Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media. Interviews, achtergrondverhalen, columns en kijktips.

Dit was het nieuws (1996-heden)

16-02-2026
leestijd 9 minuten
232 keer bekeken
og_image

© AVROTROS

Een terugblik op de start én een kijkje in de keuken van Dit was het nieuws, met de presentator, eindredacteur en tekstredactiechef.

In het voorjaar van 1995 was Raoul Heertje in gesprek met de TROS over een Nederlandse versie van het populaire BBC-programma Have I got news for you. Heertje had vijf jaar eerder Comedytrain opgericht, het eerste stand-up comedygezelschap van ons land, samen met zijn broer Eric. Hij had op dat moment een aantal succesvolle optredens in Amerika en Groot-Brittannië achter de rug. Met name in dat laatste land ging het hard: Heertje werd zelfs uitgenodigd als gast in een van de teams van – hoe kon het ook anders – Have I got news for you. Toch zou hij naar Nederland terugkeren. Heertje wilde niet meewerken aan dit artikel, maar in een interview met HP/De Tijd herinnerde hij zich afgelopen zomer deze ontmoeting met Bob Bremer, voormalig directeur van de TROS.

Raoul Heertje: ‘Hij zei: “Ik wil dat jullie dat programma gaan maken.” Ik zei: “Oké, dat betekent dan dus dat je ons vertrouwt. Dat betekent dus ook dat het niet kan zijn dat wij ineens met allerlei mensen van de TROS te maken krijgen die gaan zeggen hoe wij het moeten doen. En ook niet dat je alles wat wij doen zomaar moet uitzenden.” Hij was het helemaal met mij eens en hij vertrouwde mij ook. Maar vervolgens heeft het een half jaar geduurd, omdat hij het nauwelijks in zijn eigen organisatie voor elkaar kreeg.’

Eric van Sauers, eindredacteur: ‘We begonnen in 1995 met het maken van proefafleveringen. Er was een satirisch format uit Engeland, maar verder hadden we geen idee. Een clubje mensen van Comedytrain dat in het project geïnteresseerd was, ging bij elkaar zitten: Raoul Heertje, Thomas Acda, Owen Schumacher, Dolf Jansen, Hans Sibbel en ik. De vraag was: hebben we hier de juiste mensen voor? En zo ja: op welke plek moeten ze dan zitten? Er was een presentator nodig, twee teamcaptains, maar ook een redactie.’

Er was een satirisch format uit Engeland, maar verder hadden we geen idee.
Eric van Sauers, eindredacteur

Harm Edens, presentator: ‘De comedians van Comedytrain waren benaderd omdat buiten hen niemand in Nederland ervaring had met heel actuele grappen. Ger Apeldoorn en ik kwamen erbij, omdat we comedyseries schreven (waaronder Laat maar zitten en Het zonnetje in huis, red.) en het Engelse voorbeeld goed kenden.’

Van Sauers: ‘We vroegen een paar afleveringen op van Have I got news for you, en kregen een videoband opgestuurd. De producenten ervan spraken we regelmatig, hier en in Londen, maar wij moesten het wiel ook maar zien uit te vinden. Met zijn allen zijn we gaan oefenen in het Betty Asfalt Complex. Café Toomler (de thuisbasis van Comedytrain, onder het Amsterdamse Hiltonhotel) bestond nog niet. Paul Groot was er ook bij, en Koos Terpstra, met wie ik nog steeds de eindredactie doe. We plakten krantenkoppen op kartonnen borden, speelden filmpjes af op een teeveetje. Net zolang uitproberen tot we het snapten, en tot we in de gaten hadden wie het beste wat kon doen.’

Edens: ‘Ik ben ook eens teamcaptain geweest.’

Van Sauers: ‘Ik heb nooit in die rol gezeten, of in die van presentator. Ik had de indruk dat anderen in de groep dat veel beter konden. Ik begon als grappenschrijver, maar al vrij snel werd duidelijk dat ik beter was in het overzicht bewaren. Ik onthield waar we nog aan moesten denken. En ik kon goed kijken naar de opgenomen grappen zonder er een gevoel bij te hebben. Een grap is gewoon leuk of niet leuk, klaar.’

Edens: ‘Op een gegeven moment plofte deze opstelling neer: Raoul links, Thomas rechts, en ik in het midden.’

Van Sauers: ‘We werden vrijgelaten door de TROS. Het enige waar de omroep zich hard voor maakte, was om Harm als anchorman te nemen.’

Edens: ‘Ze vroegen: “Wil jij niet presenteren?” Ik wilde tot mijn 21ste acteur worden, dus toen ik dit aanbod kreeg, dacht ik: wat ontzettend leuk. Nee, ik was toen niet de TROS-man van het gezelschap. Dit ontstond volgens mij omdat het gevarieerd was om naar te kijken: eerst Raoul, donker met een hoge stem; dan mij, blond en met een lagere stem; en dan Thomas.’

Van Sauers: ‘Onze eerste gedachte was: moeten we geen comedian nemen? Bijvoorbeeld Owen Schumacher, die ook een goede presentator kon zijn? Maar het is juist goed om op die plek iemand te hebben die zich van het spel kan distantiëren en niet probeert óók grappig te wezen.’

Edens: ‘Die natuurlijke aandrang om te scoren kom je wel tegen bij cabaretiers, ja. Zo zijn ze. Ik herinner me een redactievergadering bij Hans Sibbel thuis. Op een gegeven moment ging de bel, die een beetje raar klonk, en meteen werden vanuit zes of zeven hoeken alerte grappen afgevuurd: bam! In de meeste gezelschappen ben ik degene die het hoogste woord voert, maar daar hield ik me heel rustig.’

Van Sauers: ‘Harms grote kracht is zijn geweldige ego: de teamcaptains kunnen hem platwalsen, maar hij staat op en gaat weer door. Het is een actueel programma, we hebben geen tijd om een half uur te bediscussiëren of een grap wel of niet in de uitzending mag van de presentator. Harm heeft nog nooit gecensureerd.’

Edens: ‘Mijn grootste strijd was: hoe straal ik gezag uit? Je zou denken dat het automatisch ging, omdat ik de vragen stelde, maar daar trok niemand zich ene reet van aan. Als ik mijn aankondiginen doe, heb ik concentratie nodig, en die is weg als anderen er doorheen gaan praten, of als cameralieden porno door de autocue heen gooien. Ja, dat laatste is echt ooit gebeurd. Met name gasten konden me tot wanhoop drijven. Tegen Willem Oltmans heb ik eens geroepen: “Meneer Oltmans, nu moet u echt ophouden, anders pak ik uw bovengebit af.” Wat voor mij ook heel moeilijk was, was niet in de lach schieten. Ik zat tenslotte eerste rang bij twee stand-up comedians die nieuw materiaal aan het maken waren.’

Van Sauers: ‘Na die oefenperiode hebben we een of twee echte pilots gemaakt.’

Edens: ‘In de Escape, die discotheek aan het Rembrandtplein in Amsterdam, hebben we de eerste afleveringen opgenomen. Toen bleek dat we op alles hadden geoefend, behalve op de chemie van zo’n programma. Ik begon, het leek goed te gaan, maar toen het af was, hadden we maar 35 minuten opgenomen. Terwijl we een uitzending van drie kwartier hadden! Je moet véél meer opnemen dan je uitzendt, want je wil de slechte grappen eruit knippen. Mijn tempo lag veel te hoog. Als iemand iets zei, dacht ik: fijn, we hebben een antwoord op de vraag, en nu weer door.’

Van Sauers: ‘Die eerste afleveringen gingen naar een testpubliek, dat ernaar kon kijken. Het pakte positief uit. We kwamen op tv, in 1996 – al was het weggestopt om een uur of elf ’s avonds, voor een zeer klein publiek. Na het eerste seizoen wilden de Engelsen het zien. Met Dolf Jansen ben ik naar Londen gegaan, met een band vol opnamen die we zelf hadden ondertiteld. Tijdens het kijken vroegen ze: “Is dit een grap?” Wij: “Dat is een grap.” “Oké, maar waar is de lach?” In Engeland nemen ze op voor publiek, maar toch versterken ze de grappen weleens met een lachband. Wij vonden dat een grap soms om te lachen is, en soms om te grinniken. Later heb ik die eerste afleveringen nog eens teruggezien. Ze waren niet altijd even goed, maar dat zeg ik met de blik van nu. Toen was het iets nieuws.’

Cindy Pieterse, hoofd tekstredactie van Dit was het nieuws: ‘Ik speelde op een avond in 2002 in Toomler, als lid van de Comedytrain. Het liep goed, en na afloop kwam Hans Sibbel op me af. Hij zei: “Jij hebt je heel goed ontwikkeld.” Ik dacht: dit is mijn kans, en vroeg of ik een keer mocht meeschrijven bij Dit was het nieuws. Hij zou het voorleggen. Niet veel later kreeg ik het script toegestuurd.’

Van Sauers: ‘Er is een redactie – Cindy, Kees van Amstel en Stefan Pop – die de inhoud bepaalt van de vaste rubrieken en van de teksten die Harm gaat gebruiken. Die inhoud komt in een script terecht. Alle schrijvers krijgen dat script en gaan thuis grappen bedenken. Die sturen ze vervolgens weer naar mij uiterlijk op donderdagavond want dan ga ik op basis van dat materiaal het definitieve script samenstellen.’

Pieterse: ‘Mijn eerste grap ging over Conny Breukhoven, oftewel Vanessa. Er was een staking in een zuivelfabriek geweest, en de grap ging ongeveer zo: “Sommige mensen houden niet van warme melk met een vel. Hans van Breukhoven wel. Die is er zelfs mee getrouwd.” Zoiets. In ieder geval: het werd de grap van de uitzending. Ik was niet bij de opnamen geweest, maar toen ik voor de buis zat, zag ik dat Raoul er keihard om moest lachen. Ik glunderde van trots.’

Van Sauers: ‘Op vrijdag, de dag van de opnames, leest Koos Terpstra het hele script voor tijdens een vergadering met de voltallige redactie. Dan bespreken we ook alle grappen die ik er nog niet in heb gezet. Alles bij elkaar ruim vierhonderd stuks. Ik ben dan nog de enige die alles heeft gelezen.’

Pieterse: ‘Toen ik daar voor het eerst bij was, vond ik het superspannend. Het was doodeng om naar dat voorgelezen script te luisteren, en daarna naar de nog niet geplaatste grappen. Ze werden anoniem voorgelezen, maar toen die van mij aan bod kwamen, werd ik zelf een beetje rood, dus zo heel anoniem zal het niet geweest zijn.’

Van Sauers: ‘Het is fijn om te zien hoe een grap soms opeens gaat rollen.’

Pieterse: ‘Elke punt, elke komma maakt verschil. Je gaat er heel precies van schrijven. Je leert dat je zinnen kort moet maken, met accenten. Bij het schrijven hoor ik altijd Harm in mijn hoofd. Die denkt trouwens ook mee over de formulering.’

Edens: ‘Je moet uitkijken dat je niet dezelfde grapjes krijgt. Een rare foto met het bijschrift: ‘Fandag Gerard Joling goed bezocht,’ of: ‘Huppeldepup was geen succes’ – dat kan echt niet meer. Ik probeer bij de leessessies overigens niet te veel te lachen. Anders ben ik aan het eind helemaal kapot.’

Pieterse: ‘Als je tegen Harm de woorden ‘Bertha Zaagkut’ zegt, dan begint hij al.’

Edens: ‘Bertha Zaagkut, o ja! Hahaha!’

Pieterse: ‘We deden ooit een grap over Suske en Wiske, en zochten een bijpassende naam. Ronald Goedemond zat erbij, en die stelde opeens voor, met dat accent van hem: “Bertha Zaagkut.” Tijdens de voorbereidingen heeft het heel lang geduurd voor dat Harm normaal die grap kon vertellen. Ik heb hem nog nooit zo hard zien lachen als bij Bertha Zaagkut.’

Edens: ‘Bertha Zaagkut. Hahahahaha!’

Van Sauers: ‘Soms hebben we een onderwerp waarbij niet één grap goed is. Dat soort gaten moet de redactie vullen, voordat om acht uur ’s avonds de opnames beginnen. Dat is niet leuk, hoor. Als je dan binnenkomt, denk je niet: o, die zijn hier met humor bezig.’

Pieterse: ‘De aanslag in Apeldoorn in 2009, op Koninginnedag, was een bijzonder moeilijk onderwerp. We hebben heel veel geschrapt en lang gediscussieerd. Uiteindelijk besloten we dat we het onderwerp wel zouden benoemen, maar er geen grappen over zouden maken. En dat Harm, ter compensatie, een taart in zijn gezicht zou krijgen.’

Edens: ‘Bij de eerste ronde kreeg ik dat ding al in mijn smoel. Ons manusje van alles gooide van net buiten beeld zó hard, dat de slagroom achter mijn ooglid zat. Ik had geen handdoek, alleen maar tissues, waarmee ik mezelf probeerde schoon te vegen. Maar boven mijn haarlijn bleven resten achter, en die gingen smelten tijdens de uitzending. Het droop over mijn gezicht. Ondertussen lag driekwart van die taart op mijn schoot, waaruit na een half uur een ranzige damp opsteeg. Ik dacht dat ik moest overgeven. En toen kwam er in de laatste ronde nóg een taart!’

Dit artikel komt uit de VARAgids, 2015

In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief

Al 100 jaar voor