
Het is een wereldwijd verschijnsel: hoe standpunten zo verharden dat vrienden en buren bittere vijanden worden en de tolerantie zoek raakt.
Vroeger konden de gemoederen aan stamtafels en op verjaardagsfeesten hoog oplopen, vooral als Joop den Uyl of Vietnam ter sprake kwamen. Men ging wél als vrienden uiteen. Een prachtige beschrijving van zulk een confrontatie komt voor in het beroemde boek van Harry Mulisch, De Aanslag. Op de begrafenis van een hunner in 1965 komen verzetsstrijders van verschillende pluimage elkaar weer tegen. Mulisch had zich laten inspireren door de uitvaart van Henk van Randwijk, oprichter van Vrij Nederland. Een passage:
¨Een volk dat voor tyrannen zwicht Zal meer dan lijf en goed verliezen, Dan dooft het licht.’ ‘Waar de poëzie al niet goed voor is,’ zei de man met de snor. ‘Nu ook al om napalmbombardementen op dorpjes te verdedigen. Maar goed, dat is Azië maar. Trouwens, tijdens de Indonesië-affaire speelde jij ook al zo’n rare rol. “Indië verloren, rampspoed geboren” en zo. Een slecht vers volgens mij, maar dat moet je maar aan hem vragen.’ ‘Een onbeduidende regel,’ zei de dichter. ‘Je hoort het. Diezelfde politionele acties hebben diezelfde Sjoerd een paar jaar van zijn leven gekost. Terwijl het nog nooit zo goed is gegaan in Nederland als sinds we Indië kwijt zijn.’ ‘Dank zij de Marshall-hulp, lieve Henk,’ zei De Graaff zoetsappig. ‘Van de amerikanen, weet je nog?’ ‘Die waren ze ons nog schuldig, daar hoeven we ze niet voor te bedanken. De amerikaanse revolutie is gefinancierd met geld van amsterdamse bankiers. Dat was dus de opstand van een engelse kolonie, lieve Gerrit. Die Marshallhulp betalen we trouwens tot de laatste cent terug, terwijl ik betwijfel of wij ooit een cent terug hebben gezien van dat geld uit de achttiende eeuw.’ ‘Nakijken dus,’ zei De Graaff. ‘En communist ben ik ook niet. Ik ben antifascist. Maar omdat het communisme de grootste vijand van het fascisme is, ben ik wel anti-anticommunist. Dat wél¨‘Weet je waarom hij in het verzet zat?’ vroeg Jaap plotseling, terwijl hij met een ruk naar voren kwam. ‘Weet je voor wie hij het allemaal gedaan heeft? Voor de prinsesjes...’ Hij sprak het woord uit met een intonatie of hij moest braken. ‘Absoluut,’ zei De Graaff en zette zijn zelfgenoegzame grijns weer op. ‘Een ordinaire oranjefascist, dat is wat je bent, en anders niet.’ ‘Ik ga naar buiten, hoor,’ zei Saskia en stond op. ‘Hier heb ik geen trek in. Tot straks.’ Terwijl De Graaff lachend ‘Een eretitel, een eretitel!’ riep, stond Anton ook even op. In het gedrang zag hij gedurende een moment weer de vrouw naar wie hij in de kerk had zitten kijken. Zijn schoonvader zat intussen hardop te lachen. Eindelijk was hij in de situatie, waarin hij zich het prettigst voelde. ‘Wat weten jullie van de geheime charmes van de monarchie!’ riep hij baldadig. ‘Wat is mooier en verheffender voor de ziel dan paleis Soestdijk bij avond? Alle ramen verlicht, zwarte limousines die af en aan rijden, bevelen die over het gazon schallen. Heren in gala-uniform en met blinkende sabels, dames in het lang, met fonkelende juwelen, die de trappen naar het bordes bestijgen, welkom geheten door knappe jonge officieren van de marine. Binnen het geschitter van de kroonluchters, lakeien met grote zilveren bladen vol kristallen glazen champagne, nu en dan misschien zelfs een glimp van iemand van de koninklijke familie. Als God wil misschien zelfs van Hare Majesteit zelf! En ver weg, achter de hekken in de motregen, bewaakt door de marechaussee, het grauwe volk...’ ‘Je meent het, godverdomme!’ zei plotseling de dichter volgens wie het nog een mooi gesprek ging worden. ‘Jezus Christus! Als ik zo’n klootzak was als jij, zou ik geen letter meer op papier krijgen!’ Er vloog wat speeksel uit zijn mond, dat terechtkwam op De Graaffs donkerblauwe revers, niet ver van de hoge onderscheiding in zijn knoopsgat. ‘Wat volgens vooraanstaande deskundigen een zegen zou zijn voor de vaderlandse letteren,’ zei De Graaff. ‘Laat je toch niet jennen, man,’ zei Henk tot de razende dichter. De Graaff trok zijn pochet te voorschijn en verwijderde het witte belletje. Zijn grijze das stak met de knoop vrijwel recht naar voren, om dan met een fraaie boog in zijn vest te verdwijnen. Ook Jaap moest lachen. De man die aan de andere kant van de dichter zat, een vermaard uitgever, wreef krachtig in zijn handen en zei opgetogen: ‘Felle middag!’
Bij De Graaff dacht Mulisch aan de belangrijke verzetsstrijder Pim Boellaard, zo zuiver als goud en zo rechts als de neten. De uitgever was Geert van Oorschot. Zo ging dat toen, felle middag, felle avond. Ik ging in de jaren tachtig vaak naar een stamtafel specifiek om van mening te verschillen met een redacteur van het Rotterdams Nieuwsblad die kapitalistische oplossingen voor de woningbouw propageerde en op het CDA stemde. We waren tegelijk allebei fans van Brazilië. Hij had wel wat met generaal Figuereido, de laatste militaire dictator, die het regime liberaliseerde en daardoor ruimte liet voor de terugkeer naar de democratie.
Tegenwoordig loopt het vaak genoeg anders. Hele families zijn verscheurd door politieke meningsverschillen. Boze ooms drinken het niet af maar verlaten het huis met slaande deuren. Hartsvriendinnen willen elkaar nooit meer zien. Deze scheiding der geesten die gepaard ging met openlijke vijandschap is in opkomst sinds de moord op Fortuyn. Maar ze zette pas goed door tijdens de coronaperiode. Sindsdien is het geen hard tegen hard meer om de sport, zoals in de tijd van Boellaard maar om te winnen, om de tegenstander te vernederen en te verjagen. Kijk maar eens wat een debat over Palestina, over vaccinatie of over asielzoekerscentra teweeg kan brengen. De sfeer raakt verziekt en je ruikt de lichte geur van een burgeroorlog.
Dit is geen zuiver Nederlands verschijnsel. In de Verenigde Staten zijn dezelfde ontwikkelingen te zien. Evenzo in Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en zelfs het altijd zo bedaarde Scandinavië. We hebben te maken met een wereldwijd verschijnsel. De haat krijgt vleugels door de opkomst van het populisme. Kernpunt daarvan is immers dat het kwaad in de samenleving wordt geweten aan nauwkeurig omschreven vijanden. Niet bepaalde toestanden moeten worden aangepakt maar die mensen. Rechtstreeks en hard. Je kunt na afloop van een verbale confrontatie over zo’n thema niet met elkaar gezellig een biertje gaan drinken.
Over dát onderwerp heeft journaliste Wies Ubags een boek geschreven. Het heet “Kind van de Heuvel” naar de plek waar zij al sinds 2014 op woont. De heuvel in kwestie is de Morro da Conceição in Rio de Janeiro, een naar O.L. Vrouwe van de Onbevlekte Ontvangenis genoemde buurt in het centrum van de reuzenstad.
De heuvel van Wies Ubags heeft wel het een en ander gemeen met de Jordaan, van vroeger, zoals die wordt gepresenteerd in de gelijknamige musical. Dus voor de gentrificatie toesloeg en de oorspronkelijke bewoners de wijk moesten nemen naar Purmerend of Almere. Toen Wies er neerstreek na een verblijf van jaren in het door burgeroorlog verscheurde Colombia, voelde dat aan als een soort thuiskomst. In haar eigen woorden: ze omarmde Rio. Ze merkte meteen dat zij welkom was op deze licht shabby heuvel met zijn prima kroegen en zijn hartelijke bevolking die haar al gauw ontving alsof zij een verloren dochter was. Wies betrad als het ware O païs do Carnaval, het land van het carnaval, zoals dat wordt beschreven in de gelijknamige roman van Jorge Amado, zij het dan niet in de versie van Rio maar die van Salvador de Bahía. Al gauw heeft ze verschillende stamkroegen waar zij aansluiting vindt bij zeer diverse vriendengroepen: homo en hetero, rechts en links, maken ongegeneerd pret. Ze beoefenen de samba. Ze zingen luidkeels met de bands mee. Als Wies, daartoe geprest een Nederlands lied moet aanheffen en in hemelsnaam maar het Lang zal ze leven zingt, wordt daar onmiddellijk een sambaversie van gemaakt die een tijdje succes heeft in de hele buurt. Ze maakt hartsvriendinnen. Ze treedt toe tot een carnavalsgroepje. Ze raakt tegelijk bevriend met Adelaide, een rijke dame uit een veel betere wijk die van de sfeer op de heuvel houdt en met Celina, mão de santo, priesteres van de Candomblé, de afro-Braziliaanse religie, die ontstond op de slavenplantages van weleer. Heerlijk leven. Felle middagen, avonden en nachten. Ondertussen doet Wies haar werk als journaliste voor Trouw, BNR en het ANP. Ze volgt de politieke ontwikkelingen in Brazilië op de voet, waarbij zij sympathie opvat voor president Lula en zijn Arbeiderspartij, die miljoenen mensen uit de armoe hebben gehaald maar - en dat beseft Wies heel goed - niet het paradijs hebben opgebouwd. Net als de rest van de Braziliaanse politiek blijken ze toch vatbaar voor corruptie en bevoordeling. Veel Brazilianen moeten dan ook weinig hebben van wat zij beschouwen als hypocriet links gedoe, terwijl de veiligheid in de straten zienderogen afneemt. In hele buurten oefenen misdaadorganisaties, zoals het in drugshandel gespecialiseerde kartel Comando Vermelho in feite de macht uit. Met de politie worden bloedige stadsoorlogen gevoerd.
Zo rond 2016 beginnen steeds meer Brazilianen hun hoop te vestigen op Jair Bolsonaro, een extreemrechtse ex-militair die de politiek is ingegaan. In het Braziliaanse parlement prijst hij openlijk de militair, die Lula’s opvolger en partijgenote Delma Rousseff ten tijde van de militaire dictatuur nog heeft gemarteld. Deze Bolsonaro presenteert zich als een Messias. Dat is trouwens zijn tweede naam, Messias. En hij ontvangt veel steun van de pinkstergemeentes die in Brazilië een steeds massaler aanhang krijgen ten koste van de katholieke kerk. In Nederland zijn ze trouwens ook al gevestigd. In Rotterdam neemt de Asambleia de Deus een stevige positie in.
De pinksterchristenen zijn over het algemeen tegen drank, drugs, seks voor het huwelijk en homoseksualiteit. Jair Bolsonaro koestert dezelfde vooroordelen. Hij verspreidt de meest krankzinnige leugens terwijl hij de gevestigde media volgens het bekende recept wegzet als bolwerken van hypocriet, leugenachtig en stelend links. Tegelijk ziet hij de militaire dictatuur, die Brazilië twintig jaar lang in zijn greep hield, als het grote voorbeeld. Zijn aanhangers houden staande dat met de zegen van Lula lesmateriaal op de openbare scholen wordt verspreid om de leerlingen homo te maken. De uitkomst is bekend: in 2018 wint Bolsonaro nipt de presidentsverkiezingen en zet een spectaculair wanbeleid neer. Op de Covid-epidemie reageert hij met ongeloof. De president weigert maatregelen te nemen tegen dit “griepje”. Zijn minister van gezondheid, een arts, vervangt hij door een militair als deze protesteert. Vaccins maakt hij verdacht. Bolsonaro is in Nederlandse termen een wappie pur sang. Hij omgeeft zich met extreemrechtse mafketels. Zijn volstrekte weigering om naar de wetenschap te luisteren leidt tot honderdduizenden onnodige doden. Dat het niet nog veel erger wordt, is te danken aan verstandige Brazilianen die wel medische adviezen vertrouwen en bijgevolg afstand houden, mondkapjes dragen en zich laten vaccineren. Ook zijn er sommige gouverneurs die dwars tegen de kwakzalverij van Bolsonaro ingaan. Ondertussen doet hij zijn best democratische instellingen zoveel mogelijk te saboteren. En niet te vergeten: houtkappers, ontginners en goudzoekers krijgen in het regenwoud ruim baan want Bolsonaro moet van klimaatonzin niets hebben.
Na afloop van zijn eerste termijn stelt Lula zich weer kandidaat. Hij wint de verkiezingen nipt. In reactie daarop laat Bolsonaro zijn aanhangers een aanval uitvoeren op het Braziliaanse congres. Ze worden uiteindelijk verdreven maar niet nadat zij zware vernielingen hebben aangericht. Er volgen langdurige processen. Uiteindelijk veroordeelt het Opperste Gerechtshof Jair Bolsonaro tot 27 jaar gevangenisstraf, die hij zogenaamd wegens zijn slechte gezondheid, met een enkelband mag uitzitten.
Over enkele weken vinden de periodieke presidentsverkiezingen plaats. Lula - inmiddels tachtig - is opnieuw kandidaat. Er bestaat een behoorlijke kans dat zijn grote tegenstander Flavio Bolsonaro, zoon van Jair en volgens bijna iedereen diens marionet, het gaat winnen. Wies Ubags vreest daarvoor met grote vreze. Niet alleen omdat dan een wraaktocht zal beginnen tegen alles wat als links wordt beschouwd maar ook omdat zij zelf in moeilijkheden kan komen als buitenlandse journaliste met een linkse levenshouding.
Dit alles zit verweven in haar relaas over wat er gebeurt op haar heuvel. De tolerantie voor afwijkende denkbeelden neemt zienderogen af, niet alleen bij rechts maar ook bij links. Opeens wordt van Wies geëist dat zij ondubbelzinnig kleur bekent. De vaste ploeg stam- en sambagasten in een van haar geliefde kroegen behandelt haar ineens koeltjes, hiertoe aangehitst door twee vrouwen die zij als hartsvriendinnen beschouwde. Zij vinden niet radicaal-links genoeg. Daarom verspreiden zij de roddel dat ze zich drukt als het haar beurt is om een fles bier te bestellen. In Braziliaanse kroegen laat je een literfles bier komen en een paar glazen. De leden van het gezelschap laten stuk voor stuk een nieuwe fles doorkomen. Ook Adelaide wordt afstandelijk. Ze houdt er wel van via de app kwaad te spreken over de dief Lula, die zich door een aannemer een appartement cadeau heeft laten doen. Buurman Manoel is ervan overtuigd dat Lula destijds toen hij nog in de fabriek werkte, zijn pink bewust heeft laten afhakken om een uitkering in de wacht te slepen. Daarom noemt hij hem L9. Zo gaat de sfeer op de heuvel langzaam teloor. Dat niet alleen: ook de bevolkingssamenstelling begint te veranderen want jonge intellectuelen voelen zich aangesproken door deze volksbuurt. Net als in de Jordaan gebeurde, komt gentrificatie op gang.
Wies lijdt daar behoorlijk onder. Ze heeft de neiging zichzelf de schuld te geven van het feit dat zoveel vriendenkringen uiteenspatten. Ze voelt zich verantwoordelijk en onderneemt verzoeningspogingen.
Dit is allemaal zeer herkenbaar. Wat daar op die heuvel in het hartje van Rio plaats vindt, zie je ook in Schiedam: de hakken in het zand, de woede, het afstand nemen. Tegenstanders hebben niet een andere opvatting dan jij over hoe de samenleving in elkaar hoort te zitten, nee, zij zijn vijanden die alles van waarde kapot willen maken. Zeg maar: er komen tribunalen.
Uiteindelijk hervindt Wies haar evenwicht met behulp van Iansã, de orixá (Afrikaanse godin) van de wind en de vrouwelijke kracht, dit op aanraden van haar vriendin Celina. Het komt erop neer dat zij leert meer voor zichzelf te kiezen en zich niet langer verantwoordelijk te voelen voor het herstel van de verbroken vriendennetwerken in de wijk. Daardoor verbetert ook het contact met een voormalige hartsvriendin als Adelaide. Het wederzijdse vertrouwen keert terug maar het bereikt niet meer het niveau van tien jaar geleden. Bolsonaro blijft om zo te zeggen tussen hen in staan.
Kind van de Heuvel is zeer herkenbaar voor wie te maken heeft met botsende bubbels en vrienden die je plotseling rekenschap vragen over je denkbeelden en eisen dat je partij kiest. Terwijl je net als Jetten verleden week in de Tweede Kamer de kerk in het midden wilt houden. En vriendschappen handhaven ondanks verschillen van inzicht over levensstijlen of hoe het land zou moeten worden ingericht. De twijfel en het getob van Wies zijn niet Braziliaans maar in een bepaald opzicht universeel. Wij hebben er hier ook mee te maken naarmate de verhoudingen zich toespitsen. Maandagochtend maakten de universiteit van Utrecht en het Trimbos Instituut bekend dat bijna vier vijfde van de jongens en bijna de helft van de meisjes homoseksualiteit afwijzen. Dit weekend vond op het Malieveld een gewelddadige bijeenkomst plaats van honderden politieke hooligans die ook nog de moed hadden te scanderen: “WIJ zijn Nederland”.
Ook in ons land dreigt iets wezenlijks verloren te gaan. Daarom heeft Wies Ubags een belangrijk boek geschreven dat tegelijkertijd een tijdsdocument is. Het overstijgt Brazilië. Je leert niet alleen veel over Lula, Bolsonaro, het leven van de gewone man en de bedreigde Amazone, je maakt niet alleen kennis met tal van karakteristieke en soms bizarre figuren, je kijkt ook in de spiegel. Kind van de Heuvel gaat niet alleen over hén daar maar net zo goed over ons hier.
Wies Ubags, Kind van de Heuvel. Leiden 2026. Bot Uitgevers. €24,99
Priscila Sena zingt voor de buurtgenoten van Wies Ubags:
Maak een wandeling door de Morro da Conceição:
Bekijk hier Fons Rademakers Oscar-winnende verfilming van de Aanslag. De discussie op de begrafenis begint op 1 uur 20 minuten:
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten dicht zijn en Friesland zo´n schandelijke compensatie geboden krijgt voor het toestaan van nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: de eindeloze eindeloosheid van de voortdurende formatie