
Kun je het horen? De dreiging van antimicrobiële resistentie (AMR) begint eindelijk hoorbaar te worden, tenminste, in Nederland. De onlangs gepubliceerde Risicoscan internationale dreigingen van het RIVM wijst AMR aan als de grootste bedreiging voor de Nederlandse volksgezondheid, op de voet gevolgd door extreem weer en mis-/desinformatie. Wat lange tijd werd gezien als een ver-weg en technisch probleem dat nog wel even kan wachten, dringt eindelijk door tot het publieke debat. Het is belangrijk dat we allemaal luisteren.
Want terwijl Nederland deze dreiging eindelijk serieus neemt, dreigen we tegelijkertijd juist minder te investeren in internationale gezondheidsprogramma's die helpen om antimicrobiële resistentie wereldwijd te voorkomen. Dat is een tegenstelling die we ons niet kunnen veroorloven.
Antimicrobiële resistentie (AMR) zorgt ervoor dat medicijnen niet langer werken. Ja, je leest het goed. Laat dat even bezinken. Anders dan een pandemie die van de ene op de andere dag uitbreekt, verspreidt AMR zich stilletjes, jaar na jaar, microbe na microbe. AMR kabbelt verder verborgen in bekende ziekten, gedreven door de manier waarop we medicijnen voorschrijven, zorg verlenen én voedsel produceren.
Vandaag de dag is wereldwijd ongeveer één op de zes infecties resistent tegen antibiotica die normaal gesproken worden gebruikt voor aandoeningen die we als routine beschouwen, zoals een blaasontsteking, longontsteking of bloedbaaninfectie. In een systeem gebouwd om te reageren op duidelijke en directe dreigingen, is AMR ongemerkt door de mazen van het net geglipt.
AMR mist de eigenschappen die tot actie aanzetten
Met potentieel desastreuze gevolgen voor de volksgezondheid rijst de vraag: waarom is AMR zo lang een "stille pandemie" gebleven? Het is zeker niet zo dat we er niets van wisten. Alleen al in 2019 overleden naar schatting 1,27 miljoen mensen (The Lancet) direct aan geneesmiddelresistente infecties, terwijl AMR wereldwijd betrokken was bij bijna vijf miljoen sterfgevallen. Toch ontbrak het AMR aan de eigenschappen die doorgaans tot actie leiden. Het probleem groeide langzaam op de achtergrond. Ondertussen waarschuwen onderzoekers dat AMR tussen nu en 2050 met zo'n 40 miljoen extra sterfgevallen in verband kan worden gebracht als we níet ingrijpen.
AMR raakt niet alleen onze gezondheid en de manier waarop we zorg verlenen, maar ook onze economie en voedselzekerheid. Het probleem wordt verder versterkt doordat de ontwikkeling van nieuwe antibiotica achterblijft. Terwijl bacteriën zich blijven aanpassen, blijft de ontwikkeling van nieuwe medicijnen achter. Bovendien zijn wij als mensen niet gemaakt om te reageren op dreigingen die geleidelijk, onzichtbaar en complex zijn, totdat ze ons persoonlijk raken. AMR verschuilt zich dus in het volle zicht. Misschien juist omdat het ons confronteert met iets waar we niet graag aan denken: een toekomst waarin de medicijnen waarop onze zorg is gebouwd niet langer vanzelfsprekend werken.
Nationale plannen dreigen plannen te blijven
En toch is dit geen verhaal van volledige stilstand. De mondiale aandacht voor antimicrobiële resistentie groeit al jaren, met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als belangrijke aanjager. Meer dan 170 landen hebben inmiddels nationale actieplannen ontwikkeld om AMR tegen te gaan, maar zonder de capaciteit om ze daadwerkelijk uit te voeren, lopen zij het risico precies dat te blijven: plannen.
Terwijl Nederland AMR nu erkent als het grootste risico, is de last elders al langer zwaarder. Sub-Sahara Afrika behoort tot de regio's die het zwaarst worden getroffen, met de hoogste sterftecijfers als gevolg van antimicrobiële resistentie wereldwijd. In veel van deze landen staan gezondheidssystemen onder grote druk, zijn diagnostische mogelijkheden en data beperkt, en kan armoede leiden tot verkeerd gebruik van medicijnen.
Dit creëert een paradox. In Nederland, met een van de sterkste en best gefinancierde gezondheidssystemen ter wereld, wordt AMR nu gezien als een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid. En terecht. Maar de omstandigheden waarin resistentie het snelst ontstaat en zich verspreidt, bevinden zich vaak juist daar waar systemen het kwetsbaarst zijn.
Juist daarom zijn de voorgenomen bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking zo moeilijk te rijmen met de groeiende zorgen over antimicrobiële resistentie. Minder investeren in mondiale gezondheidsprogramma's betekent ook minder investeren in sterke gezondheidssystemen, laboratoria, infectiepreventie, schoon water en verantwoord antibioticagebruik in landen waar de ziektelast het hoogst is. Daarmee verzwakken we juist de eerste verdedigingslinie tegen een probleem dat geen grenzen kent. Wie de internationale aanpak afbouwt, maakt Nederland uiteindelijk niet veiliger, maar juist kwetsbaarder.
Om Nederland te beschermen, moeten we investeren waar de last het grootst is
Antimicrobiële resistentie is dus een van de grootste bedreigingen voor de Nederlandse volksgezondheid, en onze aanpak ervan kan niet stoppen bij de landsgrenzen. Resistente bacteriën verplaatsen zich via mensen, dieren, voedselketens en ecosystemen. Wat in de ene context ontstaat, zal vroeg of laat gevolgen hebben voor een andere.
Als Nederland antimicrobiële resistentie werkelijk beschouwt als de grootste bedreiging voor de volksgezondheid, dan hoort daar ook een consequent internationaal beleid bij. Dat betekent niet minder, maar juist gerichte investeringen in sterke gezondheidssystemen in landen waar resistentie het snelst terrein wint. Nederlandse investeringen zouden deze urgentie moeten weerspiegelen en terecht moeten komen waar de ziektelast het hoogst is, waaronder in Sub-Sahara Afrika. Dat vraagt om een andere manier van denken over actie. De sterke beleidskaders die in veel landen al bestaan, moeten nu worden omgezet in tastbare acties en resultaten.
Investeren in de bestrijding van antimicrobiële resistentie wereldwijd is geen liefdadigheid. Het is verstandig eigenbelang. Resistente bacteriën trekken zich niets aan van landsgrenzen, migratiebeleid of douanecontroles. Elke euro die we investeren in het voorkomen van resistentie waar de druk het grootst is, verkleint ook het risico voor Nederland. De stilte rond antimicrobiële resistentie begint eindelijk te verdwijnen. Laten we voorkomen dat we juist nu de verkeerde kant op bezuinigen.