Afgelopen vrijdag heeft het Centraal Planbureau (CPB) het coalitieakkoord doorgerekend. Wat betekenen die plannen concreet voor jouw portemonnee? Econoom Tijmen de Vos legt uit wat er verandert in de koopkracht en wie uiteindelijk de rekening betaalt.
De analyse van de budgettaire en economische effecten van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau laat zien dat veel mensen minder geld overhouden als de plannen ongewijzigd worden uitgevoerd. De koopkracht stijgt minder hard dan partijen tijdens de verkiezingscampagne hebben beloofd. Een belangrijke oorzaak daarvan is de invoering van de zogenoemde vrijheidsbijdrage.
De vrijheidsbijdrage van 3,4 miljard euro is ingevoerd om de NAVO-norm te halen en extra defensie-uitgaven te financieren, kan dus ook wel een defensiebelasting worden genoemd. Maar uit doorrekeningen van econoom Tijmen de Vos blijkt dat de rekening voor ‘vrijheid en veiligheid’ vooral bij lagere inkomens terechtkomt. De maatregel raakt vrijwel iedereen en drukt de koopkracht. Tekst loop door na deze animatie.

“Er zit bovendien een verdubbeling in 2028,” legt De Vos uit. In 2017 betaal je 150 euro per jaar, maar in 2028 loopt dat op tot ongeveer 350 euro. Vooral lage en middeninkomens worden relatief het hardst geraakt en gaan er procentueel het meest op achteruit. Middeninkomens gaan zelfs in euro’s meer betalen dan de absolute top. Lees hier de volledige uitleg van de berekening.
Een halfjaar geleden beloofden de huidige coalitiepartijen, VVD, D66 en het CDA dat de koopkracht voor iedereen zou stijgen. Tijmen de Vos berekende toen voor ons wat die plannen concreet zouden betekenen voor de portemonnee van doorsnee huishoudens, een duidelijke plus per jaar. Nu laten de nieuwe berekeningen echter een heel ander beeld zien. In plaats van een stijging blijkt de werkelijkheid een stuk somberder uit te pakken.
- De berekeningen voor de koopkracht voor doorsnee huishouden en de laagste inkomens, met helemaal rechts hoe het uitpakt volgens het coalitieakkoord. De tekst gaat onder de twee grafieken verder.


Tijdens de campagne benadrukten onder meer VVD-leider Dilan Yeşilgöz en D66-leider Rob Jetten dat werken moet lonen. Maar volgens De Vos wordt arbeid juist zwaarder belast. “De belasting op inkomen gaat omhoog. Vooral lagere en middeninkomens gaan relatief meer betalen. Dat komt onder meer door de vrijheidsbijdrage.”
De plannen hebben ook gevolgen voor de armoedecijfers. Volgens de CPB-berekeningen stijgt de armoede met 0,2 procentpunt. Dat betekent ongeveer 35.000 extra mensen in armoede. Onder andere doordat de WW erg wordt versoberd.
Niet alleen gaat de maximale duur omlaag, ook de opbouw van de werkloosheidsuitkering wordt versoberd. Wie voorheen na zes jaar werken recht had op zes maanden WW, bouwt straks in dezelfde periode nog maar drie maanden op. Vooral jongeren en starters op de arbeidsmarkt worden hierdoor geraakt. Zij bouwen langzamer zekerheid op en vallen bij werkloosheid sneller terug in inkomen.
Belangrijk om te benadrukken dat het gaat om plannen van een minderheidskabinet. Om het beleid daadwerkelijk door te voeren, is steun van andere partijen in de Tweede Kamer nodig. Er kan dus nog van alles veranderen.
Voor nu schetsen de CPB-cijfers echter een duidelijk beeld, de beloofde koopkrachtstijging blijft uit, de lasten nemen toe en de armoede groeit. Kassa blijft de ontwikkelingen volgen.
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de Kassa nieuwsbrief!