
De Plantage, met Kader Abdolah
Menig cultuurliefhebber denkt met weemoed terug aan het VPRO-programma De Plantage.
Rieany Janssen zingt de herkenningsmelodie: ‘Dè-dum, dè-dè-dum, doe doe doe…’ Gitarist Ernst Jansz en pianist Jan Hendriks spelen mee. Het is de allereerste aflevering van het nieuwe kunst- en cultuurprogramma van de VPRO, zondagmiddag vijf uur, 11 september 1994. Traag gaat de camera langs de hoofden in het publiek in een café-achtige setting. Hanneke Groenteman richt zich tot de camera: ‘Natuurlijk maken we er wat van, hier in De Plantage. Welkom.’ Groentemans informele, humoristische presentatie zet de toon. Ze meldt dat als programmatitel ook Brandend zand en Hanneke Pis zijn overwogen, maar het is ‘keurig netjes’ De Plantage geworden, rechtstreeks vanuit de gelijknamige Amsterdamse buurt, vlak bij dierentuin Artis.
Het eerste gesprek is met schrijver Alfred Kossmann, die een kinderboek heeft geschreven. Of hij zichzelf lelijk vindt, vraagt Groenteman op zeker moment. Kossmann, achter een glas pils en een asbak: ‘Uitgesproken.’ Verder: acteur Warre Borgmans (genomineerd voor toneelprijs Louis d’Or) en oud-voetballer en schrijver Jan Mulder (over het die maand opgerichte literaire voetbaltijdschrift Hard gras). In de rubriek ‘Het feestvarken’ leggen twee aspirant-schrijvers in een grote rode ‘feeststoel’ uit waarom ze een hoorspelprijs hebben gewonnen. In ‘De groentebak’ grabbelt Mulder een klein cultureel initiatief, waar Groenteman op bezoek zal gaan. Amsterdamse projecten heeft de redactie weggelaten, maar als Mulder een uitnodiging van de Culturele Raad Vlissingen trekt, reageert ze: ‘Da’s me echt te ver, da’s buitenland!’
Groenteman, 55 jaar oud, had in de voorgaande jaren het radioprogramma Ophef en vertier gepresenteerd bij de VARA. Dat was een twee uur durende talkshow over kunst en cultuur, uitgezonden vanuit café Vertigo in het Vondelpark in Amsterdam. ‘Ik kreeg het gevoel dat iedereen daar al langs was geweest,’ vertelt Groenteman. ‘Er ontstond een zucht naar wat spanning in mijn leven.’ Ze klopte aan bij omroepdirecteur Marcel van Dam en zei dat ze haar radioprogramma graag op televisie zou willen doen. ‘Hij antwoordde: “Zolang ik hier zit, kom jij niet bij de VARA op tv. Aan jou kleven nog altijd de onlusten van 30 april 1980.”’ Daarmee verwees Van Dam naar de kroning van koningin Beatrix: duizenden VARA-leden hadden hun lidmaatschap opgezegd vanwege Groentemans radioverslag van die dag, dat volgens hen had bijgedragen aan de daaropvolgende chaos.
Groenteman stapte naar de VPRO. Ze mocht er het kortstondige probeersel Roerend goed maken (‘nogal mislukt’), waarna omroepbaas Roelof Kiers haar de zondagmiddag om vijf uur aanbood (‘een tijdslot dat niemand wilde hebben’). Groenteman mocht zelf haar redactie samenstellen. Ze benaderde Cornald Maas, die ze kende van de redactie van De schreeuw van De Leeuw. Met hem als eindredacteur en Ellen Jens als regisseur ontstond het programmaformat. ‘Het moest een talkshow worden in een eigen omgeving en met een eigen sfeer,’ herinnert Maas zich. ‘Uitgangspunt waren goede gesprekken met mensen die het verschil maakten in kunst en cultuur. Voor het decor werd Dorine de Vos gevraagd, die was opgevallen dankzij de inrichting van Hotel New York in Rotterdam. ‘Ik vroeg haar iets aanstekelijks te bedenken voor onze studio-ruimte, waar je graag zou willen zijn,’ zegt Groenteman. ‘Ik hou ervan als je ergens binnenkomt en denkt: het is hier leuk. Volgens mij bestond een groot deel van het succes uit het feit dat Dorine dat hele uiterlijk had bepaald.’ Groenteman voegt eraan toe dat ze op haar balkon nog een tafeltje heeft staan van De Plantage, en ook een lamp, beide ontworpen door De Vos.
Geheel in de traditie van makers-omroep VPRO kregen Groenteman en Maas de vrije hand. Kijkcijfers waren minder belangrijk. In de eerste maanden trok De Plantage zo’n 130.000 kijkers, schat Maas. ‘Toch stond het programma intern onder druk. Bij de VPRO werd neergekeken op ons. Ze vonden het een theekransje.’ Groenteman beaamt dat. ‘Bij de VPRO moest alles een rare twist hebben. Dat je je programma door een clown liet presenteren, of in een rijdende trein. Ze noemden mij de Tineke van de VPRO (naar het luchtige middagprogramma van Tineke de Nooij op RTL, red.).’
Volgens Maas brachten twee gebeurtenissen verandering in de situatie. Begin november 1994 was Hein Janssen te gast, theaterredacteur van de Volkskrant. Janssen zei ‘iets badinerends’ over acteur Carol van Herwijnen, waarop Van Herwijnen, die in zijn huis elders in Amsterdam kennelijk zat te kijken, zich ogenblikkelijk naar de studio begaf. Hij ‘nam Janssen direct na de uitzending apart en sloeg hem tegen de vloer,’ aldus het nieuwsbericht in de Volkskrant van de daaropvolgende maandag. Maas: ‘Opeens hadden we veel meer kijkers.’ Rond dezelfde tijd verscheen in Het Parool een lovende recensie, volgens Maas geschreven door redacteur Matthijs van Nieuwkerk. Na een half- jaar verstomde de interne kritiek. ‘Het programma kreeg statuur.’
Er volgden gedenkwaardige uitzendingen. Zoals die rond het overlijden van interviewer Ischa Meijer, waarin Freek de Jonge geïrriteerd raakte over een opmerking van Adelheid Roosen en opstapte. Theaterregisseur Liesbeth Coltof, van wie Maas wist dat ze ooit vergeefs een handtekening had gevraagd aan Swiebertje-vertolker Joop Doderer, werd eens in de studio verrast door de excuses van Doderer zelf, op de tune van het verzoeningsprogramma Het spijt me. De eigenzinnige acteur Jim van der Woude, die voor de grap een grote, zwarte snor had opgeplakt en naast schrijver Kader Abdolah kwam te zitten, die precies zo’n snor had, maar dan echt. Arjan Ederveen, die op zijn stoel zat te wippen, totdat Groenteman hem in hemelsnaam maar even naar de wc liet gaan. ‘Ik heb weinig inhoud,’ zegt de presentatrice over dat moment, ‘maar ik ben wel ad rem.’ Maas: ‘Je moest Hanneke op het moment zelf haar gang laten gaan. Dat leverde de leukste momenten op.’
Rubrieken werden verzonnen en bij het grofvuil gezet. De speciaal ontworpen feeststoel keerde na de eerste aflevering niet terug. Van de rubriek ‘Onder de douche’ daarentegen, waarin artiesten een lied zongen dat niet in hun gebruikelijke repertoire paste, werd zelfs een cd gemaakt. Annet Malherbe schitterde met ‘The other woman’ van Nina Simone, Willem Nijholt werd geweigerd omdat hij iets van Cole Porter wilde zingen, want dat deed hij op dat moment al in de theaters. ‘Willem heeft mij daarna nooit meer een hand gegeven,’ herinnert Groenteman zich. Er waren thema-uitzendingen, zoals die bij een ‘behoorlijk dementerende’ Gerard Reve thuis, in België. Of bij Arnon Grunberg in New York, met een bezoek aan de pizzeria waar hij werkte. ‘Er was heel veel mogelijk,’ stelt Maas. ‘Maar centraal stond Hannekes intuïtie, geestigheid en oprechte interesse.’
Zat het geheim van De Plantage in de presentatrice? Desgevraagd verwijst Groenteman naar de ‘heerlijke’ en ‘positieve’ wereld van de kunsten. ‘Dat heb ik altijd een ontzettend fijne atmosfeer gevonden om in te werken. Die vreugde overbrengen vond ik ongelooflijk fijn.’ Ze onderstreept dat het hard werken bleef: veel lezen, veel voorstellingen bezoeken, scherp zijn op live-televisie. ‘Vaak fietste ik na een uitzending huilend naar huis. Dan was een gesprek waarop ik me enorm goed had voorbereid toch niet geworden wat ik had gehoopt. Dan dacht ik: het is mislukt.’ Maas heeft een andere lezing. ‘Dat zegt Hanneke weleens, maar we gingen na de uitzending juist gezellig met een stel panini eten in de Vijzelstraat.’ Groenteman: ‘Spreekt Cornald me tegen? Nou, ja, ik overdrijf graag. Ik had altijd een grondgevoel van onzekerheid.’
Vaak fietste ik na een uitzending huilend naar huis.
Kritiek was er ook. Die draaide om het gevoel dat het wel heel erg Amsterdams was, allemaal. Rechtstreeks vanuit de hoofdstad, met kunstenaars die er woonden of werkten en een presentatrice die zich gedroeg alsof ze dagelijks met hen in de kroeg zat. Een ‘volkomen stupide oordeel,’ vindt Maas. ‘Ja, we zonden uit vanuit Amsterdam, maar daar zitten veel kunstenaars nu eenmaal. Een groot deel van het Nederlandse culturele en artistieke leven speelt zich daar af.’ Over Groentemans toon: ‘Die is er een van ons kent ons. Maar haar vraagstelling niet, en haar belangstelling was echt.’ Groenteman probeert het uit te leggen: ‘Ik wilde de gasten ontvangen zoals ik dat thuis ook doe. Ze op hun gemak stellen. Een beetje informeel, een beetje warmte. Daar hou ik van. De meesten kende ik niet als vrienden – zoveel heb ik er niet. Maar ik begaf me natuurlijk al jaren in de kunstwereld, ook toen ik nog radio deed.’
Net als haar radioprogramma ging ook De Plantage door toedoen van de presentatrice zelf ten onder. Groenteman: ‘Ik had er genoeg van. Het format begon me te vervelen. Ideeën om het op te frissen had ik niet.’ Collega-presentator Paul Witteman waarschuwde haar het programma niet op te geven, want ze zou het nooit meer terugkrijgen. In 2001 trok ze de stekker eruit. De opvolger van De Plantage werd HH zondag: zelfde dag, zelfde tijd, maar nu met Groenteman in een duopresentatie met Paul Haenen. Geen goed idee, erkent ze nu. De verkeerde chemie, verschillen in smaak. Het programma verdween al na één seizoen van de buis. Maas was toen al vertrokken: na vier jaar eindredactie was hij voor de Volkskrant televisierecensies gaan schrijven. Op de vraag of ze spijt heeft, antwoordt Groenteman: ‘Tja. Niemand zei dat ik moest stoppen. Als ik kans had gezien om het programma te verbeteren, had het nog kunnen bestaan. Maar dat was niet zo. Iets als De Plantage is nooit meer teruggekomen. Ik heb het altijd gemist, daarna.’
Dit artikel komt uit VARAgids 8, 2026.
In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief