
De overheid investeert niet in meer verpleeghuisplekken. Niet omdat het probleem niet bestaat. Niet omdat de nood niet hoog is. Maar omdat het beleid al jaren inzet op beperking van intramurale zorg, sinds de invoering van de Wet langdurige zorg.
Alleen wie 'permanent toezicht' nodig heeft, komt via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) binnen. Dat klinkt zorgvuldig. In werkelijkheid betekent het: wachten tot iemand écht ontspoort. Tot de buurvrouw belt omdat de voordeur ’s nachts openstaat. Tot de huisarts geen veilige thuissituatie meer kan verantwoorden. Dit is geen neutrale beleidskeuze. Het is een politieke keuze.
Ja, verpleeghuiszorg is duur. Ja, er is een groot personeelstekort. Maar ondertussen wonen steeds meer (alleenstaande) ouderen met dementie in een grijs gebied: Te kwetsbaar om veilig thuis te zijn, maar niet ziek genoeg voor opname. “Langer thuis” is een mooie slogan. Voor wie een partner heeft. Voor wie kinderen heeft. Voor wie een netwerk heeft. Maar wie alleen is, valt stil tussen de regels van het systeem.
We hebben het verpleeghuis van een voorziening tot een noodrem gemaakt. Bescherming wordt pas geboden als het misgaat. Preventie heeft plaatsgemaakt voor begrotingsdiscipline. De vraag is niet of we meer verpleeghuisplekken kunnen betalen. En ook niet: Hoe houden we mensen zo lang mogelijk uit het verpleeghuis?
Het is de hoogste tijd om de vraag anders te stellen. Wanneer is bescherming en veiligheid geen luxe, maar een basaal recht als menselijke waardigheid voor zieke burgers niet meer kan worden geborgd? Want een samenleving wordt niet beoordeeld op hoe efficiënt zij haar begroting sluit en hoe ze de staatsschuld in de grip houdt, maar op de vraag hoe zij omgaat met burgers die zichzelf niet meer kunnen beschermen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.