
LHBTQIA+-rechten als knuppel om moslims mee te slaan; we herhalen de fout die we in de geschiedenisles allemaal veroordeelden.
'Laat het alsjeblieft geen moslim zijn', denk ik bij het zien van een witte bestelbus die tijdens de Pride in Berlijn op de menigte inrijdt. Ik krijg buikpijn: daar gáán we weer. Wat we een verdediging van vrouwen- en homorechten noemen, is een instrument geworden om moslims uit te sluiten, met een lange geschiedenis.
We zijn geïndoctrineerd om te geloven dat een homofobe daad van één islamitische Duitser, zoals de 21-jarige dader in Berlijn, iets zegt over dé moslim. Homofobie is onder gelovigen echter niet exclusief islamitisch. De juichende online reacties waren, zoals altijd, walgelijk: een stuiptrekking van sociale media die ik vaker zie.
De nasleep kon ik meteen voor je uittekenen: institutionele islamofobie die opnieuw gretig de media beheerst, racisten met een nieuw wapen en 6 procent van de bevolking die per associatie schuldig is. Nederlanders overschatten het aantal moslims stelselmatig: in 2017 kwamen ze gemiddeld op 19 procent. De islamisering waar al jaren voor wordt gewaarschuwd, bestaat vooral in het hoofd, waar ze zorgvuldig is geplant.
In 2007 introduceerde onderzoeker Jasbir Puar het homonationalisme. Een lelijke term voor een lelijke waarheid: homorechten worden misbruikt om moslims straffeloos te beschadigen. En de schade is meetbaar: in 2024 en 2025 was er een recordaantal meldingen van moslimdiscriminatie. En nee, die mensen zijn geen bondgenoten van de LHBTQIA+-gemeenschap; zij opereren juist tégen onze rechten.
En homo's zijn niet de enige stok; vrouwen zijn de andere. Femonationalisme heet die variant, naar socioloog Sara Farris: het beeld van 'de islam die vrouwen onderdrukt' schenkt het 'vrije Westen' een prettig soort superioriteit. Sinds de 'oorlog tegen terreur' werden vrouwen- en homorechten het morele vaandel waaronder het Westen Afghanistan en Irak binnenviel. 'Onze' normen over vrijheid worden zo de meetlat waarlangs we een heel land leggen, om dat af te keuren en onszelf moreel te kunnen verheffen.
Die meetlat is ouder dan de emancipatie zelf. In de koloniën was de witte vrouw het zuivere hart van de beschaving, de gekoloniseerde man het primitieve gevaar en haar bescherming het excuus voor geweld. Het fascisme gaf haar dezelfde rol: de reine moeder van het volk, te beschermen tegen de joodse man, door een regime dat ondertussen hele bevolkingsgroepen liet steriliseren en vermoorden.
Vandaag draagt diezelfde figuur een ander gezicht: de bezorgde moeder die op demonstraties in Loosduinen het hondenfluitje van extreemrechts is. Van de koloniale meesteres naar de nazimoeder naar de bezorgde moeder van nu: telkens wordt de zorg om de een het excuus om de ander te vernietigen. Dit zijn geen losse incidenten, maar één lange beweging.
En homorechten doen precies hetzelfde werk. Pim Fortuyn maakte er begin deze eeuw zijn handelsmerk van: homorechten als bewijs dat moslims hier niet thuishoorden. Twintig jaar later zwaait de PVV met diezelfde vlag, terwijl ze keer op keer tégen gendergelijkheid en LHBTQIA+-rechten stemt. De PVV stemde bijvoorbeeld tegen het verbod op conversietherapie. De regenboogvlag is bij hen geen overtuiging, maar een troef. De vraag is niet óf we meegaan, maar of we het doorhebben terwijl het gebeurt.
Als kind begreep ik van de Holocaust niets: hoe kon een heel volk toekijken, meebewegen en toestaan? Ik zocht het antwoord in monsters, in een waanzin buiten gewone mensen. Inmiddels weet ik beter. Om fascisme te begrijpen hoef je niet te studeren; je hoeft alleen maar volwassen te worden en te zien hoe nette, weldenkende mensen een hele groep stukje bij beetje leren wegzetten totdat het vanzelfsprekend wordt. We zitten er middenin.
De stok waarmee de moslim vandaag wordt geslagen is geleend. De hand die hem vasthoudt, houdt niet van de homo die ze zegt te beschermen, of van de vrouw die ze zegt te redden, en die houdt ook niet van jou. Na moslims zoekt die hand een nieuwe groep: en dan sta jij vooraan.
Toen die bestelbus de Pride in reed, was mijn gedachte na de afschuw: laat het geen moslim zijn. Dat is de reflex: één dader kost een heel volk. We maken dezelfde fout als onze voorouders. Maar er is één verschil: zij konden zeggen dat ze het niet wisten. Wij niet.