Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Wij rouwen om de ijsbeer maar kijken weg van de de mens

17-05-2026
leestijd 3 minuten
3912 keer bekeken
ANP-437066712

De foto van de de ijsbeer gaat de wereld over. Het dier staat op een smeltende ijsschots, mager, alleen, verloren in een oceaan die zijn wereld opslokt. De beelden winnen prijzen, hangen in musea en worden gedeeld door miljoenen mensen die er verdriet bij voelen. Kranten openen ermee. Fondsen stromen vol. Wereldleiders spreken op klimaattoppen over urgentie. In datzelfde jaar verdrinken duizenden mensen in de Middellandse Zee. Mensen die vluchten voor oorlog, droogte en de economische gevolgen van precies dezelfde klimaatcrisis waarvoor de ijsbeer symbool is geworden. Zij verdwijnen in opblaasbare bootjes die Europa omschrijft als ‘migratiedruk’. Geen prijswinnende foto’s van hun gezichten. Geen wekenlange voorpagina’s. Nauwelijks namen. Dat verschil is geen toeval. Het is training. De oorspronkelijke empathische respons van de mens is universeel. Pas later leren wij welk lijden zichtbaar wordt en welk lijden statistiek blijft. Wij leren welke dood een gezicht krijgt en welke dood wordt teruggebracht tot een rapportcijfer.

Deze training vormt het morele zenuwstelsel van een samenleving. Binnen haar Traumaforie-methodologie beschrijft Auset Ankh Re dit als een proces van emotionele conditionering: systemen die afhankelijk zijn van ongelijkheid kunnen niet functioneren wanneer mensen de pijn van ieder mens volledig toelaten. Een samenleving die structureel profiteert van uitbuiting moet daarom ook leren selectief te voelen. Dat mechanisme is niet nieuw. Voordat een slavenhouder een ander mens als bezit kon behandelen, moest hij eerst afstand creëren tussen zichzelf en het gevoel van die ander. De koloniale wetenschap hielp die afstand legitimeren. Rassenbiologie, schedelmetingen en hiërarchieën van beschaving functioneerden niet alleen als theorieën over de wereld, maar ook als psychologische rechtvaardigingen om minder te hoeven voelen. De wetenschap beschreef daarmee niet alleen een werkelijkheid. Zij produceerde ook toestemming. Toestemming om pijn niet volledig te erkennen. Die verdoving verdween niet met de afschaffing van de slavernij. Zij veranderde van vorm. Vandaag leeft zij voort in de subtiele hiërarchie van medeleven. In de manier waarop sommige tragedies onmiddellijk een wereldwijde emotionele reactie oproepen, terwijl andere tragedies worden besproken in technocratische taal over ‘complexe migratiestromen’ of ‘geopolitieke instabiliteit’.

De ijsbeer is veilig verdriet.

Hij stelt geen schuldvraag. Hij vraagt geen verblijfsvergunning. Hij verandert niets aan de manier waarop een samenleving naar zichzelf kijkt. Verdriet om de ijsbeer vraagt weinig herordening van het eigen leven. De drenkeling doet dat wel. Zijn bestaan roept vragen op over oorlog, handel, klimaatbeleid, grenzen en economische belangen. Hij maakt zichtbaar dat menselijke nood niet losstaat van politieke keuzes. En precies daarom blijft hij moeilijker toe te laten tot het gevoelsleven van de samenleving. De ijsbeer ontroert zonder consequentie. De drenkeling vraagt iets terug. Daarom raakt de ene tragedie sneller het hart dan de andere. Niet omdat mensen van nature wreed zijn, maar omdat samenlevingen mensen leren welke pijn dichtbij mag komen en welke op afstand moet blijven. Dat verklaart ook waarom structureel onrecht vaak ‘niet binnenkomt’, zelfs wanneer de feiten publiek beschikbaar zijn. Rapporten over discriminatie, vermogensongelijkheid of migratiesterfte worden gelezen, maar zelden werkelijk gevoeld. Informatie bereikt het hoofd, maar niet het lichaam. Misschien ligt daar de diepste erfenis van historische systemen van ontmenselijking. Niet alleen in wetten of instituties, maar in het vermogen om sommige vormen van pijn wél direct te voelen en andere vooral op afstand te begrijpen.

En die verdoving raakt uiteindelijk iedereen.

Voor de witte Nederlander vraagt dat de bereidheid om te onderzoeken welke vormen van empathie zijn aangeleerd en welke systematisch op afstand zijn gehouden. Voor nazaten van historisch onderdrukte gemeenschappen vraagt het iets anders maar even moeilijks: erkennen hoe overlevingsmechanismen soms ook het eigen gevoelsvermogen hebben beperkt. Niemand bleef volledig buiten dit systeem staan. Een samenleving die generaties lang selectieve empathie normaliseert, vormt uiteindelijk mensen die wel kunnen kijken maar niet volledig kunnen voelen. Daarom is de terugkeer naar volledig gevoelsvermogen meer dan een persoonlijke ontwikkeling. Zij verandert ook hoe een samenleving reageert, stemt, organiseert en wegkijkt. Een mens die werkelijk voelt kan niet onbeperkt blijven wegkijken van wat hij begrijpt. Hij kan niet tegelijk de ijsbeer zien én de drenkeling ontkennen.

Laat de ijsbeer dus zijn wat hij is: een wezen dat bescherming verdient. Maar laat hij ook een spiegel zijn. Zolang een samenleving meer ruimte maakt voor veilige empathie dan voor confronterende empathie, blijft zij selectief in wat zij ziet, en dus ook in wat zij bereid is te veranderen. En misschien is dat de ongemakkelijkste waarheid van allemaal: Dat het grootste gevaar voor een systeem dat gebouwd is op afstand, niet de mens is die protesteert. Maar de mens die opnieuw volledig leert voelen.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor