
De ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door de Verenigde Staten markeert een nieuw dieptepunt in de afbraak van de internationale rechtsorde. Een grootmacht eigent zich het recht toe om een staatshoofd uit een soeverein land weg te voeren. Daarmee wordt het fundament onder internationaal recht verder uitgehold. De reactie vanuit Nederland blijft tot nu toe steken in voorzichtige formuleringen en juist die voorzichtigheid is het probleem.
In Den Haag ging de aandacht snel uit naar de veiligheid van de ABC eilanden. Curaçao, Aruba en Bonaire liggen dichtbij, dus zorgen over regionale stabiliteit zijn logisch. Toch blijft het debat daarmee te klein. Wat hier gebeurt raakt niet alleen de regio. Het raakt aan de vraag of grootmachten zonder consequenties mogen handelen buiten het internationaal recht. Wanneer dat wordt geaccepteerd, verschuift de norm wereldwijd.
De reacties van Nederlandse bewindspersonen blijven opvallend terughoudend. Premier Dick Schoof liet weten dat het kabinet de situatie nauwlettend volgt. Minister van Buitenlandse Zaken David van Weel riep op tot deescalatie en benadrukte het belang van internationaal recht. De woorden klinken verantwoord en beheerst, maar ze blijven abstract. Ze benoemen geen dader, geen overtreding en geen consequentie. Ook vanuit de Kamer komt weinig meer dan voorzichtigheid. Beoogd premier Rob Jetten laat weten dat deze actie niet de juiste manier is en dat stabiliteit voorop moet staan. Die formulering laat alles open. Wat is wel de juiste manier?
Ook de door veel politici herhaalde verwijzing naar het autoritaire karakter van Maduro’s bewind normaliseert deze agressie van de VS. Hoewel de constatering juist is, verzacht het de ernst van de overtreding. Het recht op zelfbeschikking geldt ook wanneer een regering ons politiek niet bevalt. Zodra dat principe selectief wordt toegepast, verliest het zijn betekenis.
Dat er sprake is van selectieve verontwaardiging mag duidelijk zijn: In andere situaties durfde Nederland wel degelijk helder te zijn. Na de Russische inval in Oekraïne koos Nederland voor directe en ondubbelzinnige veroordeling. Er werden sancties gesteund, wapens geleverd en diplomatieke lijnen aangescherpt. De lessen uit de Europese geschiedenis werden serieusgenomen. Appeasementpolitiek leidt tot het verval van grenzen. Dat wisten we duidelijk te benoemen toen Moskou de agressor was, maar nu Washington de dader is, ontbreekt die helderheid.
Trump maakt al langer duidelijk hoe hij naar de wereld kijkt. Territorium en invloedssferen worden openlijk besproken. Groenland wordt daarbij zonder terughoudendheid genoemd als gunstige toevoeging aan de VS. Zulke uitspraken passen in een wereldbeeld waarin imperialisme genormaliseerd is. Wanneer buitenlandse ingrepen, zoals in Venezuela, nauwelijks weerstand oproepen, wordt de drempel voor volgende stappen lager.
Nederland onderschat hierin zijn eigen rol. Het beeld dat onze stem weinig verschil maakt, klopt niet. Ons land speelde bijvoorbeeld een voortrekkersrol bij het Internationaal Strafhof, bij het MH17 onderzoek en bij het agenderen van mensenrechten in internationale instituties. Die invloed is van belang. Nederlandse politici moeten vaststellen dat deze actie van de VS een schending van internationaal recht is. Zij moeten binnen de Europese Unie aandringen op een gezamenlijke en uitgesproken veroordeling. Zij moeten expliciet maken dat bondgenootschap geen vrijbrief vormt. En zij moeten het recht op zelfbeschikking actief verdedigen, ook wanneer dat diplomatiek ongemakkelijk is.
Imperialisme verdwijnt niet door het voorzichtig te benoemen en vervolgens af te wachten. Het wordt ingedamd door grenzen te stellen en die hardop uit te spreken. Nederland kan dat en moet dat nu ook doen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.