
De taal van het kapitaal
Was er een Amazon zonder Bezos? Dan hadden de 1,5 miljoen werknemers geen baan gehad. Wat is er mis mee als iemand blijkbaar slim genoeg is om een groot concern op te bouwen en daarmee dus 1,5 miljoen medewerkers en hun gezin van inkomen voorziet. Met jouw benadering zouden er miljarden minder banen zijn, wat me slecht voor de economie lijkt. Hoe kom je aan het woord ‘diefstal’? De werknemers krijgen hun salaris. Niemand is verplicht om voor hem te werken. En toch doen 1,5 miljoen mensen dat. Blijkbaar zijn ze tevreden met wat ze verdienen, anders zijn ze vrij om te gaan. Daar komt geen enkele vorm van diefstal bij kijken. De enige ‘diefstal’ die er is, is dat er mensen zijn die menen geld te kunnen afpakken waar ze helemaal niets voor gedaan hebben, van iemand die dat helemaal zelf heeft verdiend.
Dit is een antwoord van iemand op een bijdrage van mij in een discussie over sociale rechtvaardigheid op LinkedIn. Hier ging het om de vraag of we beter was om een hoger belastingtarief voor de rijken te heffen of om ieder een basisinkomen te verstrekken. Ik had geschreven dat Jeff Bezos evenveel verdiende als al zijn 1,5 miljoen arbeiders gezamenlijk en dat ik dat als een vorm van gelegitimeerd ‘diefstal’ beschouwde.
‘Werkgevers’ en ‘werknemers’
Uitspraken als ‘dat is goed voor de economie’ verhullen de belangentegenstelling tussen kapitaal en arbeid in ons economisch stelsel.
Het aanduiden van de kapitaalbezitters als werkgevers en de arbeiders als werknemers zet de feitelijke verhoudingen op z’n kop.
In feite nemen de kapitaalbezitters het geleverde werk van de arbeiders (ontnemen het aan de arbeiders) en de arbeiders geven hun arbeid gedwongen aan de kapitaalbezitters.
Kapitaalbezitters worden neergezet als ondernemers, terwijl de arbeiders gezamenlijk de eigenlijke ondernemers zijn.
Neoliberale politici beweren vaak dat er geen alternatief voor het kapitalisme bestaat (There Is No Alternative, Margaret Thatcher). Er wordt dan vaak verwezen naar de Oostbloklanden die niet in staat waren een vorm van socialisme of communisme in de praktijk te brengen en een stelsel in het leven riepen dat eerder ‘staatskapitalisme’ genoemd kan worden.
Gramsci’s erfenis
De marxistische filosoof en medeoprichter van de Italiaanse Communistische Partij, Antonio Gramsci die onder het regime van Mussolini 10 jaar in de gevangenis doorbracht, schreef in die periode zijn ‘Gevangenisgeschriften’ (Quaderni del Carcere). Hij stelde daarin de heersende klasse haar macht niet alleen behoudt door fysieke dwang (politie en leger), maar vooral door middel van cultuur, ideologie en taalgebruik.
Hierdoor neigen we ertoe om het kapitalisme als een ‘natuurlijk’ economisch stelsel te beschouwen. We nemen zo de taal van de onderdrukker over en accepteren het kapitalisme als noodzakelijk kwaad. Wie bepaalt hoe we de werkelijkheid benoemen, bepaalt de machtsverhoudingen.
Dus moeten de ‘organische intellectuelen’ die aan de kant van de arbeiders staan, de belangen van de arbeiders verwoorden. Zo wordt een taalstrijd gevoerd waarbij de verhullende termen en zegswijzen van de neoliberale ideologen, die in ons bewustzijn spoken, gedemonteerd en hergedefineerd kunnen worden.
Meer voorbeelden van verhullend taalgebruik
· Flexibilisering of reorganisatie
Het inzetten van oproepkrachten en om ontslagen te vergoelijken en daarmee de onzekerheid van de arbeiders te maskeren.
· Onvoldoende inzetbaarheid
De verantwoordelijkheid voor werkeloosheid wordt bij het individu i.p.v. bij het systeem gelegd.
· Eigen verantwoordelijkheid
Wordt door politici gebruikt als argument om de verzorgingsstaat af te breken.
· Onredelijkheid
Zo worden stakende arbeiders gelabeld.
· Zegeningen van de vrije markt en de concurrentie
Zonder regulering van de markten door de politiek al zou het systeem al zijn ingestort. De meeste multinationals streven tegenwoordig eerder naar een monopoliepositie.
· Noodzakelijke reorganisatie en optimalisatie van de bedrijfsvoering
Als er massaontslagen vallen, omdat de winsten dreigen te stagneren, wordt er in deze eufemistisch termen gesproken.
· Efficiency-slag
Wordt vaak als term gebruikt om de verhoging van de werkdruk te legitimeren.
· Innovatie
Wordt soms ingezet als toverwoord om kritiek op technologische ontwikkelingen of marktverovering af te weren.
· De vrije markt
Wordt gepresenteerd als een natuurkracht, waardoor de menselijke beslissingen erachter onzichtbaar worden.
· Concurrentiekracht
Wordt gebruikt om lagere lonen of minder regels te rechtvaardigen.
· Groene groei
Een contradictio in terminis. Hiermee kan de heilloze groeiverslaving van het kapitalisme worden gelegitimeerd (In het vorige kabinet was er ook een minister van economie en groene groei).
· Goed of slecht voor de economie
De economie bestaat niet in een klassensamenleving. Wat goed is voor de kapitaalbezitters is vaak slecht voor de arbeiders.
· De ondernemers zorgen voor werkgelegenheid
Dat is een arrogante pretentie en bovendien onbevredigend als doel op zich. Het is ook fijn om meer vrije tijd te hebben en daartoe de arbeid te herverdelen.
· Hardwerkende Nederlander
Hiermee wordt de suggestie gewekt dat succes slechts afhankelijk is van individuele inspanning.
Een concrete utopie
Deze voorbeelden laten zien hoe taal wordt ingezet om de belangen van het kapitaal voor te stellen als het algemeen belangen en zo elke oppositie tegen het kapitalistische model monddood te maken.
Het is daarom belangrijk dat de strijd tegen het kapitalisme ook als taalstrijd gevoerd wordt en dat eufemistische frasen voortdurend ontmaskerd worden. Zo kan er een antikapitalistisch narratief herontdekt worden, waarin termen als de klassenstrijd, onteigening van de productiemiddelen en politieke staking weer actieperspectief kunnen krijgen.
Concrete utopieën als socialisme of communisme, waarbij ik denk aan zichzelf besturende arbeiderscoöperaties, komen dan binnen bereik en kunnen nieuwe generaties hoop op een leefbare wereld bieden.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.