Sfeerfoto van VARAgids
VARAgids

VARAgids

De VARAgids online heeft uitgelichte artikelen, allerlei winacties, podcasts en het tv-overzicht.
VARAgids

De bijzondere weg van Kees van Amstel naar het podium

29 mei 2020
  •  
leestijd 4 minuten
23InstaKeesvanAmstel
DOOR ROGER ABRAHAMS
BEELD RAUL NEIJHORST
Kees van Amstel (55) is de mbo-docent die pas op zijn 38ste comedian werd. Sindsdien wordt hij geplaagd door een fundamentele onzekerheid – ondanks zijn rap groeiende reputatie en een cabaretshow die deze week op televisie te zien is.

Het verhaal van jouw carrière in de humor is dat jij pas op je 38ste op de planken durfde te stappen. Ter vergelijking: Jan Jaap van der Wal was 17 toen hij zich aansloot bij Comedy-train, het stand-up comedy-gezelschap waar jij inmiddels ook lid van bent. Klopt. Ik keek vroeger wel eens naar cabaret op televisie, maar het interesseerde me niet. Freek de Jonge was de eerste die me opviel, met zijn solodebuut De komiek in 1980. Maar om het zelf te gaan doen? Nee.

En op de bonte avond van je middelbare school? Ook niet. Ik speelde nooit in toneelstukken of zo. Toch voelde ik blijkbaar
de behoefte om een keer op het podium te staan, want in de zesde klas van het atheneum deed ik auditie aan de Amsterdamse toneelschool. Het was verschrikkelijk. Twee uur eerder dan afgesproken moest ik op. De tekst had ik uitstekend uit mijn hoofd geleerd, maar na drie zinnen was ik alles kwijt. Daarna volgde een improvisatie-opdracht. ‘Je bent op een zolder, er staan allemaal dozen. Begin maar.’ Na tien seconden onderbraken ze me: ‘Leuk hoor, maar nu even zonder tekst.’ Later kreeg ik een keurig, handgeschreven briefje thuis waarin stond dat ik nog te jong was. Ik dacht: ik ga nooit meer het toneel op, en ik hoop dat alle theaters instorten. Op mijn 24ste werd ik leraar.

Waarom besloot je het onderwijs in te gaan? Na de middelbare school had ik een paar klotebaantjes. Mijn vader, die
zelf lesgaf, raadde me aan om dan maar de lerarenopleiding te doen. Het leek me niks, maar in Amsterdam heb ik de bevoegdheden Engels en aardrijkskunde gehaald. Later is daar nog toerisme en recreatie bijgekomen. Ik ging stagelopen op een mbo in Den Haag. Na de zomer belden ze me terug: of ik een baan wilde. Ik was opgevallen, zei de directeur, omdat ik de enige was die zich er uit had gered met een bepaalde klas. De leerlingen waren op hun gemak geweest en hadden om me moeten lachen. Binnen een maand had ik een voltijdbaan. Nog steeds sta ik twee dagen per week voor de klas.

Veertien jaar lang leidde je een lerarenleven. Ik vond het leuk. Een beetje klooien met die leerlingen, een beetje lachen, verhalen vertellen. Ik werkte vijf dagen per week en in de vakanties ging ik lang op reis. Ik was aan weinig gebonden. Ik had geen kinderen – nog steeds niet. Het ontbrak me nergens aan. Met cabaret hield ik me niet bezig.

Wat maakte dat je opeens voor het podium koos? Rond de eeuwwisseling was er veel stress op school, vanwege onderwijs-vernieuwingen. Ook in mijn relatie rommelde het. Ik moet iets anders, dacht ik. En toen zag ik voor het eerst stand-up comedy – live. Ik was op vakantie in Londen en New York, waar ik comedyclubs bezocht, in zo’n keldertje. Daar stonden grappenmakers met een microfoon, voor een stel dronken gasten, en wisten hen voor zich te winnen. Dat vond ik magisch: als iemand moet vechten om aandacht, om de lach, in een Fight club-achtige setting. Een vriend zei dat je in Nederland ook twee comedyclubs had, in Amsterdam. Daar begon ik Toomler en het Comedy Café te bezoeken, na school, met mijn aktekoffertje en zonder stropdas. De eerste schreden op het podium van Micha Wertheim zag ik, en Roué Verveer. Zelf gaf ik me niet op. Wel kocht ik een boek over stand-up comedy. Toen heb ik eerst... Ja, dat is een raar verhaal, dat moet ik nog eens vertellen.

Welk verhaal? Ik durfde niet. Op een dag in 2002, met Chinees Nieuwjaar, ging ik met vrienden naar het casino. Aan de roulettetafel vroegen ze me: ‘Wanneer ga je nou eens optreden, schijterd?’ Ik pakte een fiche van tafel. ‘Ik leg deze op één,’ antwoordde
ik. ‘Als het balletje op dat getal blijft liggen, treed ik volgende week op.’ Je raadt het al. Het roulettewiel draaide, en paf! Eén. Iedereen juichte. Ik had gewonnen, maar wilde me niet aan mijn belofte houden. Laf, vonden mijn vrienden. Toen durfde ik te zeggen: ‘Oké, maar alleen als de bal nóg een keer op één valt.’ Om het gewonnen geld niet te verliezen, zette ik in op zes getallen tegelijk. Het balletje ging rollen, en weer: één. Ik zweer je dat het waar is.

Toen moest je wel. Ik belde Toomler op. Daar hadden ze een wachtlijst. Bij het Comedy Café kreeg ik een man aan de lijn die vroeg of ik diezelfde avond al kon – er was iemand ziek. Voor mijn optreden stonden zes minuten. Met opzet had ik me suffig aangekleed, zodat ik kon spelen met de verwachtingen van het publiek. Mijn openingsgrap luidde: ‘Nee, ik ben géén leraar maatschappijleer.’ De mensen moesten meteen lachen. Ik vertelde verder over mijn vriendin, met wie het inmiddels was uitgegaan. Na afloop vroeg die man van het Comedy Café hoe lang ik al bezig was. Dit was de eerste keer, antwoordde ik. Ja ja, het zal wel, meende hij. Hij vroeg me terug voor de eerst- volgende zaterdag, dan zou hij me ‘tussen de pro’s’ zetten. Achter me hoorde ik een comedian zeggen: ‘Effe kijken of die gozer een toevalstreffer is.’ Die tweede keer had ik het geluk dat ik na een stel Amerikanen uit het New Yorkse comedycircuit op moest. Het publiek was die gasten zat. Ze hadden het alleen maar over Emsterdem en hash en klompen, de Nederlandse clichés. Opeens verscheen een ietwat oudere man achter de microfoon, de stress uit zijn ogen schietend, die zijn waargebeurde verhaal begon te vertellen. Het publiek lag dubbel. Ik mocht blijven voor de late voorstelling, om nog eens op te treden. Toen ik ’s nachts naar huis reed, dacht ik: ongelooflijk, ik heb ergens talent voor.

Lees meer in VARAgids 23 vanaf pagina 8.

Meer over dit onderwerp

Populair bij BNNVARA

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld u aan voor de wekelijkse VARAgids Avondeditie!