Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media

De voorbereidingen van Jeroen Vullings’ boekenpraatje

09-03-2026
leestijd 3 minuten
136 keer bekeken
gettyimages

© GETTY IMAGES

Jeroen Vullings bespreekt wekelijks enkele boeken in de boekenrubriek van Nieuwsweekend. Hoe bereidt hij zich voor en welke afwegingen maakt hij? 

Hoe noem je zoiets eigenlijk, wat ik uitspook op de zaterdagochtend op Radio 1 in Nieuwsweekend? Natuurlijk, ik praat over nieuwe, door mij gelezen boeken, dat is zonneklaar. Maar is het een recensie? Dan wel een waarbij de essentie van drie boeken in zo’n tien, soms twaalf, dertien minuten voor het voetlicht gebracht moet worden – dat is kort voor meestal minimaal achthonderd pagina’s van verschillende schrijvers tezamen. Bovendien juich ik het toe als de presentatoren Mieke van der Weij en Pieter van der Wielen tijdens zo’n boekenpraatje ook wat zeggen, een vraag stellen of verduidelijking behoeven. Weinig is, voor mij althans, onbevredigender dan een potje te gaan zitten oreren; ik erger mij dan aan het galmen van mijn stem. Van interactie wordt mijn verhaal beter, vind ik, dan wordt het met een beetje geluk meer een gesprek.  

In vroeger tijden werd mijn radiobijdrage een causerie genoemd, iets dat voor mij nogal geurt naar een vadermoorder, lorgnet, kachelpijphoed en pandjesjas, bewaard bij de mottenballen. Zelf houd ik het simpelweg op: boekenpraat.    

Die begint voor mij na het nieuws van tien uur op zaterdagochtend. Na het moment dat producer Martijn van Dijk zich heeft kunnen uitleven – hij bedenkt voor mij telkens andere, jolige aanduidingen als ‘boekenkoning’ of ‘boekengourmand’ – vertel ik waar ik om half elf uitgebreider over ga spreken. Soms is er nog iets nieuwswaardigs te melden, een dierbare schrijver die ons ontvallen is of een jury die belabberd werk gedaan heeft. Ook daarbij past selectiviteit.  

Maar eigenlijk zijn die aankondiging en een halfuur later de boekenrubriek vooral uitvoerende werkzaamheden, waar ik alleen nog over kwijt wil dat ik zo’n praatje uit mijn hoofd doe. Dat werkt nu eenmaal het best voor mij. Lange, uitgetikte vellen met tekst voor je zorgen ervoor dat je dreigt te verzanden in een voorgelezen recensie – daar schiet niemand wat mee op. Je concentreert je op een drietal elementen per boek die je per se wilt vertellen en de rest wordt gedicteerd door het moment.   

De voorbereiding is een ander verhaal. Persberichten van uitgevers in de gaten houden, waarin de precieze datum staat wanneer een nieuwe titel het licht ziet. Bij sommige buitenlandse schrijvers, van wie je alles wilt lezen, houd je de publicatiedata van hun romans in de oorspronkelijke taal bij. Sommige vertalingen worden namelijk te kort voordien aangekondigd, dus dan is het handig dat je die boeken al in het Frans, Duits of Engels gelezen hebt – de enige vreemde talen waarin ik mij kan redden. Ook loont meestal een bezoekje aan een zelfstandige kwaliteitsboekhandel. Daar liggen vaak boeken van kleinere uitgevers, die geen promotiebudget hebben. Dus dan sla je toe in de boekhandel. Soms loopt de selectie via andere, onvermoede wegen. Verleden najaar verscheen literaire fictie van de Britse politieke adviseur Chloe Dalton; in Een haas in huis vertelt ze hoe ze door de zorg voor een pasgeboren haasje haar leven ten goede wist te veranderen. Mijn oudere buurvrouw, een verwoede lezer, toonde zich enthousiast over dat boek en kort nadien werd het door koningin Camilla uitverkoren voor haar prestigieuze eigen leesclub, The Queen’s reading room. Gewoonlijk zou een hazenboek buiten mijn blikveld gevallen zijn, maar nu, na lezing van dat inderdaad bijzondere relaas sprak ik er in mijn meest recente boekenpraatje over. 

Natuurlijk lees je meer dan aan de orde komt in de boekenrubriek. Ik ben beslist niet tegen negatieve literaire kritiek, een criticus leer je als lezer pas kennen door zijn voorkeuren én antipathieën. De woorden van een voorganger van lang geleden zijn nog steeds geldig: criticus Hans Gomperts vond dat een recensie een klaproos of een zweepslag moest behelzen. Het ergste zijn de boeken die vlees noch vis zijn, middle-of-the-road-proza waar je geen passie bij voelt – dat zijn de boeken die in kranten meestal toebedeeld worden met drie sterren. Een boek dat bewondering uitlokt of woede is dankbaarder om over te schrijven en om over te lezen. Maar schrijven over boeken is iets anders dan erover praten op de radio.  

Lees verder in VARAgids 11. Vanaf dinsdag 10 maart 2026 in de app, op de mat en in de winkel. Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week.

Delen:

VaragidsAvondeditie

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief

Al 100 jaar voor