden werden altijd al serieus genomen, maar nu hij pijlen niet meer op China lijkt te hebben gericht, wordt hij meer afgeschilderd als een gelijke van Xi, in de zin van een medegrootmacht, dan als een gevaarlijke vijand.
Xi positioneert zichzelf nu als een stabiele kracht in de wereld die zijn verantwoordelijkheid neemt door met Amerika samen te werken. Dat het gevaar is afgewend, zij het niet geweken, is te danken aan Xi’s politiek-strategisch inzicht en capaciteiten, zo klinkt het impliciet. Al blijft wat een zooitje het is in Amerika zelf, in tegenstelling tot China, nog een geliefd segment bij de staatstelevisie.
Al met al, wie Xinwen Lianbo religieus volgt, kan met een veilig gevoel en gerust hart Chinees Nieuwjaar vieren volgende week. Precies zoals de bedoeling is.
Door Roos van Hennekeler, correspondent voor Hongarije en Oostenrijk voor Trouw en De Groene Amsterdammer.
‘Jouw moedige leiderschap is een voorbeeld voor de rest van de wereld.’ Op de Hongaarse staatszender M1 citeert een nieuwslezer de woorden van de Amerikaanse president Trump. Achter hem verschijnt Trumps brief aan premier Viktor Orbán op een groot scherm, ondertekend met dikke zwarte stift: ‘Donald’. De boodschap is helder: dit is geen afstandelijke diplomatie, maar een hechte verstandhouding. Orbán en Trump zijn twee handen op één buik.
Wie het Hongaarse televisienieuws volgt, ziet een patroon. Wanneer Trump in beeld komt, gaat het zelden alleen over Amerika, maar bijna altijd ook over Orbán: over bondgenoten, over anti-woke, over een manier van kijken naar de wereld waarin daadkracht en soevereiniteit zwaarder wegen dan overleg of gezamenlijke waarden. Trumps presidentschap wordt voorgesteld als een geopolitieke rugwind voor Hongarije: eindelijk zit er weer iemand in het Witte Huis die de wereld net zo beziet als Orbán dat doet. Niet als een gemeenschap van landen die samen problemen oplossen, maar als een arena waarin naties hun eigen belangen verdedigen––desnoods met harde hand. Het bevriezen van Amerikaanse steunprogramma’s voor ngo’s en onafhankelijke media in Midden-Europa wordt daarnaast beschouwd als een welkome ontwikkeling, die buitenlandse invloed in de regio terug zou dringen.
Maar wie naar het daadwerkelijke beleid van Trump kijkt, ziet dat de werkelijkheid weerbarstiger is. Trumps protectionistische koers en zijn neiging om de relatie met Europa te behandelen als een zakelijke deal brengen onzekerheid voor Europese landen, en dus ook voor Hongarije, dat als exportland in de Europese keten sterk afhankelijk is van handel binnen de EU. Trump heeft herhaaldelijk gedreigd met importheffingen op Europese auto’s, wat grote economische gevolgen zou hebben voor de Hongaarse economie, die sterk verweven is met de Duitse auto-industrie. Die negatieve effecten van het Amerikaanse beleid – ook voor Hongarije – komen veel minder in beeld op tv. Trump verschijnt niet als een complexe, soms grillige bondgenoot, maar als bewijs dat Orbáns wereldbeeld gelijk krijgt. Europa en Brussel worden afgeschilderd als zwak, naïef en ideologisch verblind; Amerika onder Trump als realistisch tegenwicht, een land met een leider die zegt waar het op staat.
Europa en Brussel worden afgeschilderd als zwak, naïef en ideologisch verblind; Amerika onder Trump als realistisch tegenwicht, een land met een leider die zegt waar het op staat.
Op de Hongaarse televisie is de internationale politiek anno 2026 daarmee vooral een verhaal over sterke mannen die elkaar herkennen, waar die informele ondertekening onderaan de brief van Trump symbool voor staat. In een tijd van mondiale onzekerheid en conflict is een politieke vriend die zo machtig is als Donald Trump een geruststelling. Zelfs als die vriendschap, in werkelijkheid, toch aanzienlijk minder betrouwbaar blijkt dan op het scherm.
Door Ashraf Sahli, Syrisch journalist die onder meer werkte voor Al Jazeera en diverse Arabische mediaplatforms.
Sinds de val van het Assad-regime op 8 december 2024 blijkt dat in de Syrische media en op de televisie de nadruk vooral ligt op binnenlandse kwesties, eerder dan op internationale of regionale zaken. Analisten zien dit als logisch in een land als Syrië, dat veertien jaar lang een verwoestende oorlog heeft meegemaakt en nu probeert te herstellen tijdens een overgangsperiode, terwijl het zich zoveel mogelijk afzijdig houdt van de conflicten in een gespannen regio zoals het Midden-Oosten.
Dit betekent niet dat wereld- en regionale kwesties volledig worden genegeerd. Ze worden echter op een voorzichtige, pragmatische manier gebracht, met meer aandacht voor onderwerpen die direct verband houden met Syrië. Kritiek op andere landen wordt vermeden, terwijl de nadruk ligt op het bevorderen van regionale en internationale samenwerking voor de opbouw van een nieuw Syrië.
Kritiek op andere landen wordt vermeden, terwijl de nadruk ligt op het bevorderen van regionale en internationale samenwerking voor de opbouw van een nieuw Syrië.
Momenteel zijn er twee belangrijke Syrische nieuwszenders in Damascus: de staatszender Alikhbariah, opgericht in 2010 en heropend met een nieuwe identiteit in mei 2025, en de particuliere zender SyriaTV, opgericht in 2018 met Qatarese steun. Deze laatste was aanvankelijk oppositie tegen Assad en verhuisde na zijn val naar Damascus. Daarnaast zijn er kantoren van Arabische zenders zoals Al Jazeera, Al Arabiya en het Al Araby, evenals correspondenten van internationale media.
Er is een relatieve verbetering in mediavrijheid en journalistieke ruimte in Syrië vergeleken met de tijd van Assad. Er worden meer licenties uitgegeven aan Syrische en buitenlandse media, en er is ruimte voor diverse standpunten. Toch blijven de grenzen van politieke- en mediavrijheid gedeeltelijk onduidelijk en in ontwikkeling tijdens deze overgangsperiode.
Programma’s van Alikhbariah tonen een bredere openheid voor verschillende meningen dan vroeger, met meer nadruk op binnenlandse onderwerpen en een grotere marge voor meningsuiting. Regionale en internationale kwesties worden voorzichtig besproken, vooral in relatie tot Syrië. SyriaTV behandelt internationale onderwerpen vaak met meer vrijheid. In het algemeen vermijden de twee zenders het officiële Syrische standpunt in verlegenheid te brengen.
Wat Israël betreft en de bezetting van zuidelijke Syrische gebieden, brengen beide zenders alle relevante nieuwsitems en benadrukken ze het belang ervan, inclusief de meningen van inwoners die tegen de bezetting zijn, zonder escalatie, met nadruk op Syrië’s diplomatieke aanpak via de Verenigde Naties.
Wat Iran betreft, hoewel de meeste Syriërs het Iraanse regime als hun vijand beschouwen vanwege de steun aan Assad sinds het begin van hun volksopstand tegen hem in 2011, bekritiseren de twee Syrische zenders Iran zelden of behandelen ze zaken zoals binnenlandse protesten en dreigingen van Trump.
De berichtgeving over Rusland is evenwichtig, in lijn met het beleid van de nieuwe autoriteiten, die een rustige, diplomatieke benadering hanteren en openstaan tegenover Rusland. Dit lijkt bedoeld om spanningen te vermijden en lopende kwesties met Rusland soepel op te lossen, een land dat Assad krachtig heeft gesteund en hem asiel heeft verleend.
Wat betreft Amerika, richten de Syrische media zich over het algemeen op het ‘positieve’ beleid van Trump ten opzichte van Syrië en de steun van zijn regering, en besteden ze zelden via de televisie aandacht aan het Amerikaanse beleid elders. Dit sluit aan bij de huidige goede, ongekende betrekkingen tussen de twee landen na decennia van breuk onder het vorige regime.
Tot slot, worden Turkije, Saudi-Arabië en andere Arabische landen gezien als bondgenoten en belangrijke steunpilaren van het nieuwe Syrische regime. En wat de televisie in Syrië presenteert, komt overeen met dit standpunt.
Dit artikel komt uit VARAgids 8, 2026. Nog geen abonnee? Ga naar varagids.nl/abonneren.
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief