
De werkgeversorganisatie AWVN stelt dat in toenemende mate doorgewerkt wordt na de AOW-leeftijd. De VVD wil de AOW-leeftijd verhogen ondanks dat de Nederlandse AOW-leeftijd één van de hoogste is in Europa. Daarbij wordt te pas en te onpas beweerd dat de gepensioneerden de nieuwe rijken zijn. Een columnist van De Telegraaf wil dat de vakbonden er voor zorgen dat werknemers het recht krijgen op een voortgezet dienstverband na de AOW-leeftijd. Het is de columnist kennelijk ontgaan dat het de werkgeversorganisaties zijn die het automatisch stoppen als eis hebben. De suggestie in de opmerkingen van de AWVN is dat werknemers graag door willen werken na de AOW-leeftijd. De werkelijkheid is echter anders.
De periode voor pensionering, wordt er weinig tot niets geïnvesteerd in werknemers. Werkgevers slaan oudere werknemers over voor bijscholing. Pogingen van vakbonden om de werknemers zelf te laten besluiten over bijscholing, worden steevast door werkgeversorganisaties afgewezen. De werkgever moet volgens hen besluiten over besteding van O&O gelden (opleiding en ontwikkeling). Daarbij komt dat werkloze oudere werknemers zich blauw solliciteren en steevast op leeftijd worden afgewezen.
Deze feiten maken dat er grote vraagtekens gezet kunnen worden bij het zogenaamde werknemerstekort.
Het zijn de werkgeversorganisaties die eisen dat in cao-en komt te staan, dat dienstverbanden automatisch eindigen op de AOW-leeftijd. Het tekort aan werknemers speelt kennelijk niet. Werkgevers willen een automatisch einde aan dienstverbanden op de AOW-leeftijd. Het is vervolgens aan de werkgever en de werknemer of er een nieuw dienstverband wordt aangegaan. Een nieuwedienstverband dat 6 x tijdelijk kan zijn in 4 jaar. Er is geen ontslagvergunning nodig bij het einde van tijdelijke dienstverbanden. Er hoeven minder premies betaald te worden. De werknemer bouwt geen extra AOW en pensioen op en heeft bij ziekte maximaal recht op 5 weken doorbetaling.
Werknemers met alleen AOW of een onvolledige AOW (omdat zij in het buitenland hebben gewoond) en met een klein pensioen, zijn gedwongen om door te werken. Een reden kan ook zijn dat echtparen het gemiddeld 2 jaar met een halve AOW moeten doen omdat de andere helft pas verstrekt wordt als beide partners de AOW-leeftijd bereikt hebben. Dit is sinds 2015 het geval. Het aantal mensen met alleen AOW zal stijgen. Piet Fortuin voorspelde dat als voorzitter van het CNV. De doorgeslagen tijdelijke contracten en het gebruik van uitzendkrachten en ZZP’ers leidt tot minder of geen pensioenopbouw. En politici zoals Mona Keijzer maar beweren dat gepensioneerden de nieuwe rijken zijn.
Werknemers die met hun handen werken, halen de AOW-leeftijd niet zonder problemen. Zij zijn eerder versleten. De door vakbonden bevochten mogelijkheid om 3 jaar eerder op te houden dan de AOW-leeftijd is dan ook bitter noodzakelijk. Dat profesoren en andere mensen die niet in slijtende beroepen werken, door willen werken, wil nog niet zeggen dat dit voor gemiddelde werknemer geldt. Het tegendeel is waar voor werknemers in slijtende beroepen, tegenwoordig praktisch opgeleiden genoemd.