
© ANP
Ad van Liempt maakte de remake van De bezetting in 1988, ook met Loe de Jong. De aanloop daar naartoe startte in 1960.
Tussen 1960 en 1965 kreeg Wim Rengelink, de toenmalige topman van de NTS (voorloper van de NOS) vier keer per jaar dr. L. de Jong aan de telefoon. De directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie deelde dan mee dat hij weer een scenario had voltooid voor de volgende aflevering van De bezetting, de tv-serie over Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De beide mannen pakten de agenda en bepaalden een datum voor de uitzending. Nederland had tot 1964 maar één televisienet, dus er viel nog weinig te coördineren. Daarna kwam de machine op gang, die leidde tot een rechtstreekse uitzending, die vrijwel elke keer door het publiek als sensationeel werd ervaren, en waarop steevast een langdurige en diepgaande discussie in de kranten volgde. Het was stil op straat, als Loe de Jong De bezetting presenteerde en het verhaal van de oorlog vertelde met filmbeelden en foto’s die bijna niemand nog kende en die veel indruk maakten. De serie bestond uit 21 delen, die voor zestig minuten gepland stonden, maar voortdurend uitliepen, soms wel tot anderhalf uur. De Jong trok zich niets aan van de woede van de Hilversumse omroepen daarover – hij wist dat het publiek massaal, en geboeid, keek.
'Het was stil op straat, als Loe de Jong De bezetting presenteerde'
De Jong had geëist dat het altijd live ging. Regisseur Milo Anstadt zorgde ervoor dat de tevoren gemaakte interviewfragmenten op een filmband klaar stonden en dat de foto’s op standaards waren gezet, zodat de camera’s ze op tijd konden pakken. Hij had na een stroef begin een gemotiveerde en ervaren studioploeg tot zijn beschikking, die steeds beter bestand was tegen de nukken van de altijd gespannen presentator Loe de Jong. Een van de cameramensen zou later uitgroeien tot de gevierde regisseur van maanlanding- en Oranje-uitzendingen: Rudolf Spoor. En een van de kabelslepers werd later een van de beste sportregisseurs van de hele wereld: Martijn Lindenberg.
De eerste uitzending was op 7 mei 1960, vijftien jaar na de Duitse capitulatie. Vier dagen later werd het nieuws in de hele wereld bepaald door de arrestatie van Adolf Eichmann in Argentinië. De toporganisator van de moord op zes miljoen joden had zich vijftien jaar schuilgehouden, maar was nu opgepakt door agenten van de Mossad en ter berechting naar Israël ontvoerd. Die week in mei 1960 leidde tot een aanzienlijke opleving in de belangstelling voor wat er in de Tweede Wereldoorlog allemaal was gebeurd en hoe dat mogelijk was geweest. In Nederland brachten de uitzendingen van De bezetting steeds nieuwe en voor velen onbekende aspecten aan het licht. Filmbeelden van de deportatie van joden uit kamp Westerbork; foto’s van de razzia op joodse mannen in 1941 waarna de Februaristaking uitbrak; uitspraken van overlevenden over hun ervaringen in concentratiekampen; de bittere gevechten tijdens de bevrijding van zuidelijk Nederland; de ervaringen van Nederlanders in de Japanse interneringskampen; de levende geraamtes in de straten van de steden tijdens de Hongerwinter; de tomeloze vreugde bij de komst van de Canadezen in het westen van het land – het was voor bijna alle televisiekijkers de eerste keer dat ze dat zagen. Veel mensen gingen De bezetting zien bij familie of kennissen die al een tv-toestel hadden; later kochten ze er zelf een. Het aantal tv-toestellen in Nederland steeg tussen 1960 en 1965 van ongeveer 700 duizend tot meer dan drie miljoen…
De Jong en Rengelink (allebei uit de VARA-familie) hadden tevoren besloten dat de neutrale NTS de serie zou uitzenden en dat de toon van De Jong zo objectief mogelijk moest zijn: ze wilden politieke controverses over de oorlog vermijden. Helemaal lukte dat niet, er kwam bij elke aflevering wel ergens kritiek vandaan, maar de positieve reacties (postzakken vol bij de NTS en bij het RIOD na elke uitzending) overheersten. De 179 getuigen die in de 21 afleveringen aan het woord kwamen, zorgden voor een breed geschakeerd beeld. Al ontbrak het geluid van de NSB: De Jong weigerde pertinent iemand aan het woord te laten die met de bezetter had gecollaboreerd.
De Jong zei later dat het maken van de tv-scenario’s hem enorm had geholpen bij het schrijven van zijn grote geschiedwerk. Hij had meer grip op de materie gekregen, hij was gedwongen – voor zijn doen – beknopt te zijn, hij zag De bezetting als een ideale voorbereiding op zijn levenswerk, dat hij tussen 1969 en 1988 tot stand bracht, twaalf delen, 29 boeken, een slordige 17 duizend pagina’s.

© NTS- FOTOCOLLECTIE BEELD & GELUID
Tussen 1965 en 1967 is de hele serie een keer herhaald, maar wel ingekort tot zestig minuten per aflevering – een dwingende eis van de NTS. De Jong drong daarna vaker aan op heruitzending van de serie, nuttig voor nieuwe generaties, maar bij de NTS, later NOS, vonden de deskundigen dat de vorm totaal verouderd en achterhaald was. Onder protest van de documentaire afdeling, die een groot deel van het jaarbudget zag wegvloeien, werd in 1988 toch besloten De Jong een nieuwe versie van De Bezetting te laten schrijven, een remake , weer van 21 afleveringen, maar nu niet langer dan vijftig minuten per stuk. Het productiebedrijf Belbo sloot er een contract voor met de NOS. Ik kreeg de taak om De Jong redactioneel te begeleiden en ervoor te zorgen dat de serie visueel aantrekkelijk zou worden door toevoeging van meer, vooral onbekende filmbeelden. Het kwam erop neer dat ik in verschillende Nederlandse archieven en in Duitsland (Bundesarchiv, Koblenz) en Engeland (Imperial War Museum, Londen) op zoek ging naar filmfragmenten, die ik vervolgens voorvertoonde aan Loe de Jong, die daarna nieuwe scenario’s ging schrijven. Het was een prettige bijkomstigheid dat De Jong, na voltooiing van zijn 29 banden, een vriendelijke en ontspannen wandelende oorlogsencyclopedie bleek te zijn geworden, en niet meer leek op die nurkse, koppige mopperaar zoals velen hem hadden leren kennen. Niet dat we het altijd eens waren: we hadden, samen met productieasstistent Wia van Druijten, geregeld pittige discussies. De Jong wilde bijvoorbeeld over de bevrijding van het gruwelijke kamp Bergen-Belsen per se de allerverschrikkelijkste beelden laten zien, terwijl wij hem ervan probeerden te overtuigen dat het niet de bedoeling van televisie is de mensen verschrikt het hoofd te laten afwenden. Maar wat als herinnering overheerst is toch de imposante kennis en wijsheid die De Jong voor ons tot de gedroomde geschiedenisleraar maakten.
De gekozen werkwijze kwam erop neer dat De Jong in het voorjaar van 1989 de tekst van alle 21 afleveringen voorlas voor een VHS-camera. Vervolgens monteerde ik op die tekst alle beelden die we hadden geselecteerd en sommige filmfragmenten van interviews uit de oude serie. Het resultaat was een flinke serie VHS-banden, die werd overgedragen aan regisseur Rob Swanenburg. Hij zou ze als leidraad gebruiken voor de uiteindelijke opnamen, die in de nazomer zouden plaatsvinden.
Intussen bereidde Loe de Jong zich serieus voor op de zeer intensieve opnameperiode die hem, hij was inmiddels 75 jaar, te wachten stond. Hij schaafde dagelijks aan de teksten en oefende zich in het voorlezen van de autocue. Maar midden in die fase kreeg hij, in de werkkamer op het kantoor van producent Belbo in Hilversum, een herseninfarct. Regisseur Swanenburg was erbij. De Jong werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Na thuiskomst werkte hij hard aan zijn herstel: hij wilde per se de serie presenteren, hij liet de logopediste drie keer per dag aan huis komen. Later beschreef hij dat hele proces nauwkeurig in zijn boekje Opkrabbelen – typisch Loe de Jong: alles reconstrueren, zelfs zijn eigen worsteling. Maar het lukte niet, zijn spraakvermogen herstelde goed, maar niet genoeg om 21 televisieprogramma’s te presenteren. Hij ging uiteindelijk akkoord met de oude NTS- en VARA-coryfee Pier Tania als zijn vervanger. Die nam in oktober 1989 alle 21 afleveringen op, onder leiding van Swanenburg.
De remake was zeker onherkenbaar vergeleken met de oorspronkelijke Bezetting . De inhoud was meer gebaseerd op nieuwe inzichten en veel genuanceerder. Maar de vorm, een ‘alwetende’ verteller in een studio, was gebleven – en die was, ook al toen, weinig vernieuwend: de frustratie bij de documentaire afdeling van de NOS was dan ook alleszins voorstelbaar.
In zijn voortreffelijke proefschrift Televisie en bezetting concludeerde mediawetenschapper Chris Vos in 1995 dat de tweede serie De bezettingwel eens de laatste integrale televisiegeschiedschrijving van de oorlog zou kunnen zijn geweest. Maar dat kwam niet uit: in 2009 kwam de NTR met de negendelige serie De oorlog . Gepresenteerd door Rob Trip, vanaf tientallen plekken, overal in Europa en ook in Indonesië waar de gebeurtenissen zich hadden afgespeeld. Geheel vernieuwd en eigentijds, maar in veel opzichten schatplichtig aan Loe de Jong.
Dit artikel komt uit VARAgids 18, 2026.
In de VARAgids tv-encyclopedie wekelijks biografieën over oude en nieuwe televisieprogramma’s, aan de hand van de mensen die meewerkten of het presenteerden. We delen VARAgids-artikelen uit het archief die in deze encyclopedie thuishoren, wekelijks aangevuld met een nieuw verhaal. Bekijk alle verhalen op varagids.nl/tvencyclopedie
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief