Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Wie de taal mist, mist aansluiting op de werkvloer

Vandaag
leestijd 4 minuten
334 keer bekeken
ANP-311320702

Steeds meer nieuwkomers vinden hun weg naar de arbeidsmarkt, maar wie de Nederlandse taal nog niet machtig is, blijft ondanks inzet vaak aan de zijlijn staan. Werkgevers bieden taalcursussen aan, maar vergeten vaak het belangrijkste leermiddel: collega’s.

Steeds meer nieuwkomers vinden hun weg naar betaald werk. Dat is goed nieuws in een krappe arbeidsmakrt, maar het brengt ook een bekend obstakel naar voren: zonder voldoende taalvaardigheid blijft het lastig om echt mee te draaien. Veel werkgevers bieden daarom taalcursussen aan. Zinvol, maar vaak slechts een begin.

Een taal leer je uiteindelijk vooral in de dagelijkse praktijk: korte gesprekken bij het koffieapparaat, een grap tijdens de lunch, een instructie die net iets sneller gaat dan je kunt volgen. Precies die momenten missen nieuwkomers regelmatig. Collega’s hebben haast en nieuwe medewerkers willen niet telkens vragen wat er bedoeld wordt. Zo blijft de afstand tussen meedoen en meekijken groot.

Dat komt zelden door onwil. Werkvloeren draaien op tempo en routine, taalhulp is geen vanzelfsprekende taak. Maar juist die informele begeleiding bepaalt of iemand écht onderdeel wordt van een team. Niet alleen om de woorden op te pikken, maar ook om de gewoontes van een organisatie te begrijpen. Daarom zou de discussie over taal niet alleen moeten gaan over lessen, maar ook over cultuur. Een open werkvloer waar je als nieuwkomer met collega’s kunt praten over taal en ongeschreven regels, helpt meer dan alleen een lesuur.

Alleen taalles is niet genoeg
Onderzoek onderstreept wat de praktijk laat zien: naast goed taalonderwijs is vooral het dagelijks contact met mensen die de taal spreken cruciaal. Wie veel praat met collega’s of klanten, pikt woorden en uitdrukkingen sneller op. Goed taalaanbod combineert daarom taallessen met volop kansen om Nederlands te gebruiken in echte situaties, met echte mensen. Denk aan een praatje bij het koffiezetapparaat. Dat lijkt heel makkelijk, maar daar kunnen snel misverstanden ontstaan. Zo kan een opmerking als ‘heb je even tijd?’ heel verwarrend zijn. Het kan een vraag zijn, maar ook een opdracht waarop je eigenlijk geen nee kunt zeggen. ‘Even’ kan als iets onbelangrijks overkomen, terwijl het in Nederland vaak betekent dat het juist nu moet gebeuren.

De betekenis van woorden
Taal bestaat uit veel meer dan grammatica of woordenschat. Het gaat ook om het begrijpen van wat woorden betekenen. Je wil als nieuwkomer snappen wat je leidinggevende bedoelt met ‘zelfstandig werken’ of ‘initiatief nemen’ en wanneer je vooral wel iets moet zeggen en wanneer niet. En je wilt weten dat vragen stellen geen teken van zwakte is, maar van betrokkenheid.

Zo vertelde een technicus mij hoe hij uit beleefdheid in zijn begintijd in Nederland altijd ‘ja’ zei als hem wat werd gevraagd, ook als hij geen idee had wat hij precies moest doen. Hij had geleerd dat ‘nee’ zeggen onbeleefd is en dacht dat dat in Nederland ook zo zou zijn. Pas later durfde hij te zeggen dat een opdracht te moeilijk was. Niet omdat hij de taal nog niet sprak, maar omdat hij het vertrouwen nog niet had.

Een laag dieper: het belang van zelfvertrouwen
Om de taal op de werkvloer ook echt te durven gebruiken, is meer nodig dan alleen oefening: zelfvertrouwen. Veel volwassenen zijn onzeker over hun taalvaardigheid en durven daardoor niks te zeggen. Terwijl hoe meer je praat, hoe zekerder je je gaat voelen in het gebruik van de taal, blijkt uit onderzoek. Ook krijg ik dat regelmatig terug van nieuwkomers die al wat langer in Nederland werken. Zo vertelde een man uit Turkije dat hij onzeker was omdat hij mensen niet goed verstond en daardoor niet wist hoe hij moest reageren. Sollicitatiegesprekken vond hij moeilijk. Pas toen hij met mensen kon oefenen, kreeg hij meer zelfvertrouwen en voelde hij zich sterker en zekerder.

Pak zelf ook een rol
Werkgevers kunnen hun anderstalige medewerkers écht helpen. En dit is makkelijk te organiseren. Ze kunnen om te beginnen naast de taallessen hun collega’s inzetten als taalbuddy. Diverse bedrijven doen dat al, en met succes. Bij een groot cateringsbedrijf zijn medewerkers taalbuddy voor hun anderstalige collega’s. Terwijl broodjes worden gemaakt en bestellingen worden verwerkt oefenen collega’s wekelijks een uurtje met de vaktaal en praten ze over het werk. Ter ondersteuning krijgen de taalbuddy’s training en materiaal, zodat het ook echt resultaat oplevert. Zo lijken woorden als een ‘snufje zout’ tot een ‘eetlepel' simpel, maar die maken in de keuken een wereld van verschil. Het mooie is dat niet alleen de anderstalige medewerkers hiervan leren, maar het hele Vermaat-team het verschil merkt. Collega’s hebben meer onderlinge gesprekken, minder misverstanden en meer werkplezier.

Ook in de schoonmaakbranche maakt taal het verschil tussen meekijken en écht meedoen. Zo vertelde de directeur van een klein schoonmaakbedrijf: “Alleen al voor de veiligheidsinstructies is het nodig. En ook als voorbereiding richting een vakopleiding. Maar minstens zo belangrijk: medewerkers leren zich beter uit te drukken en voor zichzelf op te komen. Dat maakt hen sterker en zelfstandiger.”

Taal is geen luxe, maar een randvoorwaarde om je werk goed te doen. Pas als je met collega’s kunt praten, kun je goed samenwerken. Dus als je als werkgever ruimte creëert voor medewerkers om samen de taal te oefenen, investeer je niet alleen in mensen, maar in het succes van het hele bedrijf.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor