
Er vallen gaten in zijn mantel en de pantalon wordt wat sleets. Zijn haar word dunner en de kroon staat minder statig, wat scheefgezakt op zijn hoofd. Langzaam onttakelt koning Winter, en dat is best jammer.
Ik houd namelijk zo van zijn grijze, sneeuwzwangere luchten. Ze passen goed bij mijn licht-melancholisch karakter maar wakkeren die gevoelens niet aan. Integendeel. Ze enthousiasmeren, electrificeren en tillen mijn gedachten naar een hoger niveau. Als een blank vel papier dat snakt naar invulling vult mijn brein zich met creatieve invallen.
De koude verstilt de wereld. Het groot menselijk gewoel trekt naar binnen, dieren houden zich schuil en zelfs de lucht lijkt zich anders te bewegen. Die efficiëntie bevalt mij zeer. In wintertijd verdwijnt het overbodige straatleven.
Alle facetten die het stadsleven aantrekkelijk maken zijn dezelfde die anderen soms doet besluiten de stad achter zich te laten, maar tijdens de winter ontstaat een andere stad. Het bruisende monster gaat in winterslaap en schept ruimte voor nieuwe ideeën en nieuwe inzichten. De hersenen schonen zich op en vergunnen de mens een verse blik, zoals die op zijn medemens en de door mensenhanden gecreëerde werkelijkheid om hem heen.
Vooral het onbegrijpelijk grondverzet doet mij glimlachen, en niet alleen in wintertijd. Hoe omvangrijker ‘het verzet’, hoe breder de glimlach. Om die kleine worstelende mens die zijn universum vormgeeft. Dapper, vasthoudend, adembenemend in zijn streven en tegelijk zo wanhopeloos. Ploeterend om de natuur te bedwingen die het alles met een bittere grijns aanschouwt en met één windhoos of vloedgolf teniet doet.
Zelfs de grootste pessimist zal moeten toegeven dat die Goliath/David-strijd van de kleine mens met zijn weerbarstige omgeving, diep kan ontroeren.
Dat geldt feitelijk alle grote handelingen die een mens, ver boven zijn macht, uitvoert. Om de stapelmensjes in de grote steden te huisvesten verrijst gigantische hoogbouw. Schepen, huizenhoog volgestapeld met zeecontainers, verslepen goederen over de wereldzeeën. Enorme opleggers vol brugdelen, bouwtuig en graafmachines. Het welbekende ‘Convoi Exceptionnel’ (uitzonderlijk vervoer) én dan nog dat wereldomspannende netwerk aan kabels, buizen, riolen, en (water-)leidingen om alles gaande te houden. Een structuur die in banen dient te worden geleid, en dat alles om een fragiele werkelijkheid in stand te houden. Één knip, breuk of stevig natuurgeweld en we staan weer op 0. En die zwoegende mens maar duwen en trekken.
In de winter is de natuur de overweldigende winnaar. Vrieskou, regen en sneeuw leggen het land heel langzaam lam. Alles bevriest, komt tot stilstand, wordt stil. Een onwenselijke stilstand weliswaar, zeker voor de werkende mens, de forens en de beroepsgroepen die in de open-lucht opereren. Maar er gaat een ontegenzeggelijk zachte schoonheid vanuit, die ons, al dan niet gedwongen, pas op de plaats doet maken. Onze totale overwinning en cultivering van de natuur blijkt slechts een schilfertje op die gestolde bovenlaag.
Daaronder woedt de woeste moeder aarde, en om ons heen spelen de elementen hun grillig spel met dat blauwe planeetje vol druktemakers.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.