Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

Apenpokken nu ook in Nederland opgedoken

RIVM verwacht snel meer gevallen van mysterieuze ziekte
Joop

Wat levert Hollandse handel in ontwikkelingslanden nou echt op?

  •  
23-03-2016
  •  
leestijd 1 minuten
  •  
De afgelopen tien jaar is er 2,5 miljard euro subsidie aan het Nederlandse bedrijfsleven in ontwikkelingslanden gegeven. Volgens het nieuwe ontwikkelingsdenken is de hulp die via handel ontstaat effectief. Maar uit de Zembla-uitzending ‘Hollandse Handel’ blijkt dat de resultaten van deze investeringen nauwelijks bekend zijn. “Van de investeringen tussen 2005 en 2012 is 80 procent niet geëvalueerd. De hoofdconclusie is dat we van 1,8 miljard euro niet weten wat er mee is gebeurd”, aldus Sönke Buschmann.
Buschmann onderzocht in opdracht van de inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie in 2013 de publieke/private samenwerking: “De hoofdconclusie van het onderzoek is dat we betrekkelijk weinig weten over deze projecten. Slechts 20 procent van de investeringen is geëvalueerd en geven een gemengd beeld. Sommigen zijn effectief, anderen niet.”
Heineken is één van de private ondernemingen die de afgelopen jaren door de Nederlandse regering werd gesubsidieerd om via handel ontwikkeling te brengen. Premier Rutte roemde in september 2015 tijdens een toespraak voor de VN de brouwerij, vanwege het inkopen van biergerst bij lokale boeren in Afrika.

Meer over:

#video, economie, wereld

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (11)

rbakels
rbakels24 mrt. 2016 - 11:31

Ik begrijp ontwikkelingshulp pas sinds ik heb gezien hoe die werkt in straatarme landen als Laos en Cambodja: daar helpt die hulp om een infrastructuur op te bouwen die de welvaart van die landen verhoogt. Die landen kunnen dat zelf niet betalen. Ze hebben een kip-ei probleem: ze zijn te arm om de investeringen te doen die nodig zijn om geld te verdienen, en private investeerders zijn niet happig omdat het rendement ze te lang laat wachten. In Cambodja werd met ontwikkelingshulp het hoofdwegennet verhard, zodat dit niet meer verandert in één grote modderpoel in de regentijd. Nu zijn ze bezig het spoorwegnet nieuw leven in te blazen. Dat was door de Rode Khmer en de nasleep daarvan helemaal buiten gebruik geraakt, Er is nu alweer een vrachtverbinding tussen de hoofdstad Phnom Penh en de zeehaven Sihanoukville. In Laos werden met ontwikkelingshulp drie bruggen over de Mekong aangelegd, bij Vientiane, Savannaket en Pakse, die drie grootste steden van het land. De Mekong is een reusachtige rivier en de bruggen zijn navenant kostbaar. Maar essentieel voor het verkeer met het veel rijkere buurland Thailand. Het zal duidelijk zijn dat het helemaal niet "vies" is als het bedrijfsleven aan zulke ontwikkelingsprojecten verdient: hoofdzaak is dat die landen een betere infrastructuur krijgen. Vooral de Chinezen zien een direct commercieel belang. De Chinezen zijn handige zakenlui! Toen Nederland moeizaam ploeterde in Afghanistan sloten zij lucratieve contracten af met de Taliban voor de exploitatie van Afghaanse bodemschatten. De Chinezen denken over een hogesnelheidstrein van de Zuid-Chinese stad Kunming via Laos, Cambodja, Thailand en Maleisië naar Singapore. Of we daar blij mee moeten zijn weet ik niet. Laos (een land zo groot als Groot-Brittannië) heeft momenteel nog helemaal geen spoorwegnet, afgezien van een uitloper van luttele kilometers van het Thaise spoorwegnet. Maar wie geld wil verdienen in het Verre Oosten kan maar beter meedoen met de ontwikkelingshulp. Na tientallen jaren oorlog is het er nu heel vredig. Laos en Vietnam zijn in naam nog steeds communistisch, maar daar merk je als bezoeker niets van. De SP zal ongetwijfeld tegen zulke ontwikkelingshulp zijn net zoals ze nu tegen hulp aan de Oekraïne zijn omdat ze denken dat alleen het GrootKapitaal profiteert. En Hollandse dominees zullen jammeren over corruptie. Maar zoals overal kun je corruptie beter bestrijden door betrokken te zijn dan door je schijnheilig afzijdig te houden.

GerritHoltland
GerritHoltland24 mrt. 2016 - 7:44

Mooi dat er aandacht is voor dit zeer belangrijke thema. Jammer dat het weer op veel punten erg kort door de bocht is (om niet te zeggen misleidend). Laten we beginnen bij de titel: wat levert het op? In het geval van Heineken is daar wel een antwoord op. Ze werken met 10.000 boeren en elke boer gaat er 200 Euro per jaar op vooruit. Dat is dus 2 million Euro extra per jaar voor arme gezinnen in Ethiopia. In een land waar het gemiddelde inkomen 500 Eruo per jaar is. Dit is dus zeer substantieel. Maar er is veel meer te zeggen: Heineken helpt bij het opzetten van cooperaties. En die cooperaties zijn echt geen lieverdjes. In de docu wordt gevraagd of Heineken de enige afnemer is; "ja" zegt de man. Nou dat ligt wel even wat ingewikkelder: Heineken sluit contracten af met de boeren. De deal is dat de boeren hoogewaardig zaad van het bedrijf krijgen en dat de boeren daarvoor de productie terug leveren aan het bedrijf. Vorig jaar hebben de cooparaties maar 60% geleverd van wat ze beloofd hadden. Met andere woorden een groot aantal van dier lieve, arme boertjes steken het goede (gratis) zaad van het bedrijf gewoon lekker in hun zak en leveren niet wat ze beloven. Heineken doet nog veel meer: ze verbeteren de lokale zaad productie, ze trainen landbouwkundigen en kwaliteits controleurs, ze proberen een systeem op te zetten waarmee de financiele dienstverlening op het platteland wordt verbeterd. Lang niet alles is succesvol, we praten over een erg arm land. Maar alles bij elkaar betekent dit dat ze zo'n 10% meer kwijt zijn voor de moutgerst die ze kopen. Die 10% hoeft de concurrentie niet te betalen; erger nog: sommige boeren verkopen hun gerst dat ze met Heineken zaad hebben geproduceerd aan de concurrent. Nog een ander cijfer: de NL-overheid heeft de afgelopen 10 jaar 200 miljoen geinvesteerd in NL-se bedrijven in Ethiopia. Heineken alleen heeft in vijf jaar 400 miljoen geinvesteerd! En door de boeren te helpen meer en betere gerst te verbouwen hebben ze er voor gezorgd dat het land voor 10 miljoen Euro minder moutgerst hoeft te importeren. Dat zijn getallen waar traditionele projecten zelden aan kunnen tippen. Natuurlijk blijft het de vraag of je zo'n rijk bedrijf moet subsidieren. De vraag of iets additioneel is, is een moeilijke vraag.Maar dat geld ook voor NGO projecten. Als een NGO in een project met kleine boeren demonstratie velden aanlegt met modern zaden, moet de boer dan dat zaad betalen? Of moet de boer de normale prijs voor zaad betalen en het project de meer-prijs van het nieuwe zaad? Meestal zijn NGOs geneigd alles zelf te betalen. De redden is: elke vernieuwing of investering is een risico en arme boeren kunnen dat risico niet dragen. Deels geldt dat ook voor de NL-se investeerders. De docu laat zien hoe twee van hen al hun investeringen kwijt zijn geraakt. Is dat geen goede reden om hun met OS-gelden te ondersteunen? Want Heineken maakt dan wel winst; die 400 miljoen kan ook zo maar afgebrand worden (en zelfs dat zou het bedrijf wel overleven). Ook de tientallen NL-rozenkwekers en andere tuinders boeren wel goed. Maar een belangrijk deel van NL-se MKB-ers die buiten deze catogorie opereten maken nauwelijks of geen winst. Veel geplande investeringen (bijv. in de zuivel) zijn of worden ook afgeblazen. Zo simpel is het dus allemaal niet. De vraag waar je moet investeren om de beste ontwikkel resultaat te krijgen is een hele lastige. Wat in Ethiopie wel gebleken is, is dat de sector kan leren. Tien jaar geleden werden NL-se tuinders gesubsidieerd om rozen te kweken in Ethiopie. Dat is nu een commerciele sector en de bedrijven worden niet meer gesubsidieerd. De vraag " wat levert het op" is altijd lastig te beantwoorden; voor bedrijven voor NGOs en voor overheden. Er zijn in een land als Ethiopie geen betrouwbara data. Over niks en over niets. Zelf werk ik met cooperaties; de overheid weet niet eens hoeveel cooperateis er zijn; hoeveel leden ze hebben etc. Geldt ook voor iets concreets als opervlakte ge-irrigeerd land etc. Om in zo'n land te willen weten wat een investering van 20 miljoen per jaar (dus 0.2 Euro per person per jaar!!) is vrijwel onmogelijk. Nou ja, je kan wel een zeer gedegen studie doen, maar dan gaat de volgende Zembla uitzending over de enorme hoge overhead kosten in de hulp. Ontwikkeling is een proces van horten en stoten. Veel gaat mis zowel bij private als overheids investeringen en bij projecten van NGOs. Alles proberen te meten en te weten is ondoenlijk. Je moet bepaalde aannames maken en aan de slag gaan. Daarbij is ervaring en kennis van zaken essentieel. Inzicht in locale ontwikkelingsprocessen is cruciaal. De instantie die de besteding van hulpgelden controleert (het IOB; ook genoemd in de docu) meldt al tien jaar in vrijwel al haar rapporten dat er te weinig expertise is binnen de OS-sector. En op dat vlak gaat er ook weer het e.e.a mis met de nieuwe hulp-agenda. De nadruk op het NL-se bedrijfsleven is gekoppeld aan een influx van nieuwe spelers in de hulp. Velen daarvan hebben onvoldoende inzicht in locale ontwikkelings processen. Ze kijken en redeneren te veel vanuit een NL-perspectief. Zembla illustreert dit ook: er komen geen onafhankelijke ontwikkelings experts aan bod in de docu. Uiteraard is Jan Pronk een oude vos, maar toch een politicus en Ton Haverkort is zeer ervaring maar wordt alleen maar aangesproken op de noodhulp (terwijl hij toch ook zelf ondernemer is in Ethiopie). Kortom: goede hulp gaat voorbij de zwart-wit discussie over "bedrijven zijn goed- bedrijven zijn slecht". De vraag is hoe de kracht van bedrijven kan worden benut om ontwikkeling te stimuleren. In dit opzicht zijn er veel interresantere vragen te stellen over de Heineken case. Heineken brengt nieuwe zaden in het land. Die geven een 25-33% hogere opbrengst. Hoe kunnen we dit gegevebn gebruiken om de locale zaad industrie te verbeteren? Heineken ondersteunt het opzetten van cooperaties. Dat is niet zo succesvol als we allemaal zouden willen. Kan het bedrijf de cooperatie versterken door een andere aanpak (bijv. door de coops een andere rol te geven)? Heineken werkt aan betere kwaliteist eisen; hoe kan dat geharmoniseerd met nationale kwaliteits eisen. Etc. Zowel de woordvooerder van de ambassade als die van Heineken noemen dit als belangrijkste reden voor de samenwerking. De makers van de docu begrijpen dit duidelijk niet. Laat ik het praktisch maken: Heineken heeft als een van de allergrootste investeerders in Ethiopia rechtstreeks toegang tot de minister president. Als zij daar kunnen vertellen welke problemen zij hebben door het slecht functioneren van de zaadsector, dan kan dat heel belangrijk zijn voor de projecten die de ambassade heeft (met universiteiten, NGOs, NL-se en lokale bedrijven) op het gebied van zaadproductie en vermarkting. Omgekeerd kan Heineken baat hebben bij contacten die de ambassade heeft in de zaadsector etc. Is alles wat de bedrijven en de NL-se hulp doet dan 'welgedaan'. Nee; er gaat nog genoeg mis. Er zijn weinig data en er zijn veel risico's. Ethiopia is nu ruim 25 jaar het enige stabiele land in de Hoorn van Afrika. Deels is die stabiliteit te danken aan een autocratisch regime. Mensenrechten worden niet altijd gerespecteerd. Dat kan fout aflopen. Voor de regering, voor de mensen, voor de investeerders. Dat kan betekenen dat zaken die met hulpgelden zijn opgebouwd worden vernietigd. Van bedrijven en van NGOs. Net als democratie, is ontwikkelingshulp niet voor bange mensen. Niets doen is geen optie. Niks doen helpt niks. Wie zeker wil weten dat al het geld goed terecht komt blijft voor eeuwig hangen in haalbaarheids studies. Het belangrijkste wat we kunnen doen is keihard werken aan het opbouwen van kennis van de lokale situatie en weloverwogen ' best guesses' maken en risico's nemen. Zoals gezegd: daarvoor is het wel nodig dat nieuwe spelers in de hulp (lees: bedrijven) de kennis en ervaring van de oude spelers mee nemen in hun aanpak. En de oude splers moeten de potentie van de nieuwe spelers erkennen en er hun voordeel mee doen. Ik zie dat hier in Ethiopia ook steeds meer gebeuren. Heineken is daar ook een voorbeeld van: ze werken samen met een NL-se en een Ethiopische NGO. Vreemd dat dit in de docu niet wordt genoemd.

Flipje Tiel
Flipje Tiel23 mrt. 2016 - 18:18

Het is nu eenmaal een gewoonte onder ambtenaren om niet te controleren hoe subsidiegelden besteed worden. De goedbedoelende burgers krijgen hun goede gevoel toch wel als ze de begroting zien. De bedrijven op hun beurt proberen eenvoudigweg wat van de belasting die ze betalen terug te krijgen.

Klazien2
Klazien223 mrt. 2016 - 18:14

Marginaal vermoed ik

Nick Ros
Nick Ros23 mrt. 2016 - 18:03

Als wij eens die 1,8 miljard gaan stoppen in de ouderen zorg. Oma Mien krijgt haar zorg en Tante Truus een betaalde baan.

Dave2
Dave223 mrt. 2016 - 17:15

Dit laat maar weer eens zien dat de politici links of rechts absoluut niet het beste met ons voor hebben. Ik ben voor een eerlijke aanpak en sociaal zijn vanuit private instellingen. De overheid toont keer op keer weer aan dat het de belangen van de burger niet behartigd. We moeten terug naar een nachtwakerstaat waar de overheid slechts verantwoordelijk is voor veiligheid, infrastructuur en een onafhankelijke rechtspraak. Op deze manier kan niemand misbruik maken van de overheid en houd de burger eindelijk eens wat over van zijn zuurverdiende geld. Het roer moet radicaal om willen we nog iets van welvaart voor onze kinderen achter laten.

1 Reactie
Quibus2
Quibus224 mrt. 2016 - 20:23

Die nachtwakersstaat heeft bestaan, zie 19e eeuws Europa, het was er niet erg gezellig.

Paul250371
Paul25037123 mrt. 2016 - 16:05

Ik heb de uitzending niet bekeken maar als ik de tekst zo lees zijn er politici / ambtenaren die miljarden uitgeven en er is niemand die op het idee komt wat daar eigenlijk maar mee gebeurd. Of dat het wel goed besteed wordt oid. Wat een onprofessionele sukkels, het is eigenlijk om te gieren als het niet zo triest was.

3 Reacties
GerritHoltland
GerritHoltland24 mrt. 2016 - 8:26

" Of dat het wel goed besteed wordt oid." Er is geen sector waar zoveel ge-evalueerd wordt dan in de ontwikkelingshulp. Tien procent van het budget om te meten of het werkt is heel normaal. Maar ja, dat wordt door anderen dan weer gezien als 'de strijkstok'. En natuurlijk is die tien procent niet genoeg om de echte impact te meten. Zeg een project werkt met 5000 boeren door hen beter zaad te geven. Hoe weet je dan of het werkt? Je weet helemaal niet wat de opbrengsten van het traditionele zaad is. Je weet niet wat de invloed van het weer is. Je weet niet wat de vruchtbaarheid van het land is. Je weet neit of de boer wel op tijd heeft kunnen wieden etc. Alles is natuurlijk te meten, maar dat is erg duur. Je moet dat meerdere jaren doen; je moet de bodemvruchtbaarheid vast stellen etc. Je hebt meestal helemaal geen labs om de vruchtbaarheid te maten. Dus ga je het maar vragen aan de boer zelf. Maar ja, die liegt natuurlijk want hij wil volgend jaar ook weer zaad van jou etc. De nadruk op het "meten" bij de hulp is pathologisch,. Ik was een keer met een vice-minister van een ontwikkelingsland bij de Nederlandse landbouwvoorlichtings dients. Hij vroeg hoe aan hety hoofd van die dienst: hoe monitoen jullie die impact van de voorlichting? Hoe bedoel je, vroeg het hoofd. Nou ja, meten of boeren echt beter worden van de voorlichting? "Oh dat; nee dat doen we eigenlijk nooit". De beste man kon zich welgeteld een geval herinneren van zijn 32-jarige dienstverband. Hij zei ook da het niet nodig was; hijzelf en zijn staf hoorden wel van boeren en ander experts of iets een success was en op basis daarvan pastten ze hun programma aan. De vice-minister viel bijna van zijn stoel. Weer een voorbeel waarbij we eisen stellen aan hulp-gelden die we niet stellen bij andere (vergelijkbare) uitgaven. De commissie Dijkstal heeft zich ruim tien jaar geleden gebogen over dit probleem. De conclusive: de omstgandigheden waaronder er gewerkt wordt maken het heel erg moelijk om met harde cijfers te komen over de impact. Er zijn te veel variabelen en het is te ingewikkeld om de impact van een interventie op al die variabelen te meten. De beste manier om iets zinnigs te zeggen over de kwaliteit van een programma is via 'peer reviews'. Laat onafhankelijke experts in de keuken kijken van een programma en praten met de doelgroep. In een vrij korte tijd heb je dan een prima beeld. Geen harde cijfers maar een kwalitatieve indruk van of het werkt. Net zoals de NL-se voorlichtingsdienst dat deed.

Flipje Tiel
Flipje Tiel24 mrt. 2016 - 9:54

@GerritHoltland 24 maart 2016 at 09:26 Je begint je verhaal met een ander verhaal dan waarmee je eindigt. Onderzoek of iets effectief is zou eigenlijk van te voren moeten plaatsvinden. En bij dit voorbeeld zorgen de lokale gidsen, boeren, en overheden er wel voor dat de expert (20 jaar ervaring in osw!) een goede indruk krijgt. Ik krijg de indruk dat jij geen idee hebt hoeveel er bij bedrijven om metingen, evaluaties, en harde cijfers gevraagd wordt. Dat klinkt saai en on-romantisch maar het is nu eenmaal noodzakelijk als het geld niet vanzelf komt na de publicatie van een paar zielige fotos.

GerritHoltland
GerritHoltland24 mrt. 2016 - 10:55

Beste Flipje Tiel Ik begrijp jouw reactie niet. Je hebt het over " dit voorbeeld" naar welk voorbeeld verwijs je dan? En wat zou er van dat voorbeeld te leren zijn?