De linkse partijen mogen dan gezamenlijk nipt de verkiezingen gewonnen hebben, die feestvreugde leidt er niet toe dat er ook een linkse regering komt. Magdalena Andersson, leidster van de sociaal-democraten heeft de opdracht tot het formeren van een regering met de Groenen, de Centrumpartij en de Linkste Partij teruggegeven. De onderhandelaars van de vier partijen, die 176 van de 349 zetels in handen hebben, slaagden er niet in overeenstemming te bereiken. Vooral de verschillen tussen de centristische Centrumpartij en de socialistische Linkse Partij bleken onoverbrugbaar. "Op basis van de gesprekken die ik heb gevoerd, kan ik concluderen dat het voor mij, zoals de zaken er nu voor staan, niet mogelijk is om een regering te vormen", verklaarde Andersson tegen verslaggevers.
Directe aanleiding voor het teruggeven van de opdracht was dat de Linkse Partij bij de verkiezing van een nieuwe parlementsvoorzitter tot verbijstering van de rest van het linkse blok koos voor de mannelijke kandidaat van de conservatieve Gematigde Uniepartij. Ze passeerden daarmee de linkse kandidaat Johanna Haraldsson van de sociaal-democraten. Volgens de Linkse Partij was het een stem voor een persoon en niet voor een partij. De aldus met behulp van de Linkse Partij gekozen parlementsvoorzitter, de rechtse Andreas Norlén, gaat nu bepalen hoe het verder moet met de formatie. Het is zeer de vraag of rechts en ultrarechts in staat zijn een regering te vormen, ook al was dat inzet van verkiezingen. De opdracht kan dan terugkomen bij de sociaaldemocraten, die met het afbreken van de formatie hun tanden hebben laten zien.