
Ratificatie van ILO-verdrag C190 vereist méér dan symboliek
Op 31 maart staat ratificatie van het ILO-verdrag C190 over uitbanning van geweld en intimidatie op het werk op de agenda van de Tweede Kamer. Na jaren strijd hiervoor lijkt het nu symboolpolitiek te worden. Ratificatie is hoognodig, want de cijfers van (seksuele) intimidatie op en rond de werkvloer dalen niet. De kosten van de gevolgen van ongewenst gedrag worden door TNO geschat op 1,7 miljard euro per jaar.
Deze ratificatie moet een belangrijke stap zijn in de erkenning van geweld en intimidatie als structureel arbeidsrechtelijk probleem. Toch dreigt deze stap zonder aanpassing van nationale wet- en regelgeving te worden genomen. Terwijl, weten wij uit de praktijk, de huidige Nederlandse kaders niet voldoen aan de eisen die het verdrag stelt. Zo beschermt de huidige Arbowet bijvoorbeeld niet alle werkenden (zoals stagiaires en sollicitanten) tegen ongewenste omgangsvormen zoals het verdrag eist. Uitbreiding van de werkgeversaansprakelijkheid is noodzakelijk. De bescherming dient zich uit te strekken tot alle werkenden, inclusief sollicitanten, stagiairs en zelfstandigen zonder personeel. Juist deze groepen opereren vaak in een afhankelijke positie, zonder adequate rechtsbescherming.
Geweld en intimidatie beperken zich allang niet meer tot de fysieke werkvloer. Juist ook tijdens werkgerelateerde activiteiten buiten kantoor, in digitale omgevingen en zelfs in de privésfeer, zijn er grote risico’s op geweld en intimidatie; met directe impact op het functioneren van werknemers.
De reikwijdte van de Arbowet moet daarom worden aangepast naar de ‘wereld van werk’. Werkgerelateerde situaties buiten de traditionele werkplek – zoals online interacties en woon-werkverkeer onder risicovolle omstandigheden – dienen expliciet onder de zorgplicht van werkgevers te vallen.
Ook op het terrein van rechtsbescherming bestaan lacunes. Een verplichte klachtenregeling, toegang tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon en een uniform normenkader voor onderzoek naar meldingen en klachten zijn essentieel om rechtsongelijkheid te voorkomen en de meldingsbereidheid te vergroten.
Ook verdient geweld in de privésfeer nadrukkelijk aandacht. Werkgevers moeten niet alleen worden gefaciliteerd, maar ook verplicht worden om passende maatregelen voor signalering en ondersteuning te treffen ter bescherming van werknemers die bedreigd worden door een (ex-)partner.
Tot slot is effectieve handhaving cruciaal. Zonder voldoende capaciteit en bevoegdheden voor de Nederlandse Arbeidsinspectie blijven wettelijke normen tandeloos. Actieve controle en de mogelijkheid tot ingrijpen bij acute onveiligheid zijn onmisbaar.
Ratificatie van C190 kan slechts betekenisvol zijn als deze gepaard gaat met het opvullen van bovenstaande lacunes, met een beleidsrijke implementatie. Alleen dan kan Nederland daadwerkelijk voldoen aan zijn internationale verplichtingen en een veilige werkomgeving voor alle werkenden waarborgen.
Alie Kuiper, adviseur sociale veiligheid; Mirjam Decoz, juridisch expert; Decoz & Co; Jacqie van Stigt, vice-voorzitter FNV; Jens van Tricht, Emancipator, voor mannen en emancipatie; Yomi van der Veen, directeur Bureau Clara Wichmann; Erwin Koenen, voorzitter LVV; Marieke van der Sanden, Consulent seksuele gezondheid NVVS; Leontine Bijleveld, voorzitter Vereniging voor Vrouw en Recht - Clara Wichmann; Geert Vermeulen, De Integriteitscoördinator; Netwerk Vrouwen FNV; Michiel Odijk; Marlies Vegter
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.