
Wordt in 2028 de Amerikaanse presidentskandidaat met de meeste stemmen president? Dat lijkt misschien een rare vraag, maar in de VS is dat allerminst vanzelfsprekend. In 2016 had Hillary Clinton bijna 3 miljoen stemmen meer dan Donald Trump, maar werd de laatste toch president. In 2000 hetzelfde verhaal: George W. Bush had een stuk minder stemmen dan Al Gore (ruim een half miljoen) maar werd toch president.
Dat de kandidaat met de minste stemmen toch kan winnen, is te danken aan het kiescollege dat de winnaar uiteindelijk aanwijst. Daarbij tellen de stemmen van kiezers uit kleine staten, waar de uitslag dan weer eens de ene kant opgaat en dan weer de andere, veel zwaarder dan de stemmen uit grote staten.
Door de enorme Democratische winst kan dit systeem op de schop. Omdat de Democraten in een groot aantal staten de touwtjes volledig in handen hebben, kunnen zij een nieuwe regel aannemen waardoor niet meer de meeste kiesmannen maar de meeste stemmen doorslaggevend zijn bij de presidentsverkiezingen. Het progressieve tijdschrift Mother Jones legt in onderstaande video uit hoe het zit.