Logo VARAgids
Alles over tv, series, films en podcasts

Interview met Claudia de Breij

19-04-2021
  •  
leestijd 5 minuten
  •  
553 keer bekeken
  •  
Claudia en Dolf
Door Dolf Jansen
Tot dat de lockdown roet in het eten gooide, speelde de voorstelling Hier ben ik, over de joodse cabaretière Heintje Davids. Dolf Jansen ondervroeg De Breij over de donkere dagen van toen en óók een beetje van nu.
Het leek me leuk om het, begin april, met Claudia te hebben over nieuw leiderschap, over Kaag, over Tjeenk Willink die ze al op twitter voorstelde als informateur lang voordat de politiek zo ver was, en over het maken van cabaret in deze rare (en soms donkere) dagen. Toen zag ik de documentaire Hier zijn wij van Suzanne Raes, waarin ze Claudia volgt tijdens de totstandkoming van haar voorstelling Hier ben ik, en begreep ik dat ons gesprek ook over die voorstelling zou gaan. Claudia maakte de voorstelling een jaar geleden, met Michelle Samba (een vrouw die desnoods bas speelt op een cello) en Abdelhadi Baaddi (een man in het schemergebied tussen Kanye en Jody Bernal); een voorstelling over Heintje Davids, over er mogen zijn (en steeds weer terugkomen, ook). Een ontroerende documentaire vond ik het, door het onderwerp – oorlog en Jodenvervolging zijn nooit ver weg –, door de paralellen met het nu die niet benoemd worden maar er wel steeds zijn, door de worsteling die het maken van een voorstelling eigenlijk altijd is, en door het uiteindelijk nauwelijks kunnen spelen vanwege corona.

De eerste woorden van de film zijn het door jou uitgesproken Hier ben ik / en ik mag er zijn. Hoor ik daar Heintje Davids, of toch Claudia de Breij? Beiden. Het is makkelijker om dingen te zeggen als Heintje Davids dan als mezelf. Ik speel in de voorstelling ook niet echt Heintje Davids. Het is dus niet Heintje of Claudia, die zin is eigenlijk een soort credo voor iedereen. Ik wilde een voorstelling maken, zodat iedereen die in de zaal zit zou kunnen denken: dit gaat ook over míj. Wat je afkomst, geslacht, leeftijd of voorkeur ook is, het maakt niet uit. Het moet voor iedereen gelden.

Je zegt ergens in de film over die tijd, tijdens en na de oorlog, ‘het kan over deze tijd gaan, over dit land en nu, en over dingen die wij zien gebeuren, maar dat hoeft niet. Heb je gewoon een mooie avond.’Als je er nu naar kijkt, als maker, hoe belangrijk is het dan voor je dat mensen ook zien dat het over nu gaat, over racisten in ons parlement, over Hongarije waar regenboogvlaggen worden vertrapt, over LHBTI-vrije zones, over het buitensluiten van mensen? Ik denk dat je als publiek alles wat de maker erin heeft gestopt meekrijgt, ook als je je er niet bewust van bent. Dat klinkt misschien een beetje als een tovenaarsleerling, medicijnmannerig…

…sjamaan de Breij. Ja, het is ook een beetje a spoon full of sugar makes the medicine go down. Ook al zou nu dat kwartje niet bij iedereen vallen, misschien dat zo’n voorstelling toch iets in gang kan zetten, waardoor je fascistische mechanismen herkent wanneer je ze in het echt ziet. En die letterlijkheid van het hier en nu, dat heeft ook niks artistieks en gaat veel verder dan wat ik ervan vind. Als ik die beelden uit Hongarije zie ‘vind ik daar niet iets van’, nee dan ontplof ik, dan ben ik woedend en bang en bijna overstuur! Het verhaal van Hein-tje Davids is zo van belang omdat je je als publiek eerst met haar gaat identificeren, en dan ziet wat haar overkomt. Maar ik zou dat in andere tijden ook zo hebben geschreven, het is namelijk van alle tijden.

Het buitensluiten, het voelen dat voor jou wordt bepaald of je er wel of niet mag zijn? Ja, dat is van alle tijden. En jij en ik hebben bijna onze hele leven gedacht dat dat iets van het verleden was.

Dat kunnen we herdenken en dat is het zo ongeveer.
Ja, en nu zie je over de hele wereld dat het niet iets van vroeger is, dat gelijkwaardigheid en democratie en rechtsstaat zaken zijn waar je elke dag voor moet vechten, en dan het liefst verbaal.

Heintje kreeg letterlijk te horen ‘jij bent te dik en te lelijk’. ‘Jij bent te dik en te lelijk voor op het toneel’, en dat zei haar eigen vader hè. Het is ook niet dat iemand op Twitter dat riep.

Je hád nog niet eens Twitter. Rare tijd was dat. Waar wonden ze zich dan over op?

En hoe deden ze dat dan? Moest je dan op je balkon gaan staan en iets schreeuwen? Maar goed, dat was heel hard en direct en vreselijk, wat zij te horen kreeg. Heb jij je ooit zo gevoeld? Oh zeker. En dat hoefde niemand te roepen, ik kon dat mezelf heel goed wijsmaken. Echt letterlijk te dik en te lelijk voor toneel. Als ik het podium opkwam en ik zag twee mensen nog snel iets tegen elkaar zeggen dan dacht ik nooit dat ze zeiden ‘leuk hè, dat we kaarten hebben’, maar ‘jezus mina, wat ziet die eruit in het echt’. Altijd heel negatief over mezelf totdat Paul van Vliet een keer tegen me zei ‘wil je je vanaf nu realiseren dat al die mensen echt moeite hebben gedaan voor een kaartje, die willen daar echt zijn.’ Die mensen zijn er niet om te zien hoe kut je bent, maar waarschijnlijk omdat ze je heel goed vinden.

Wat Heintje Davids ook zei, was dat ze wist wat ze kon: zingen, vertellen, mensen aan het lachen maken, en ze wist ook zeker dat de mensen haar wilden. Die kant ken ik natuurlijk ook, anders ga je dat podium niet op. Gek hè, ik kan dat ook niet helemaal duiden, maar het heeft met elkaar te maken, dat je het negatiefste én het positiefste kan geloven. Ik denk zelfs dat je die strijd nodig hebt om dit te willen doen. Als je alleen maar denkt ‘ik ben niks waard’ durf je dat podium niet op, en als je alleen maar denkt ‘ik ben fantastisch’ dan ben je niet om aan te gluren. Maar als de laatste voorstelling voor de zomer, of, zoals nu, voor een lockdown, niet loopt dan voel je je maanden kut.

Lees verder in VARAgids 17 vanaf pagina 8.

Meer over:

#artikelen
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief