Logo VARAgids
Alles over tv, series, films en podcasts

Column Claudia de Breij: Prinsenvlag

  •  
18-01-2022
  •  
leestijd 3 minuten
  •  
998 keer bekeken
  •  
Claudia de breij Prepr

‘Herkende je me nou?’ vraagt hij. ‘Laatst, toen je me groette, toen twijfelde ik even. Maar je weet het dus nog?’

De grote blonde man voor me kijkt me verwachtingsvol aan. We wandelden, in tegengestelde richting, op de Maliebaan. Door zijn enthousiaste groet schrok ik op van waar ik mee bezig was: om me heen speuren naar sporen van gisteravond.

Toen was er hier, op de Utrechtse Maliebaan, een coronademonstratie. Een fakkeloptocht, waarbij werd gezwaaid met de Prinsenvlag. Misschien weet u niet wat de Prinsenvlag is. Of wat die betekent. Maar de mensen die ermee rondlopen weten het wel.

Het is een Nederlandse vlag, maar dan met oranje op de plek waar wij rood gewend zijn. Dat is geen onschuldige variatie; ooit hoorde deze vlag bij de Geuzen in de Tachtigjarige Oorlog, maar sinds de jaren 30 van de vorige eeuw hoort die bij fascisten. De NSB gebruikte de Prinsenvlag, en dat was zodanig omstreden dat Wilhelmina in 1937 bij Koninklijk Besluit liet vastleggen dat de kleuren van de Nederlandse vlag rood, wit, blauw zijn – en niet oranje, blanje, bleu. De Prinsenvlag wordt tegenwoordig gebruikt door extreemrechtse organisaties als Voorpost en de Nederlandse Volksunie.

Op deze Maliebaan zat het kantoor van Anton Mussert, het hoofd van de NSB, tijdens de oorlog. Ook de SD, de SS en andere naziorganisaties zetelden hier, naar verluidt omdat Hitler de Maliebaan zo fraai op het Berlijnse Unter den Linden vond lijken. Vreemd, je ziet hier wel bordjes die eraan herinneren dat op de Maliebaan vroeger het paille-maille spel werd gespeeld, waaraan het zijn naam dankt, en ook dat hier het eerste fietspad van Nederland was wordt gememoreerd met een bord. Dat deze straat van Utrecht de hoofdstad van het Nationaalsocialisme maakte in de jaren 40-45 staat nergens. Misschien toch eens doen, gemeente Utrecht. We hebben het nodig.

‘Ja, natuurlijk herkende ik je nog!’ zeg ik tegen de man tegenover me, die nu al enige tijd afwachtend staat te kijken. ‘Ik heb weleens bij jou ontbeten, toch?’ Hij kijk wat verschrikt, maar ik bedoel echt alleen ontbijten. We gingen destijds allebei uit in de niet zo bijster dampende Utrechtse gayscene, waar je het alleen echt laat kon maken als je na het sluiten van de kroeg nog bij iemand thuis verder ging feesten. Met ontbijt toe, dus.

Hij weet het weer. Ik vertel hem over waarom ik zo in gedachten liep, over gisteravond, over dat er weer nazi’s marcheren op de Maliebaan.

‘Nou ja, nazi’s’, zegt hij. Hij heeft een lief gezicht. ‘Misschien niet allemaal, hè. Er is ook gewoon heel veel onvrede onder mensen. Dat begrijp ik wel.’

En ja, dat begrijp ik ook. Maar als ik de mensen die slachtoffer zijn van de toeslagen-affaire nou alleen maar af en toe zie huilen in een tv-reportage. Als ik de slachtoffers van de aardbevingsschade in Groningen braaf in een schandalige rij zie staan om uiteindelijk níet te krijgen waar ze recht op hebben. Als nou de mensen die álle reden hebben om werkelijk te ontploffen van onvrede zich niet wenden tot neo-nazi-symboliek om hun punt te maken, waarom moet ik dan begrip opbrengen voor deze mensen met hun NSB-vlag? Volgens mij wachten deze mensen al jaren op een crisis als deze, omdat het ze een excuus biedt om weer openlijk te zijn wat ze heimelijk altijd al waren.

Meer Claudia de Breij? Lees iedere week haar column in de VARAgids!

Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief