
En weer ben ik verbaasd als ik ze zie staan in de kringloopwinkel: de smalle, gracieuze Tupperware-bekertjes in zachte, ondefinieerbare tinten en oogstkleuren. De inhoud was 250 ml. Nam je zo'n beker destijds mee voor die paar slokken? En dan die vele kleine Tupperware-bakjes; doosjes waar net twee tomaten in kunnen, of een bakje voor een ei. Het bijbehorende broodtrommeltje was precies groot genoeg voor vier boterhammen. Geen ruimte voor een zakje bleekselderij of een handje amandelen. Het is plastic uit kabouterland.
Naast het Tupperware stonden laatst de vintage Arcopal opale soepkoppen uit Frankrijk op de plank, rechtstreeks uit de jaren zestig en zeventig. Soepkoppen? Ja, deze glazen vierkante kopjes waren destijds volwaardige soepkommen. We zouden het nu een bescheiden koffie- of espressokopje vinden. De ovenschalen uit dat assortiment lijken tegenwoordig meer op onze soepkommen.
Het contrast met de huidige werkelijkheid kan bijna niet groter. Overal zijn de reuzenbekers te koop. Bekers van anderhalve liter, compleet met plastic rietjes als lichtslangen. We lopen massaal met grote reservoirs aan vocht over straat, alsof de hele samenleving collectief aan suikerziekte lijdt en een constante, onlesbare dorst heeft.
Het groeien van het servies begon subtiel. In de jaren negentig zag je het gebeuren in de serie Friends, waarin de koffiekoppen in Central Perk met het seizoen groter leken te worden. De samenstelling van onze koffie veranderde ondertussen ook: de keuze uit allerlei soorten melk, melkschuim en siroop vroegen om volume. Wat was er eerst: de kip of het ei? Feit is dat zo'n moderne koffiecreatie natuurlijk niet meer in de kleine kopjes van toen past.
Inmiddels hebben ook de wijnglazen de omvang van vissenkommen aangenomen. Waar mijn vader vroeger bij een bodempje wijn nog opmerkte dat er 'een staartje wijn in de fles zat', krijgen we dat bodempje tegenwoordig in een megaglas geserveerd.
Niet alleen ons servies groeide; onze hele leefwereld dijde mee uit. Meubels, tv-stoelen, tuinmeublementen, tv-schermen, tassen, koffers, kasten en zelfs make-upverpakkingen: alles werd groter.
Tegelijkertijd kunnen we de berichten over krimpflatie niet negeren; we zien het dagelijks bij het boodschappen doen. Fabrikanten stoppen steeds minder voedsel in een verpakking voor dezelfde prijs. De doos cornflakes werd kleiner, de rol biscuit bevat minder koekjes. Zakjes M&M's kregen 40 gram minder inhoud en de rundvleessalade ging van 500 naar 400 gram. Verschillende chocolademerken maakten hun repen dunner of voegden koekkruimels toe om te besparen op cacao en zelfs theezakjes gingen van 2 gram naar 1,4 gram. Het is een gekke tegenstelling: leg al dat gekrompen eten op ons enorme servies, en het is logisch dat de bevolking uitdijt.
Onze relatie met eten leek vroeger zo anders. Als ik terugdenk aan mijn eigen lagere schooltijd, herinner ik me een klas vol magere kinderen. Alsof we allemaal net een vervelende griep achter de rug hadden, hoewel dat postuur toen gewoon de norm was. Die ene 'dikke jongen' uit de groep zou vandaag de dag een volstrekt gemiddelde jongen zijn.
Snoep kregen we thuis bijna niet. Op zaterdag werd er een uitzondering gemaakt en kregen we een reep chocola, die in mijn herinnering gigantisch was en dat klopt nu waarschijnlijk ook. Met kerst waren er voor elk kind twee flesjes Hero-frisdrank, maar doordeweeks dronken we thee, melk en aanmaaklimonade. Bij een buurmeisje kreeg ik ooit een Bastognekoek op een schoteltje. Een feestelijke traktatie. Vandaag de dag maal je zo een heel pak gedachteloos weg achter je beeldscherm.
En dan vraag ik me af: wanneer krimpt de mens?
Biologisch gezien gebeurt dat al vrij jong. Tussen je 30e en je 60e krimp je zomaar een aantal centimeters. Na je 60 gaat het snel. Spieren slinken, rugwervels zakken in en voeten zakken door. Sommige mensen verliezen zelfs 8 centimeter in hun totale leven. Ik denk aan mijn moeder die als vierennegentigjarige, zo klein en kwetsbaar was geworden. Het beeld van haar silhouet als een kind achter een groot bord eten, wil niet uit mijn gedachten. In haar handen balanceerde het reuzenbestek.