
Door: Ptah Ankh Re & Auset Ankh Re
Bijna vier jaar na de excuses voor het slavernijverleden debatteerde de Tweede Kamer donderdag over de vraag wat er nu moet gebeuren: herstel, of een punt erachter? De antwoorden staan in de stukken van de Staat zelf.
In december 2022 bood premier Rutte excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden. In juli 2023 deed koning Willem-Alexander hetzelfde. Het kabinet trok 200 miljoen euro uit voor bewustwording, herdenking en onderzoek. De excuses waren volgens Rutte "een komma, geen punt". Afgelopen maandag kreeg premier Jetten van nazaten een Nationale route naar herstel aangeboden, een plan voor wat er na die komma moet komen. Hij reageerde positief.
Donderdag sprak de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken met minister Pieter Heerma over dat vervolg. PRO, DENK en D66 willen een route naar herstel. CDA en VVD steunen de excuses en wachten concrete voorstellen af. PVV, JA21, FVD en Mona Keijzer vinden dat er genoeg is gedaan.
Martin Bosma (PVV) zei het zo: "Bij de onafhankelijkheid van Suriname hebben we al afgerekend voor de slavernij." Kort daarna nam hij een slok koffie. In de achttiende eeuw was koffie, naast suiker, het belangrijkste product van de Surinaamse plantages. Multatuli gaf zijn Max Havelaar in 1860 niet voor niets de ondertitel of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy.
Wat er in 1975 werd betaald
Bosma doelde op de 3,5 miljard gulden aan verdragsmiddelen die Nederland Suriname bij de onafhankelijkheid toezegde. Daarmee was volgens hem "de financiële compensatie van het slavernijverleden voldaan".
Minister Heerma zei later die middag dat het slavernijverleden "bij mijn weten" niet wordt genoemd in het verdrag waarop dat geld berust. Het verdrag heet Overeenkomst betreffende ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet koos volgens hem bewust voor "een moreel-ethisch gebaar in plaats van herstelbetalingen". Wie de ontwikkelingsmiddelen van 1975 presenteert als volledige afrekening voor het slavernijverleden, moet uitleggen waarom een verdrag over ontwikkelingssamenwerking tegelijk als definitieve herstelbetaling zou gelden.
Er is wel eens betaald bij het einde van de slavernij, in 1863. Het parlement stelde toen een vergoeding vast van 300 gulden per tot slaaf gemaakte in Suriname en 200 gulden op de eilanden. Samen was dat bijna twaalf miljoen gulden, ongeveer tien procent van de rijksuitgaven van dat jaar. Het geld ging naar de plantage-eigenaren. De mensen die vrijkwamen, kregen niets en moesten in Suriname nog tien jaar onder staatstoezicht doorwerken. Om het woord van Bosma te gebruiken: Nederland heeft één keer daadwerkelijk afgerekend voor de slavernij. Met de partij die de rekening had gemaakt.
Wat die rekening opleverde, berekenden de historici Pepijn Brandon en Ulbe Bosma. In 1770 rustte 5,2 procent van de economie van de Republiek op Atlantische slavernij, in Holland 10,4 procent. Veertig procent van de economische groei van Holland in die jaren was erop terug te voeren.
"Wanneer is het genoeg?"
Mona Keijzer stelde de vraag waar het debat om draaide: "Wanneer houdt erkenning en de eindeloze schuldcultuur eens een keer op?" Volgens haar heeft "niemand, maar dan ook helemaal niemand" die vandaag in Nederland rondloopt "hier een actieve herinnering aan". Op enig moment moet de politiek zeggen: "het is klaar."
Toen de minister op haar vraag inging, had Keijzer de zaal al verlaten. Zij heeft zijn antwoord dus niet gehoord. Hieronder geven wij het onze.
Over schuld was de minister helder: er ligt "geen enkele schuld bij individuele Nederlanders". Het gaat om de verantwoordelijkheid van de Staat "als rechtsopvolger" van de Staat die destijds aan de slavernij verdiende.
Keijzer heeft gelijk over de ogen. Over het geheugen vergist ze zich.
Dan over de herinnering. Het Nederlands heeft er zelf een woord voor: gedachtegoed. Goed zoals in erfgoed, zoals in bezit. Het gaat van ouder op kind over, aan de keukentafel, in grapjes, in verwachtingen. Je erft het zonder erbij te zijn geweest. Peter van Duijvenvoorde (FVD) gaf in het debat, onbedoeld, de beste definitie van doorwerking: "We worden geworpen in taal, instituties, in families, in morele codes." Precies.
Dat zo'n patroon blijft bestaan zonder dat iemand iets herinnert, liet de Staat zelf zien. DUO controleerde tussen 2012 en 2023 met een puntensysteem of studenten terecht een uitwonendenbeurs kregen. Afkomst zat niet in dat systeem. Wie mbo deed of dicht bij zijn ouders woonde, kreeg wel extra risicopunten. Studenten met een migratieachtergrond werden zo zes keer vaker geselecteerd voor een huisbezoek. Het kabinet erkende indirecte discriminatie, bood excuses aan en trok 61 miljoen euro uit voor ruim tienduizend gedupeerden. Dit is geen bewijs van een koloniale oorzaak. Het laat zien hoe ongelijke uitkomsten ontstaan zonder dat afkomst ooit als criterium wordt genoemd. Een systeem zonder actieve herinnering bleek uitstekend te onthouden.
Dan het geld. Het fonds van 200 miljoen euro is "niet structureel", zei de minister. Ondertussen verdient Nederland nog steeds aan grondstoffen uit landen waar de opbrengst achterblijft:
Wat sommigen bedelen noemen, noemen wij een vordering.
De Staat heeft ervaring met herstel, met wisselend succes. Bij de toeslagenaffaire zijn ruim 43.000 ouders erkend als gedupeerde en is meer dan 3,3 miljard euro uitgekeerd. Toch zijn veel ouders nog altijd ontevreden over het tempo en de aanpak. Duidelijker is de manier waarop Nederland is omgegaan met de vervolging van Joodse Nederlanders. Sinds 1973 kent Nederland een wet met structurele uitkeringen voor vervolgingsslachtoffers. In 2000 stelde de regering 400 miljoen gulden beschikbaar aan de Joodse gemeenschap, voor individuele uitkeringen en voor collectieve projecten. In 2020 bood premier Rutte excuses aan voor het optreden van de overheid in de oorlog. De NS keerde na eigen excuses en jarenlang overleg met nabestaanden tegemoetkomingen uit van maximaal 15.000 euro per persoon, aan overlevenden, weduwen en weduwnaars en kinderen van gedeporteerden.
Het zijn andere geschiedenissen, elk met een eigen herstelvraag. Ze laten zien dat de Staat herstel kan vormgeven: met erkenning, met geld voor individuen en de gemeenschap, en met aandacht voor de volgende generatie. Bij het slavernijverleden ontbreekt nog een gezamenlijk vastgelegde maatstaf voor wanneer de verhouding daadwerkelijk is hersteld. Tijs van den Brink (CDA) vroeg welke "stip op de horizon" het kabinet heeft. De minister antwoordde dat het onderzoek "niet naar een specifieke stip op de horizon" toewerkt, en een aparte routekaart naar herstel kon hij "nu niet toezeggen". Ons antwoord aan Keijzer is daarom: het is genoeg wanneer vooraf is vastgelegd wat herstel moet opleveren, en dat ook is bereikt.
Het lespakket
Over het onderwijs zei Bosma: "En ook het onderwijs moet worden gedekoloniseerd. Blijkbaar net zoals Sylvana Simons dat in de tijd wilde. Die wilde wiskunde dekoloniseren." Later hield hij een lespakket over racisme omhoog, gefinancierd via het V-fonds, en las eruit voor: "We moeten ons aansluiten bij Extinction Rebellion. We moeten Al Jazeera gaan lezen. We moeten geld geven aan zwarte organisaties. We moeten lid worden van Omroep Zwart. En we moeten bewust kopen bij ondernemingen van mensen van kleur. Met een hoofdletter K." Hij noemde het pakket "afschuwelijk" en "absurd", en sprak van "een boycot van blanke winkels".
Eerlijk is eerlijk: met die passages gaven de makers Bosma misschien wel precies wat hij zocht. Over zulke tips valt te discussiëren, en dat gesprek voeren we graag ook in onze eigen kring.
Waar het in de klas om gaat, kwam in hetzelfde debat ter sprake. Stephan van Baarle (DENK) vertelde over het slavenschip Leusden, dat in 1738 voor de Surinaamse kust vastliep. De bemanning timmerde de luiken dicht, redde zichzelf, zestien gevangenen en een kist goud, en liet 664 mensen in het ruim verdrinken. De West-Indische Compagnie prees de bemanning omdat het goud was gered. Daan de Kort (VVD) zei daarna dat hij dat verhaal niet kende.
De minister zei dat het kabinet "de term dekoloniseren niet" hanteert. Hoe je het ook noemt, dit bedoelen wij:
Waar Nederland voor staat
Keijzer wilde het debat breder trekken: "De Nederlandse geschiedenis is veel meer dan alleen het slavernijverleden, hoe gruwelijk ook. Het is ook de geschiedenis van vrijheid, ondernemerschap, handel, toonaangevende wetenschap, de strijd, de gezamenlijke strijd tegen het water."
Dat klopt. Nederland is goed met water. Het is ook goed in dingen onder water houden. Een houten heipaal rot niet zolang hij onder water staat, in het donker, zonder lucht. Pas als het water zakt en er licht bij komt, begint het fundament te rotten. Zo gaat dit land ook met dit deel van zijn geschiedenis om.
De strijd tegen het water werd bovendien op twee continenten gevoerd. De Surinaamse plantages lagen in laag kustland en werden ingepolderd, met dijken, sluizen en afwateringskanalen. Die werden met de hand gegraven, door tot slaaf gemaakten. Ook dat hoort bij de gezamenlijke strijd tegen het water.
Ranjith Clemminck (JA21) vroeg de minister of hij trots is op de Nederlandse geschiedenis. Heerma noemde onder meer het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581, de geboorteakte van Nederland. In de openingszin staat dat onderdanen niet door God zijn geschapen om hun vorst "slaafs te dienen". Dezelfde Republiek verscheepte in de twee eeuwen daarna honderdduizenden Afrikanen naar de Amerika's. Het beginsel van 1581 gold voor de eigen burgers. Herstel betekent dat het ook gaat gelden voor de nazaten van wie toen werd uitgesloten.
Kijk erin
Bosma vroeg de minister wanneer iemand "van kleur" is. Naar de herkomst van zijn koffie vroeg hij niet. Wie de bonen plukte en wat die persoon ervoor kreeg, kwam donderdag niet ter sprake.
Daarom een verzoek aan meneer Bosma en mevrouw Keijzer: kijk de volgende keer niet over het kopje heen, maar erin. Daarna drinken wij graag een kop met hen. Eerlijk betaald.
Ptah Ankh Re is publicist en auteur van Sleutels van Her-innering. Auset Ankh Re is specialist Neuro-Emotionele Intelligentie (NEIQ). Samen vormen zij PARAAR.