Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Wie helpt de ander nog?

24-08-2026
leestijd 4 minuten
2068 keer bekeken
ANP-459506618

In een boek over ethiek staat een anekdote die schrijfster Astrid Roemer vertelde tijdens een interview. Lopend door een drukke mensenmassa op het Centraal Station in Utrecht viel haar oog op een oud vrouwtje dat duidelijk uit de toon viel. Het vrouwtje bewoog zich moeilijk en dreigde haar evenwicht te verliezen. Juist op dat moment liep Roemer langs haar en wist haar voor een val te behoeden. Vervolgens begeleidde zij het vrouwtje naar een bankje waar zij kon zitten en uitrusten.

Zittend naast het hulpbehoevende vrouwtje vroeg Roemer zich af waarmee zij haar nog meer kon helpen en concludeerde dat dat heel veel zou kunnen zijn. Ze zou het vrouwtje naar huis kunnen brengen, haar kunnen verschonen, eten kunnen geven en naar bed kunnen brengen. Hoe ver reikte haar zorg voor het oude vrouwtje? Moest zij de rest van haar leven voor haar zorgen? Vervolgens realiseerde ze zich dat die gedachte absurd was. Zorg kent namelijk grenzen. Zorg is niet onbegrensd.

Iemand uit mijn kennissenkring vertelde mij iets soortgelijks. Lopend in de nabijheid van station Sloterdijk werd zij aangesproken door een vrouw die haar hulp vroeg. Even verderop stond een man die haar hulp nodig had. De man was verward, stond wat wiebelig op zijn benen en zag er ziek uit. Hij had een grote koffer en een zware rugzak bij zich en was op zoek naar een taxi die hem naar Almere kon brengen. Hij was duidelijk niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk de weg kwijt. De mensenmassa liep in een gestage stroom aan hem voorbij. De meeste mensen keurden hem slechts een vluchtige blik waardig. Toch namen twee vrouwen die elkaar niet kenden de tijd om de man te helpen.

De man sprak een beetje gebroken Engels en nauwelijks Nederlands. Omdat het vlakbij station Sloterdijk was, besloten de vrouwen hem zo goed en zo kwaad als het ging naar de trein te begeleiden. De koffer en de zware rugzak zeulden ze met zich mee, terwijl de man uitlegde dat hij zich ziek voelde omdat hij waarschijnlijk iets verkeerds had gegeten. Hij wilde zo snel mogelijk naar huis. Toen de vrouwen merkten dat de lift buiten werking was, hielpen ze hem de trap op. Ze lieten hem ook zien hoe hij met zijn pinpas door het poortje moest. Gelukkig kwam er op dat moment een medewerker van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf naar hen toe. De situatie was voor hem meteen duidelijk; hij nam het over en de vrouwen konden de weg naar hun werk vervolgen.

Hoeveel mensen zullen in deze gejaagde maatschappij, waarin tijd in geld wordt uitgedrukt, stoppen om een hulpvragend mens te helpen? Helaas zijn dat er maar weinig. Je moet je er maar niet mee bemoeien. Het is vragen om ellende. Bekend is de uitspraak van een Chinese rechter die vond dat iemand die voor een slachtoffer medische hulp inschakelde, die hulp zelf diende te betalen. Die uitspraak had tot gevolg dat veel mensen gewonden gewoon op straat lieten liggen. Men was veel te bang voor de financiële gevolgen als ze hen zouden helpen. Die angst nam zo’n grote vlucht dat er in 2017 een wet werd aangenomen die ervoor zorgde dat hulpverleners geen financiële verantwoordelijkheid meer hoefden te dragen voor hun acties. De wet werd de ‘Good Samaritan Act’ genoemd. In beschaafde Europese landen geldt dat principe ook. Er wordt van je verwacht een goede Samaritaan te zijn en mensen in nood te helpen. Doe je dat niet, dan kun je zelfs worden vervolgd.

In deze hypergeïndividualiseerde maatschappij lijkt het steeds meer ieder voor zich. We zijn steeds minder bereid om anderen te helpen wanneer dat nodig is. Het kost ons te veel van onze tijd en te veel van ons geld. In hoeverre is Nederland nog een zorgzame samenleving te noemen? Het lijkt erop dat we steeds meer langs elkaar heen leven en geen tijd hebben om ‘de ander’ te leren kennen en te ondersteunen. Sterker nog, er lijkt een diepgeworteld wantrouwen jegens de ander te bestaan. Als iemand je om hulp vraagt, moet je oppassen. Die persoon is vast uit op je geld.

Vroeger ontstond solidariteit vaak vanzelfsprekend via de kerk, de vereniging of gewoon in de buurt. Je buurman hielp je omdat hij zag dat dat nodig was. Tegenwoordig zijn er tal van stichtingen die zich hier op professionele wijze mee bezighouden. Zo is er Stichting De Buurt, die zich inzet voor het omzien naar elkaar en het bevorderen van de sociale cohesie in buurten. ‘Wij werken aan buurten waar je elkaar groet, kent en helpt’, staat te lezen op de website.

Blijkbaar hebben we tegenwoordig een dergelijke organisatie nodig om weer naar elkaar om te leren kijken. Het is echter paradoxaal dat een organisatie die zich inzet voor sociale cohesie en het omzien naar elkaar een directeur heeft die bijna €100.000 per jaar verdient: bijna 7% van alle inkomsten van die stichting. Moet hij niet solidair zijn met de mensen voor wie hij werkt? Het zichzelf meer toe-eigenen dan de ander is juist één van de oorzaken van de toenemende sociale verdeeldheid. Zou hij niet eerder genoegen moeten nemen met een ‘gewoon’ modaal inkomen?

Meer over:

opinie, empathie, leven, hulp

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor