
De discussie over de Nederlandse deelname aan het Eurovisie Songfestival is weer in alle hevigheid losgebarsten. Na de wat mij betreft terechte terugtrekking door AVROTROS, ligt de bal nu weer bij de NPO en de omroepen. Gaan NOS en NTR het songfestival net als vorig jaar uitzenden zónder Nederlandse deelname? Of gaat alsnog een andere omroep de Nederlandse deelname op zich nemen? En daarbij dus ook een artiest afvaardigen?
In het laatste geval loopt zo’n omroep het risico gezien te worden als organisatie met een lagere moraliteit dan AVROTROS. Bovendien geven opiniepeilingen aan dat een ruime meerderheid van de songfestivalliefhebbers het met de terugtrekking van AVROTROS eens is. Mocht een andere omroep besluiten de kostbare Nederlandse deelname van AVROTROS over te nemen, dan wint die omroep daarmee waarschijnlijk niet de populariteitsprijs. Omdat vooral een rechts deel van de Nederlandse samenleving nog steeds met een eigen afvaardiging aan het Eurovisie Songfestival wil deelnemen, lijkt omroep WNL de meest voor de hand liggende gegadigde, maar dat kan waarschijnlijk alleen als de kosten grotendeels worden gedragen door de NOS. Dat geldt eveneens als omroep MAX, zoals door henzelf eerder gesuggereerd, de Nederlandse deelname zou verzorgen.
Toch doemt er vervolgens een ander dilemma op. Want welke Nederlandse artiest wil zich nog vol overgave verbinden aan het festival als je daarmee de indruk wekt er een lagere moraliteit op na te houden dan de omroep van algemeen directeur Taco Zimmerman? Hoewel ik ervan overtuigd ben dat er genoeg artiesten zijn die zich uit commerciële overwegingen kandidaat willen stellen, zullen er ook veel zijn bij wie - juist als gevolg van de door AVROTROS gemaakte afweging - de twijfel toeslaat. Dit ook in de wetenschap dat een meerderheid van de songfestivalliefhebbers het simpelweg met het besluit van AVROTROS eens is. Hoe ga je daar als artiest mee om bij de talloze persvragen die je erover krijgt?
Waarom weigert de EBU ook alweer Israël uit te sluiten?
De European Broadcasting Union (EBU) heeft zichzelf in een lastig parket gebracht toen het in 2022 (terecht) besloot Rusland na de inval in Oekraïne van deelname aan het Eurovisie Songfestival uit te sluiten. Nadat Israël een jaar later de afgrijselijke terreuraanval van verzetsbeweging Hamas als excuus gebruikte om over te gaan tot genocidale misdaden tegen het Palestijnse volk, groeide logischerwijze de roep om eenzelfde maatregel tegen Israël. Het ergerniswekkende gedrag van Israëlische delegatieleden tijdens de editie van 2024 in Malmö, in combinatie met een door de Israëlische regering gefinancierde campagne die kijkers aanmoedigde uit politieke overwegingen 20x op Israël te stemmen, maakten die roep alleen maar luider.
Toch boog de EBU niet voor die toenemende druk om Israël uit te sluiten, onder meer omdat een land als Duitsland - dat met flinke wapenleveranties zwaar medeplichtig is aan Israëls gruweldaden - zich fors verzette tegen een uitsluiting.
De EBU motiveert het toelaten van Israël en het uitsluiten van Rusland door te stellen dat het Eurovisie Songfestival een evenement is van omroepen en niet van overheden. En volgens de EBU zou de Israëlische publieke omroep onafhankelijk zijn, daar waar de Russische publieke omroepen dat niet zijn. Maar op het argument dat de Israëlische publieke omroep KAN, anders dan de Russische omroepen Kanaal 1 en VGTRK, redactioneel onafhankelijk is, valt wel wat af te dingen.
Analyses van +972 Magazine en de Israëlische krant Haaretz schetsen een helder beeld van KAN’s eenzijdige en regeringsgezinde berichtgeving over Israëls misdaden in onder meer Palestina en Libanon. Kijkend naar de nationalistische verslaggeving over de Russische oorlog tegen Oekraïne en de Israëlische oorlogen tegen Palestina, Libanon en Iran, is er weinig verschil tussen KAN, Israëls Eurovisie-omroep, en de Russische omroepen Kanaal 1 en VGTRK.
Bovendien staat KAN middenin een Israëlische samenleving die in meerderheid voorstander is van de gruweldaden tegen het Palestijnse volk, zo blijkt keer op keer uit Israëlische opiniepeilingen. Zelfs al zouden de redacties van KAN dat willen, dan is het laten horen van een tegendraads geluid in zo’n maatschappelijk klimaat vrijwel ondenkbaar. Bovendien zou zo’n tegengeluid waarschijnlijk resulteren in het intrekken van de uitzendlicentie, iets waar de Israëlische regering al geregeld mee heeft gedreigd. Het argument dat de Israëlische publieke omroep volledig onafhankelijk is, houdt dus geen stand.
Israëls deelname is altijd al politiek geweest
De voorstanders van Israëls deelname betogen keer op keer dat je politiek en cultuur gescheiden moet houden. Maar het zijn juist de Israëlische president Herzog en de regering-Netanyahu die zich intensief hebben bemoeid met de deelname van Israël aan het Eurovisie Songfestival. Dit gebeurde onder meer via politieke druk op de nationalistische songtekst van de inzending in 2024, grootschalige lobbycampagnes én het financieren van stemcampagnes.
Zo werd het uitsluiten van Israël mede voorkomen door maandenlang intensief lobbywerk van de Israëlische president. Achter de schermen zette hij zijn diplomatieke netwerk in, terwijl hij sommige Europese leiders zelfs rechtstreeks belde. Hiermee zette hij Europese omroepen en politiek leiders onder druk om een uitsluiting van Israël te verhinderen.
Dat Israël het Eurovisie Songfestival als strategisch PR-middel gebruikt, is overigens niet nieuw. Zo schreef ik al eerder dat het land het festival reeds vanaf de eerste deelname in 1973 impliciet als propagandamiddel gebruikt om de bezetting van Palestijnse gebieden en onderdrukking van het Palestijnse volk onder het tapijt te vegen. Israëlische ambassades en belangenorganisaties hebben het Eurovisie Songfestival áltijd al politiek gebruikt. Toen de Ethiopisch-Israëlische zangeres Edene Alene Israël in 2021 vertegenwoordigde op de Rotterdamse editie, verspreidde het CIDI posters met de politieke boodschap: ‘Edene Alene vertegenwoordigt Israël bij het Eurovisie Songfestival. Apartheid?’
Voor de editie van 2024 gaf de Israëlische regering ruim 800.000 dollar uit aan online campagnes. Dit geld kwam gedeeltelijk van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het kantoor van premier Netanyahu. Kijkers werden aangemoedigd om het maximale aantal van 20 stemmen op Israël uit te brengen.
Als reactie op alle kritiek op dit massaal werven van politieke stemmen, liggen er voor 2027 inmiddels voorstellen op tafel om het stemsysteem aan te passen. Zo zouden stemmers worden verplicht om een top-3 te kiezen in plaats van herhaaldelijk op één land te stemmen. Daarbij is vooralsnog niet aangegeven hoe vaak men op zo’n top-3 mag stemmen en hoe het massaal uitbrengen van politieke stemmen kan worden voorkomen. Ook wordt er een regel ingevoerd die bepaalt dat landen in een actief militair conflict het festival niet mogen organiseren als zij winnen, iets wat in de praktijk overigens helemaal niet nieuw is. Toen Oekraïne de Rotterdamse editie won, mocht het land de volgende editie ook al niet organiseren vanwege de oorlog.
Nederlandse deelname in 2027
Wie de feiten op een rij zet, ziet dat er in 2027 nauwelijks iets verandert. Het is dan ook volstrekt logisch dat AVROTROS onder deze omstandigheden geen ander besluit kon nemen. De Israëlische oorlogsmisdaden zijn bovendien niet verminderd, maar juist uitgebreid. Hoewel het aantal directe dodelijke slachtoffers door militair ingrijpen daalde sinds het zogenaamde staakt-het-vuren in Gaza, neemt het menselijk lijden dat Israël veroorzaakt alleen maar toe. De operaties tegen de Palestijnse bevolking in Gaza gaan onverminderd door, terwijl inmiddels ook Zuid-Libanon wordt verwoest en de Israëlische agressie op de Westelijke Jordaanoever dagelijks intensiveert. Oorlogsmisdaden die door een ruime meerderheid van de Israëlische bevolking worden gesteund, en daarmee waarschijnlijk ook door de meerderheid van medewerkers bij Israëls publieke omroep KAN.
Een deelname aan het Eurovisie Songfestival door NOS, NTR, MAX, WNL of een van de andere omroepen, alsook een deelname aan dat festival door de daar optredende artiesten, betekent impliciet een legitimatie van Israëls gruweldaden. Vandaar dat AVROTROS het enig juiste besluit heeft genomen.
Internationaal wordt er geen onderscheid gemaakt tussen AVROTROS, NOS of andere Nederlandse omroepen; voor de buitenwereld is Nederland één. Omroepen en artiesten moeten zich daarom wel tien keer bedenken voordat ze het besluit van AVROTROS voor de ogen van heel Europa ongedaan maken. Want juist daarmee wekken zij de indruk Israëls horrordaden achteraf best wel OK te vinden.