
’s Ochtends wakker gemaakt door het alarm op de mobiel. Dat gaat de dag door, niet zoveel als in Israël, maar toch. Een paar dagen geleden hoorden we dat een raketfragment, afgeschoten door een Israëlische interceptor, bij de Iskander Khoury-school in ons stadje Beit Jala neerviel.
Aan Israëlische kant zou de voorraad anti-raket verdedigingssystemen slinken, volgens nieuwsmedia. Dus meer kans dat Iraanse raketten door de afweer heenkomen. Soms hoor je buiten de drones die dat zeurderige geluid maken dat we kennen van Gaza. Ze monitoren “de situatie” zoals laatst toen Israëlische soldaten mensen in het dorpje Al Khader bij Bethlehem oppakten. Het nieuws drukt, dagelijks zijn er doden en niet alleen bij de oorlogen en in de enorme humanitaire crises in Libanon, Iran en Gaza, maar ook in de West Bank zelf. Mary toont foto’s op sociale media van een jonge bezoeker in het vluchtelingenkamp Dheisheh ten zuiden van Bethlehem die gisteren tijdens een familiebezoek werd gedood.
Mensen worden nerveuzer, bellen of chatten meer. Onzekerheid troef over hoe lang de oorlog duurt, zeker nu er een gevaarlijke fase van verdere escalatie lijkt te komen. Maar weinigen geloven dat er echte onderhandelingen aan zitten te komen, maar dat kan te maken hebben met het natuurlijke pessimisme van mensen onder druk. Reisplanning is de komende maanden een issue, we horen dat Palestijnen soms al een maand vast in het buitenland zitten. Ook is er onrust over de toekomst: ouderen die denken aan hun kinderen. Wat kunnen ze hier nog doen? Emigreren is - althans voor wie het een praktische optie is - steeds deel van de dagelijkse familieconversatie. “Is er een vreedzaam land in de wereld waar we naar toe kunnen?” vraagt iemand zich op sociale media af. Als verzetje luisteren we naar Arabische popmuziek van decennia geleden.
Tegelijk gaat het leven door. Denk aan het dagelijkse geluid van bulldozers bij bouwprojecten. Wel is er verandering van routines. Dochter Jara geeft een dag per week online les op een plaatselijke kunstacademie. Veel NGO's stoppen met nieuwe projecten. Mary gaat op initiatief van de werkgeefster van twee dagen naar een enkele dag in de erfgoedwinkel waar ze werkt. Er zijn natuurlijk nauwelijks buitenlanders en mensen doen nu maar spaarzaam meer cultureel gerichte inkopen.
Men spreekt je vaker op straat aan voor geld. Er is grote werkloosheid, zeker ook omdat mensen niet of nauwelijks in Jeruzalem of Israël kunnen werken. Het reizen tussen de steden is onvoorspelbaar. Er is nog geen teken dat er echte tekorten zijn. Laatst konden we niet de vis kopen die we wilden omdat vissers in Haifa niet kunnen of mogen vissen vanwege binnenkomende raketten uit het noorden.
Het grote probleem hier zijn de kolonisten. Op de top van Beit Jala, bij de Talitha Kumi school, werd een auto op weg naar het ziekenhuis daar zomaar beschoten door een settler. Mary is bezorgd dat we straks niet meer naar het dorp Battir kunnen gaan, een van de weinige kleine uitstapjes naar een groene en mooie omgeving. Ook bij Beit Sahour is het regelmatig onveilig. De settlers planten laatst Israëlische vlaggen in Oush al Grab aan de oostgrens van de stad. Overal waar settlers outposts vestigen zie je vlaggen als ware het een landjepik-spel. Laatst werden bij een school in Hawara de Palestijnse vlaggen verwisseld door Israëlische.
Volgens gegevens van mensenrechtenorganisaties worden er tegenwoordig meer outposts en kleine boerderijen gebouwd in de gebieden B. Dat is gebied dat onder civiel Palestijns gezag valt maar met een Israëlische militaire presentie; ze zijn meer direct in de omgeving van de Palestijnse steden gelegen. Je krijgt zo een quasi-omsingeling van de steden waar het grootste deel van de West Bank-bevolking is geconcentreerd.
Jarenlang hebben kolonisten herdersposten gesticht in de volledig door Israël beheerste gebieden C, zo’n 60 procent van de West Bank. Daarbij gebruikten ze begrazing om grote stukken Palestijns landbouwland in bezit te nemen, geholpen door het Israëlische legerbestuur, dat begrazingsgebieden toewijst op gronden die zij als “staatsland” aanmerkt.
Maar ook in de steden neemt de druk toe. In het genoemde stadje Tammun ten zuiden van Nabloes, grotendeels gebied B, werd een deel van een gezin gedood door een legereenheid. Een auto doorzeefd. De soldaten werden na afloop zelfs niet eens ondervraagd over de toedracht. Het valt me op hoe de Israëlische minister van Financiën Smotrich de West Bank op een lijn stelt met de militaire fronten in Gaza en Libanon. Ook hier moet strijd worden geleverd en “gewonnen” worden.
Komende palmzondag is er niet de gebruikelijke processie in Jeruzalem. De scouts kunnen toch niet vanuit de West Bank komen. In plaats hiervan luisteren we maar naar de bekende, tijdloze Paasliederen van de Libanese zangeres Fairuz.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.